Zaterdag 21 januari 2006
Opnieuw Even Voorstellen:
Naar aanleiding van het aangenomen redacteurschap
bij de FJR-Club Nederland.
De TIJD,
Daarboven staat `ie dan, de datum 59
jaar en een week na de dag dat ik te water werd gelaten zoals ik
dat zei tijdens de A.L.V. te De Meern. Een plaatsje dat mij zeer
bekend is vanwege het feit dat die tewaterlating plaats vond in
Het Ooievaartje in Utrèg. Een
geboortekliniek in een soort
dependance van het
Diaconessen Ziekenhuis aldaar. Omdat ik bij gebrek aan een
bedje tijdelijk in een grote bakkersmand mijn onderkomen kreeg,
heb ik lang Jantje uit het Mandje geheten. Het is maar goed dat
je als kind niet weet wat ze je allemaal aandoen in zo`n
beginperiode. Je bent dan wel een
Tabula Rasa, een onbeschreven
blad vrij vertaald, de opslag van
harde gegevens begint meestal rond een jaar of drie. Maar dan
gaat het ook in no time crescendo.
Foto Utrechts Archief
Vóór
je het weet maak je als kwajongen de binnenstad onveilig en
bagger je over de

diverse dierenmarkten die toen nog vrijwel openbaar op het huidige
Jaarbeursterrein, zo ongeveer tegenover het huidige Holiday Inn,
gehouden werden. De Croeselaan dus, met eveneens een drietal
kazernes. Paarden op maandag, koeien op woensdag en allerlei
kleinvee als schapen, geiten en varkens op zaterdag. En wat te
zeggen van de oude binnenstad, de grachten, meelfabriek
De
Korenschoof waar schepen via de Vecht hun graan brachten en waar
van die witbestoven figuren met een soort draaglap met capuchon
grote balen meel in andere scheepjes
donderden. De groothandelsmarkt voor de groenten- en
fruithandelaren, teveel om op te noemen en een oneindige
speelplaats voor straatschoffies.
De
tijd dus dat er nog wekelijks een platte handkar door de straat
werd geduwd door twee oudere dames in Monnikendammer kostuum die
vermoedelijk woonachtig waren in
Wijk-C. Ook de tijd dat er nog
wel warm water uit een waterstokerij werd verkocht aan de deur
en de gemeente werklieden had die met een grote schep, bezem en
kar de paardenstront van de straat haalden. Zo kan ik nog wel
even doorgaan natuurlijk en je zou er nostalgisch van worden
maar dat schiet niet op. Bovendien weet men tegenwoordig amper
nog wat je met een paardendrol allemaal kunt doen (als kwajongen
dan) en vermoedelijk willen jullie dat ook helemaal niet weten.
Ongeveer op dát punt van het huidige Holiday Inn, waar ooit de
Seypesteinkazerne stond en waar ik nog soldaatje in heb mogen
wezen rond 1965, begint ook nu nog de
Leidsche Rijn. En ter
hoogte van De Meern begon ik ooit mijn vissersloopbaan onder de
bezielende leiding van mijn vader. Prachtig viswater in een toen
nog prachtige, landelijke omgeving. Jarenlang hier rondgezworven
en vooral gevist. Vleuten, De Meern,
Haarzuilens
met het nog
altijd machtige kasteel, Kockengen en Portengen, ga er maar eens
rondtoeren.

Ook op andere wijze kwam De Meern mij bekend voor vanwege de fabriek van Harshaw Chemie waar ik een jaar of drie heb mogen helpen katalysatoren te maken voor o.a. de olie-industrie waar ik dertig jaar werkzaam ben geweest.
Motorvirus,
Dan
word ik ooit door een oom als jong jochie van een jaar of tien
meegenomen achterop zijn BMW. Ja, ik weet
dat het voor deze club zo ongeveer
vloeken in de kerk is, maar je moet érgens beginnen. Blijkbaar
is toen in mij het motorvirus ontstoken en uiteindelijk is het
nooit meer overgegaan. Ik denk dat het zoiets als een
R50 moet
zijn geweest.
Zwart met biezen en natuurlijk spaakwielen. Erg
veel heb ik niet achterop mogen zitten maar de ervaring is
onvergetelijk gebleken. Een ritje door de stad en om ook nog een
beetje vrijheid en snelheid te kunnen voelen,
gingen wij ook nog
even de stad uit. Natuurlijk hoofdzakelijk over de mooie
buitenwegen en dus ook langs de Leidsche Rijn en dus ook door De
Meern en verder via Woerden met een grote boog terug langs de
Vecht naar Utrèg.
En
daar zat ik dan een jaartje of vijftig later, maar in mijn hart
nog steeds een straatschoffie uit Utrèg, in
Rhenomare
bij de
A.L.V.

