Vrijdag 13 juni, dag 7
(bad day??)

Al
om kwart voor zes ging ik slapen gisteren en op een
telefoontje van Simone na heb ik geslapen tot 03.00 uur. Nu,
om kwart over vier is alles ingepakt en zit ik met een kopje
koffie deze regels te schrijven. Vandaag dus vier uur eerder
op pad dan gebruikelijk, maar het is tenslotte klaarlichte
dag. Ik zal wel zien hoever het elastiekje reikt.
De lucht
ziet grijs met breuken en het is droog. Naast de complete
binnenvoering nu ook maar een trui aangetrokken. Dat was niet
voor niets. Om ongeveer 16.00 uur zal ik op de
Noordkaap
zijn,
althans op de camping. Om vijf uur ben ik vertrokken.
Voor
de
Altafjord ligt een hoogvlakte en nadat ik al aardig wat
regen te verwerken had gekregen, ging dat voor de aardigheid
tijdens de afdaling over in sneeuw. De warme handvaten waren
weer een heus genoegen. Jammer dat je niet zoiets in je
vizier hebt. Ondanks het weer was de route weer magnifiek.
De weg werd wel minder van kwaliteit en door de vermoeidheid
moet ik mij dwingen om geconcentreerd te blijven rijden. De
afdaling gaat soms bijna stapvoets vanwege de dikke natte
vlokken gevoegd bij het vermoeden van gladheid. Uiteindelijk
zal ik in elf uur zo`n 750 km erdoor jagen en dat komt door
die vroege start.
Als ik bij
Alta ben is het pas half een en
dan is het nog maar 230 km naar de
Noordkaap. Aangezien het
mijn bedoeling was om min of meer rechtstreeks naar de
Noordkaap te rijden en terug te toeren, besluit ik dat stuk
ook maar te doen. Vlak voor Alta krijg ik de eerste
rendieren op de weg.

Zonder te kijken scharrelen ze gewoon
de weg op. Het is steeds uitkijken want ze vallen door hun
kleur niet echt op en je ziet ze pas als je vlakbij bent.
Alleen de dieren die hun witte winterjas nog aan hebben
vallen echt op. Stoppen en wachten tot ze van de weg af
zijn. Intussen kan ik er een plaatje van schieten. Dat doe
ik óók van de eerste de beste visdrogerij die ik zie evenals
van een snoepje van een vissersbootje. Om 07.00 uur zat ik
aan een hobbitontbijt.

Vanwege de kou heb ik op dat vroege
uur meteen maar de warme soep opgegeten. Ook dat bleek een
foutje.
De combinatie van kou aan de buitenkant en warmte in
het buikje leverde een gigantische slaap op. Ik viel zelfs
op de motor bijna in slaap. Daar had ik even niet op
gerekend.
Na een uurtje is de soep uitgewerkt en stroomt de
energie weer richting hersenen.
Tijdens het tanken bij Alta
weer zo`n lekker broodje braadworst (Pølser) genuttigd. Die bevallen
erg goed.
Wellicht wat vet maar dat kan wel met deze
temperaturen. Na Alta is de beer los. Regen, een keiharde
wind en sneeuw. De temperatuur is net boven het vriespunt.
En dan te bedenken dat het rond deze tijd zo`n twaalf tot
veertien graden zou moeten zijn! Toch stoort het mij geen
moment. Ik geniet met volle teugen van dit land en het weer
neem ik er gewoon bij. Ik rij op een grote vlakte met
kilometers weg in het gezicht. Richting de Noordkaap zie ik
het diepste grijs en ik vermoed het ergste. Het blijkt nog
mee te vallen. Op de
Kirkeporten Camping warm ik eerst even
op in de receptie. Hete koffie een leuke Noorse studente á
la dochter Simone om mee te kletsen. Vanwege het weer
besluit ik opnieuw een hytte te huren. Hier kost dat
weliswaar 400Nok maar dat moet dan maar. Het is te slecht
voor een tentje. Ik spreek af met een Ollands stel om een
Remy Martin VSOP te nemen op het bereiken van de Kaap. Die
had ik voor deze gelegenheid meegenomen. Daarna gaan we eten
in het rudimentaire restaurantje dat vastzit aan de
receptie. Omdat ik hier nu toch ben, besluit ik een schotel
rendiervlees te nemen, het dagmenu. Het smaakt best lekker
en heeft iets van rundvlees. De gebruikelijke wortels en
aardappels begeleiden het beest. De schotel is niet zo erg
groot óf ik heb een leeuwenhonger want ik bestel nog een
tweede schotel. Ditmaal een met drie soorten vis. Ook wel
smakelijk met dezelfde wortels in de vorm van een koude
salade waar nu puree bij zit.
Na de maaltijd gaan zij naar
het dorp en ik ga naar de Noordkaap zelf.


