Donderdag 19 juni, dag 13:
Het
regende vannacht weer eens. Ik sta op met een kater hoewel
ik niets heb gedronken. Het is balen als je zo vast komt te
zitten. Nou ja, dan maar met de "brommer" op pad. Wellicht dat
een toggie over zo`n winderige fjord het katergevoel wat kan
verdrijven. De narigheid is nog niet over want mijn koffie
zit in de motorkoffer en wat moet een mens zonder z`n bakkie
troost? Hoewel ik eigenlijk al geen zin meer heb, maakt de
zon dat ik toch op pad ga. Met de brommer vlieg ik over de
Trollstigen. Na Valldall komt de oversteek naar
Eidsdal over
de
Norddalsfjord. Dan komt er weer een prachtige weg omhoog
voor Geiranger dat zelf onderin aan het einde van de Fjord
ligt. Boven op de bult is er een schitterend uitzicht op de
Geirangerfj
ord. Er is die waanzinnig mooie groene
kleur en
door mijn

telelens zie ik de ferry die ik nodig heb. Snel
een paar plaatjes schieten en ik
laat de Maxster als een
havik naar beneden vliegen. Volop steile en scherpe
haarspelden, maar met zo`n licht machientje gaat dat
geweldig. Ruim op tijd
ben ik beneden want over een kwartier
is pas de afvaart.
Ik raak aan de praat met een jonge Duitse
motormuis en we blijven gezellig kletsen tot na de aankomst.
Onderweg wordt in vier talen uitleg gegeven over
de diverse
zaken die de revue passeren. O.a. de waterval “De Zeven
Zusters”,
de diverse, geïsoleerd liggende boerderijen met
hun geschiedenis etc. Halverwege de fjord nadert een hevige
bui.
De wind die daaronder zit, wordt vele malen versterkt
en bereikt bijna orkaankracht doordat het totale volume zich
tussen de hoge rotsen moet persen. Iedereen duikt naar
binnen behalve de motormannen. Zelfs voor de natte sneeuw
wijken wij niet. Het levert toch mooie plaatjes op. Bij
aankomst rijden wij naar de plaatselijke Coöp. om voor de
inwendige mens te zorgen. Dan ga ik weg en rij prompt
verkeerd. Even een bordje gemist. Dat geeft niet want ik
blijk naar
Norddal te rijden langs een mooie rivier. Ook een
zalmkwekerij is mijn deel. De weg eindigt tenslotte op een
boerenerf waar net de gierkelder wordt geleegd. De
boerenzoon (b)lijkt niet te kunnen praten, want ik krijg
geen enkele reactie. Zonder iets te zeggen stapt hij op zijn
strontkar en rijdt heen.
In arrenmoede rij ik terug naar de
punt om even overnieuw te beginnen.
Vanaf dat punt begint
het weer serieus te regenen. Het is ijsregen en die brommer
heeft geen kuip. Om nog wat zaken uit de motorkoffers te
halen moet
ik naar
Spjelkavik een voorstadje van Ålesund.
Dat is nog 60 km naar
Aure waar de ferry oversteekt naar
Magerholm en dan nog 5 km tot de dealer. Hij vertelt mij dat
het onderdeel moet worden overgevlogen uit Duitsland. Toen
hij met z`n dikke Chevrolet aan kwam rijden toen ik gestrand
was en ik de diverse dure auto`s voor de zaak zag staan,
vreesde ik al voor de hoogte van de rekening en nu helemaal.
Dat zou blijken.
Die motor is morgen dus niet klaar, het
wordt dan op z`n vroegst zaterdag zo niet maandag. Dat zou
pas echt waardeloos zijn. Een planning is nu niet te maken
en de hele onderneming komt een beetje op de tocht te staan.
Jostedalsbreen,
Sognefjell en –fjord en de
Lysefjord met
zijn
Preikestolen gaat dat nog lukken? Het plaatsje waar ik
nu ben heet
Torvika en het staat als vlek niet eens op de
kaart. De Korsbakken Camping aan de
Romsdalsfjord.
Na
aankomst op de camping, die opnieuw vrijwel verlaten is op
één vissende Noor na, heb ik in mijn hut eerst maar een
grote bak erwtensoep gemaakt van 2 cup a soupe. Drie
donkerbruine broodjes met dik kaas en de kachel op 10 dat
moet de burger weer moed geven. Morgen maar eens bellen rond
twaalven hoe de vlag erbij hangt dan kan ik wellicht weer op
weg. Door dit oponthoud moet ik ook een gewone oplader kopen
voor het mobieltje want het thuisfront dien ik ook bij te
houden. Het gaat zo wel een dure stop of strop worden.
Het
schrijven van de memoires van vandaag beëindig ik terwijl ik
mij als een Amundsen op de Pool voel. Helemaal in je eentje
op een verlaten, half donkere camping. De regen tegen de
ruiten en door het raampje een mooi uitzicht op de
besneeuwde bergen.
