Zaterdag 7 juni, dag 1:

In ieder geval is er het uitzwaaien door Simone
en, bij verrassing, ook zoon Sandor.
Eigenaar
van een
Honda Transalp. Op de volgepakte motor is
het even zoeken naar de juiste zit. Hij lijkt
zelf te willen sturen maar het blijkt toch de goedmoedige
toerbuffel die hij voor mij is. Het enige is dat ik wat meer dan normaal op
mijn polsen lijk te
leunen en af en toe moet ik mij wat naar achteren duwen om
de bagagerol wat
terug te drukken. Al vóór Gorinchem probeer ik een
notitieblok te kopen bij een
tankstation, maar de dame kan mij slechts twee blanco A-viertjes
aanbieden voor
het maken van korte notities onderweg. Ook goed voor dat
doel en het eerste
vergeten item wordt genoteerd. Het loopt verder op rolletjes
behalve het tanken. Het blijkt dat na het passeren van de Duitse
grens er niet zomaar overal
tankstations langs de snelweg staan. Ik moet de snelheid van 130
naar 80 km/hr
laten zakken om niet teveel te verbruiken. Met
samengeknepen billen ga ik bij
een politiepost op visite en zij verwijzen mij naar het
plaatsje Bramsche plm. 4 km. verderop.
Na 285 km. Tank ik 20 liter en had
dus nog twee litertjes over. Dit was les twee onderweg en hoewel
ik in het noorden van Finland nog één keer
klem kom te zitten qua brandstof heb ik steeds gezorgd
tijdig te tanken. De
rit verloopt verder zó voorspoedig en snel dat ik besluit om
meteen maar door
te rijden naar
Kopenhagen.
Ik ben totaal niet moe, althans niet extreem en dat blijft de
hele reis wel zo. Anderhalf uur rijden van Kopenhagen bel ik
Dorrit, bij wie ik voor de nacht van
zondag op maandag een kamer heb besproken, met de vraag of
ik déze nacht ook een
kamer kan krijgen. Helaas is die niet beschikbaar en ik
rij daarom naar het
centrum van Kopenhagen om het Toeristenbureau op te zoeken.
Het regent en het is
benauwd warm en bijgevolg word ik in mijn winterpak vanzelf
ook nat. Er is
alleen een hotelkamer te regelen in de voorstad Ballerud in Hotel Lautruppark
tegen een
prijs van Dk. 675,= incl.
ontbijt. Rond de tweehonderd gulden maar
het verblijf, het ontbijt en het relatief voordelige
diner is erg goed. Een
glaasje wijn kost weliswaar elf gulden maar het is geen
huiswijn. Vlees is er in
drie soorten, kalkoen, lam en biefstuk en je kunt
krijgen wat je wilt en zoveel
je wilt. Heerlijke Toscaanse stoofgroenten en een
uitgebreide saladebar. Toppie
dus.
De
rit uit het centrum van Kopenhagen naar het hotel is beroerd.
Erg veel
verkeer, regen en warmte. De oliedrukmeter en de
temperatuurmeter beginnen rare
aanwijzingen te vertonen. Vermoedelijk te weinig koeling want met
iets meer
snelheid gaat het beter. De volgende morgen geniet ik van een heerlijk
ontbijt en na het afrekenen,
vertrek ik om acht uur want ik moet uiterlijk om half negen
bij Dorrit zijn. Dat
gaat wel lukken. Jammer dat het weer onderweg even erg
slecht wordt.


Hierdoor
heeft het geen zin om een plaatje te schieten van o.a. de
Storebeltbrug.