De dertien
kilometers er naartoe zijn echt zwaar. Ik rij naar het
grijste grijs dat ik ooit heb gezien. De regen valt niet echt
want wordt horizontaal over de weg gejaagd en ik blijf met
moeite op de weg. Die wind is ijskoud en komt voelbaar van
de pool. Het blijkt 1,2 graden Celsius te zijn. De Noordkaap
stelt, zoals ik al had vernomen, niet echt veel voor. Het
museum is regelrecht klungelig. Het enige echt interessante
is een videopresentatie over dit gebied. Zowel boven als
onder water gefilmd. Het is ijzig weer en de zon krijgen we
vandaag, vannacht en ook morgen niet te zien. Na een
rondgang buiten om wat plaatjes te schieten is de terugweg
zo mogelijk nog zwaarder. Er staat een fikse storm en
slagregens teisteren mens en machine. Even later is de regen
overgegaan in een heuse sneeuwjacht. Volgend jaar toch maar
naar Siberië?? Ik ga maar naar mijn hut om dit allemaal op
te schrijven. Vervolgens de ansichtkaarten schrijven en
posten. Het kacheltje op 10 en de Remy op tafel. Als die op
is, ga ik plat. Voor het zover is, bedenk ik wat ik morgen
moet doen. Het weer is te bar en gezien de vooruitzichten
heeft het geen zin te wachten op de beroemde
Midzomernachtzon. Blijven doe ik dus niet.
Je wordt hier
trouwens behoorlijk beroofd. De hut kost 400 Nok per nacht = plm. Fl 125,=. Toegang tot
De Kaap = 185 Nok = fl 55,= De
tunnel kost je 68 Nok en terug dus ook! Is er dan niets leuk
aan de Noordkaap? Jawel, het feit dat ik er geweest ben.
Alleen vond ik het jammer dat de 9 km lopen naar de echte
kaap er fysiek niet in zat. Maar dat scheelt weer een uurtje
of vier lopen. Morgen dus weg richting Lapland. Nog even de
nogal woeste en kale kustweg E-69 tot Oldesfjord en dan de
E-6 weer op naar
Karasjok. Hopen maar dat het weer een
beetje meezit.
Zaterdag 14 juni, dag 8:
Achteraf bezien was het inderdaad vrijdag de dertiende
gisteren. Wat een weer en geen zon gezien!! Voorlopig zal
dat vandaag ook niet gebeuren. De drank is op en dat is
goed. Beter voor mijn “motorretje”. Vanaf nu heb ik geen
haast meer en kan per dag bekijken wat ik zal doen. Het is
nu al half negen en ik moet nog beginnen met pakken. Het kan
wel tien uur worden voordat ik opstap en dat gebeurt dan
ook. Ik begin op m`n gemak in een redelijk sukkelgangetje
maar omdat het nog steeds van dat baggerweer is, ga ik
vanzelf weer harder rijden. Heel in de verte lijkt er wat
breuk in het wolkendek te zitten maar het duurt nog zo`n 200
km voordat het echt droog is. Ook de temperatuur wordt iets
beter. Onderweg bewijst de warme soep weer zijn waarde
evenals de handvatten.
Aan een groot meer soupeer ik op een
parkeerplaats en bekijk met een stel Hollanders door de
verrekijker een jagende visarend.



Dan weer voort naar
Karasjok. In feite is daar niet veel te doen. De plaats is
niet zo groot maar er huist het Samische Parlement dat je
zou kunnen bezoeken. Ik kies voor een soort openluchtmuseum
over de Samen die wij geheel foutief Lappen noemen.
Ook een
niet echt een koopje maar vooruit het is voor (de)
Samen.
http://www.samenland.nl/lapland/lap_sami.html
http://de.wikipedia.org/wiki/Samen_(Volk)
De
in klederdracht gehulde jonge dame beloof ik plechtig het
woord Lappen niet meer te gebruiken. De tentoongestelde
zaken en de informatie over hun geschiedenis maken wel
indruk. Zeer de moeite waard om hier kennis van te nemen.
Het is een volk dat op een verschrikkelijke manier door
zowel Noorwegen, Finland, Zweden en Rusland bijna even
meedogenloos is vervolgd als de Joden. Dat is slechts bij
weinigen bekend en het valt mij op dat het internet hier ook
weinig over te bieden heeft. Toch zet ik een viertal links
op deze pagina en wellicht vind je er al surfend iets over .
Omdat
het mij een aardige plaats lijkt, besluit ik naar
Inari
in Noord Finland te rijden. Dit is ook zwerfgebied van de Samen
met hun rendieren. Finland is qua natuur duidelijk anders
dan Noorwegen.
Minder bergachtig en veel meer toendra. Soms
lijkt het gewoon heidegebied met berkenstruiken. En altijd
is er wel water. Zompige stukken, riviertjes, stroompjes,
vennen lijken het soms.
Vrijwel kaarsrechte wegen die niet
aarzelen gewoon recht een bergje over te gaan, hier en daar
nogal steil. Bij 120 km is het dan net een grote roetsjbaan.
In Inari huur ik op de camping aan het meer een hytte. Ik
lijk wel een verwend nest, of ik ben gewoon te lui om de
tent op te zetten. Het stelt hier allemaal niet zoveel voor
en op advies van een Finse motormuis besluit ik de volgende
morgen dezelfde weg terug te gaan naar Karasjok. Alle andere
routes monden uit in gravelwegen door een desolaat landschap
en dat trekt mij niet zo. De route die ik plan naar Narvik
zal zo`n 660 km zijn. En hier ging ik dus lelijk in de fout
met de brandstof. Het vervolg schrijf ik de volgende
dag wel.
Vrijdag en Zaterdag
13 en 14 Juni