Vrijdag 20 juni, dag
14:
Nou
goedemorgen, daar ben ik weer. Na de gebruikelijke
ochtendrituelen heb ik alles bij elkaar gezocht en
klaargelegd om de ANWB te bellen en deze trip te beëindigen.
Het hangt er vanaf wat de dealer om 11.00 uur weet te
melden, zo is de afspraak. Boven de bergen met hun witte
koppen groeperen zich alweer regenwolken. Eentje rolt
langzaam naar beneden en bedekt de berg als een deken van
mist. Een eeuwigdurend spel zo lijkt het. Wolken komen
aangedreven en blijven dan tegen de toppen hangen. Maar de
wind drukt verder en dan worden ze soms in stukken over die
toppen gejaagd. Tussen de stukken door krijgt dan de zon
weer de kans om mijn papier te belichten. Maar de wolken
zijn soms zo donker en zwaar dat de regen wel móet vallen.
Intussen heeft de wolk
zich als in een bedje tussen twee
bergen gevleid. Een andere wolk krult zich om de top en nu
heeft de berg een krans van grijs haar als een monnik. Bij
Mosjoen kreeg een bergtop op die manier een Japanse hoed en
die stond
`m wel. De vaart door de Geiranger gisteren vond
ik bijzonder fraai maar het weer zorgde voor meer schade.
De
Maxster scooter biedt weinig bescherming en als het regent,
kruip ik in elkaar zoveel mogelijk achter het voorscherm en
klem mijn benen om het chassis. Met de haken van mijn
bergschoenen beschadig ik de twee aluminium sierplaten
behoorlijk en de vervanging gaat mij zo`n € 325,=
kosten en het is nog maar de vraag of de verzekering dit
dekt. De scooter zelf is een prima ding. Veel bergruimte
onder de zitting, snel en wendbaar en een verbruik van plm.
1:30. Een ideaal ding voor in de stad. Om elf uur is er nog
geen onderdeel maar ik ga er toch naartoe. Een eventuele
aftocht via de ANWB kan ik ook van daaruit wel regelen.
Om
half twee kom ik aan
en
tot mijn verrassing zijn ze de spanningsregelaar aan het
monteren. In mijzelf roep ik hoera, maar dan heb ik de
rekening nog niet gezien.
Voor het bestellen, opsturen,
monteren, motor ophalen wordt tenslotte voor een onderdeel
van plm. € 70,=
in totaal ruim € 650,= gerekend. Samen met
de schade aan de Maxster een kostenpost van ruim 2000 ouwe
pieken. De teleurstelling over deze uitgave plus de drie
verloren dagen slik ik op mijn eigen stoomfiets weg. We
rijden weer en met die financiën komt het wel goed.
Bij
aankomst op de kampong druppelt het weer eens en snel
parkeer ik de motor naar ik meen op een goed stuk asfalt. De
hele vakantie heb ik een plankje gebruikt om onder de
standaard
te leggen maar dat lijkt nu niet nodig. Ik heb
drie stappen naar mijn hut gedaan als met een klap de motor
ondersteboven gaat. Hij blijft niet hangen op de valbeugels
en koffer maar duikelt door. Spiegel aan barrels, de kuip
staat scheef en is op verschillende plaatsen gescheurd, het
gashandel kapot (naar later blijkt). Op hetzelfde ogenblik
barst er een hoosbui los. Dan slaan er een paar stoppen door
en knapt er iets. Op dat moment besluit ik
om naar huis te
gaan. Provisorisch repareer ik met ducktape de schade en stapel alle
bagage erop.
Ik heb even genoeg van deze vakantie. Niet het
land of de mensen en zelfs niet het weer maar de optelsom
van
een en ander maakt dat ik het wel heb gehad. In plaats
van gebruik te maken van de reeds betaalde overtocht
van
Kristiansand naar Hirtshals in Denemarken besluit ik gewoon
via Oslo, Malmö en de Storebeltbrug naar Kopenhagen zo snel mogelijk
naar huis te rijden. Nu ik dit alles pas in november uit zit
te werken, vind ik nog steeds dat ik, afgezien van de
laatste drie dagen, een fantastisch stuk vakantie heb
genoten.

Ruim twee weken in plaats van de geplande vier,
maar dat is een reden temeer om volgend jaar terug te gaan.
En dan zal ik opnieuw proberen een walvistour te maken, de
Sognefjord en Sognefjell, de Jostedalsbreen etc.etc. te bezoeken. De boel is gepakt en de wekker staat op 04.00 uur
en ik stap om 05.00 uur op. De laatste nacht in de hut hoef
ik niet te betalen en schoonmaken hoeft ook niet van de
eigenaars. Zoveel pech is teveel voor een mens vinden zij.
Als dank laat ik toch een leuke donatie achter voor hun
voetballende dochter om een leren knikker te kopen, een
prachtkind van twaalf dat veel weg heeft van mijn eigen
dochter op die leeftijd. Ik zal ze op latere reizen nog
terugzien.
Donderdag en Vrijdag 19 en 20 Juni