Erg
mooi en indrukwekkend maar ook mistig en nat.
Even wat harde cijfers over deze zaterdag:
Gestart op 23942 km. staat de teller bij het hotel op 24923 km.
Dezelfde cijfers
maar dan anders. Dat zijn dus 981 gereden km`s tegen een
gemiddeld verbruik van 1:15 en dat is ook niet slecht. De kosten?
Brandstof: € 66,= Hotelbooking bij
T.I: Dk 135,= Hotel: Dk 675,= Eten: Dk 110,= en de
Storebeltbrug: Dk 125,= Zomaar wat cijfers om een indruk te geven van de
mogelijke kosten van zo`n trip. Kosten die ik bij mijn
informaties vooraf eigenlijk nergens vond.
Zondag 8 juni, dag 2:
De dag begint met de gebruikelijke rituelen van het opstaan,
wassen en
aankleden. Dan pak ik eerst alles op de motor, waarna ik aan
een heerlijk
ontbijtbuffet kan beginnen. Echt alles wat je maar kunt wensen tot
en met
scrumbled eggs etc.etc. Ik stel mij tevreden met twee
donkerbruine sneetjes
brood, de eieren en de bacon en een wit broodje met jam.
Jus d`Orange en een kop thee completeren het
pallet. Dan afrekenen en opstappen. Naar de lucht kijkend,
meende ik vanmorgen dat het slecht weer zou worden, maar
achteraf is het een
prachtige dag geworden. Vlekkeloos rij ik van Ballerud naar
Dorrit, die bijna in
het centrum van Kopenhagen woont. Ze is grijs van haar
met rustige grijze ogen,
de vijftig ruimschoots gepasseerd. Zij heeft twee
dochters waarvan er één voor
studiedoeleinden in Caïro is. Een Pa blijkt er niet meer te zijn.
Dorrit is haar
leven lang al spiritueel bezig en is nu actief in de
beweging van de
Dalai Lama. Dat brengt met zich mee dat allerlei mensen uit
de hele wereld bij haar onderdak
kunnen vinden die lid zijn. In dit geval betreft het een
professor uit Roemenië
en een arts uit Ghana. Interessant om op die manier
mensen te ontmoeten. Op mijn
vraag blijkt er alleen een pittig soort oploskoffie te
zijn die ik manmoedig
opdrink.
Na een kort praatje met Dorrit gaat zij naar haar
Lama en ik besluit
te voet Kopenhagen in te gaan in de vermomming van
toerist. Het blijkt een stad
als vele andere. Oude en nieuwe gebouwen en wijken,
moderne, vieze en hele
mooie. Ook veel water en groenpartijen. Om negen uur is
het nog redelijk fris en
omdat het vandaag eerste Pinksterdag is, is het nog erg
rustig. Via de Amagerboulevard loop ik richting centrum.
Onderweg maak ik een omweg over een
voormalig bastion. Nog net kan ik de eieren onder een zwaan
fotogr
aferen. Een
fuut komt boven met een visje dat een meeuw hem af tracht
te pikken. Hij mist.
Dan is er links het museum de
Glyptotheek. Ik wil
een kaartje kopen maar in Denemarken is op zondagen de toegang
gratis. Klasse. Na een kort bezoek ga ik
verder langs het beroemde speelpark
Tivoli. Ik heb niet de
behoefte daar naar
binnen te gaan en bekijk de pret door de hekken. Ook het
verderop liggende
wassenbeeldenmuseum laat ik letterlijk links liggen.
Intussen ben ik bij
het
stadhuisplein en ik ga rechtsaf het oude centrum in. Ik krijg wat
elke toerist
krijgt, winkels, kerken, pleinen, restaurantjes, terrasjes
etc.etc. maar ook
zwerfvuil en zwervers. Weinig allochtonen, dat valt op. Wat
ook opvalt is het
absolute gebrek, gemis bijna, aan hondenstront. Hier heerst
dus niet de
Hollanditis van het hebben van een hond of liefst meer dan één.
Slechts één hond
zie ik onderweg en die poedelt zich in het water van het
bastion.
Dit water
blijkt vergeven te zijn van de kleine kwalletjes. De
grootste is niet meer dan tien centimeter in doorsnee. Ik vraag een
voorbijganger of dit dan zout water
is, maar nee, het is gewoon zoet water en het blijken
zoetwaterkwallen waarvan ik tot nu het bestaan niet kende. Omdat ik vandaag een
echte toerist ben, stap
ik tot mijn eigen verbazing in een rondvaartboot, die
de kanalen door de stad en
de haven laat zien. Het is zeker geen Rotterdam. We
komen ook bij de beroemde
Zeemeermin. Het beeldje is zo klein en het staat
op zo`n lullige plek en is op
zichzelf ook zo onbenullig dat ik maar net de moeite kan
nemen om er een plaatje van te schieten. Na
de rondvaart wandel ik op m`n gemak nog wat rond, schiet wat
plaatjes en ik
besluit om “tactische” redenen terug te gaan naar Dorrit.
Het is erg warm, zo
rond de 27 °C en ik moet de spullen die ik aanheb even een
handwasje geven en
weer drogen. Dan hoef ik de motor niet af te laden die in
de zijstraat staat, om
schone kleding op te zoeken. Het gewassen ondergoed hang ik
voor het raam te
drogen.
Ik zit zo ongeveer op de vierde verdieping dus dat
valt niet op. Eten
is wat lastig te organiseren en ik heb geen zin om zonder
ondergoed de stad
in te gaan, dat voelt niet lekker. Uit de motorkoffer
vis ik Cup-a-Soup op en
nog een half stokbrood met een stuk geitenkaas. Dat moet
wel lukken zo. Terwijl
ik dit schrijf hangt die was keurig te drogen. Het is
pas kwart over vijf en ik
heb zin in koffie. Dat komt straks wel als Dorrit
thuiskomt.
De “harde” feiten:

Kopenhagen, lees Denemarken, is duur.
Maar dat wist ik al.
Omgerekend is een
bakkie koffie fl 7,50.
Twee bolletjes ijs fl 5,50 en een
flesje water fl 5,=. Ik heb mij dus maar wat beperkt in mijn uitgaven.
De meegenomen broodjes en een
flesje water is wel goed. Vanavond doe ik niets en ik ga
vroeg slapen want ik
wil weer vroeg op pad. Uiterlijk 08.00 uur wil ik op weg
zijn naar Oslo. Ik denk
niet dat ik daar een dag blijf hangen want ook Oslo is
wéér een stad met wéér
dezelfde zaken als in al die andere. Oslo bewaar ik wel voor
de toekomst.
Zaterdag en zondag 7 en 8 juni 2003