Sinds september 2005 de zeer gelukkige eigenaar van een heerlijk
blauwe
FJR1300A en ook maar meteen lid geworden van deze club.
Mede door de “schuld” van
Aad van Kekem waar ik het beest had
aangeschaft. Hij wees mij vooral op het
forum en wat je bij die
club zoal aan informatie kon bekomen etc. Een zeer actieve
vereniging zo zei hij mij. Ik heb uiteraard rondgekeken op dat
forum en wat ik daar tegenkwam vond allemaal zeer positief even
afgezien van het heen en weer gekwaak in de rubriek Allerlei,
die mijns inziens een veel te hoog Ajax - PSV gehalte
heeft. Maar ja, het is net als met motoren, men wordt een beetje
blind of liefde maakt blind. De een `n Yamaha, de ander een BMW
en de rest deugt dan niet meer. Okay, ik ga met jullie mee wat
betreft die FJR maar geef mij verder maar Utrèg of liever nog
DOS oftewel
De Kanaries. Nog even
likkebaarden dan met mijn jongenskaartje van 50 hele centen
staand achter het doel in het oude
Galgenwaard. En wie staat er
vóór je? Juist, De
Zwarte Panter Frans De Munck.
Tonnie v.d.
Linden, Piet Visser, Leen Krommert (Opoe),
Cor Luyten, Louwietje v.d. Boogerd de postbode, Hans Kraay Sr.
Etc. etc. Bij
allemaal ben ik thuis geweest om een mooie
handtekening op een foto te krijgen. En bij
allemaal mocht je binnen en kreeg je vaak zelfs nog een glaassie
prik en een koekie. Gaat dat nóg zo?
In
je korte broek `s avonds naar een avondwedstrijd in de nevel en
de kou. DOS tegen het Stedelijk elftal van Moskou in de
Jaarbeurscompetitie. Ooit de beroemde
Yashin een verre uitloop
zien doen om zijn pet van zijn half kale knar te zien halen en
de bal onder luid gejoel tot bijna bij De Munck te zien koppen?
Ik wel en koud heb ik niet gehad toen. Nostalgie en in je hart
dus voor eeuwig fan van
Utrèg. Wat nou PSV en wat nou Ajax!
Het Motorleven,
En
ja, in mijn hart dus ook een soort eeuwige fan van BMW maar géén
blinde, denk ik.
Mijn
motorgeschiedenis vervolgt zich veel later met het uit de schuur
halen van de NSU-Max van mijn bijna zwager die op zee zat.
Aan het eind van een ijzige middag, het was
januari, in trui, korte jas, zonder handschoenen laat staan een
helm begon ik aan een rit die eindige met een duik in een berg
zand. Overvecht in aanbouw.
Het
raampje van de politiewagen ging open en een Oom Agent vroeg
gnuivend of het wel ging. Ze reden al een poosje achter mij aan
zonder dat ik dat wist. Of ik mijn papieren bij mij had. Het
eindigde in een smadelijke aftocht in de politiewagen naar het
bureau waar ik als straatschoffie nogal eens had vertoeft
vanwege andere ondeugende praktijken. Ik kwam dankzij mijn vader
en mijn leeftijd, ik was een snotneus van net 17, weg met een
bekeuring wegens het niet bezitten van een rijbewijs. Sommige
van die jongens zijn zo rot nog niet.
Hoera!!
18 jaar en dus naar het bureau voor een proefrijbewijs, dat kon
toen nog vrij lang ge(mis)bruikt worden om te rijden ma
ar
uiteindelijk werd daar al snel een tijdslimiet aan gesteld. Mijn
Kevertje uit 1954 had ik met een collega soldaat geruild voor
een FN-450. Het ding met de Kruiwagenvoorvork. Na mijn
diensttijd de FN verkocht en het werd werken, werken, werken,
trouwen, kinderen krijgen etc. etc. In juni 1976 overgestapt
naar
Chevron in Pernis (Nu
Nerefco in Europoort) en dus verhuisd naar Zwijndrecht.
Motoren kwamen pas weer aan de orde toen dat voor mij met een
gezin weer betaalbaar werd. En wat denk je?
De eerste werd
natuurlijk een BMW een R75/7 jaargang 1977. Om het rijden weer
goed in de vingers te krijgen deed ik in die tijd ook een VRO en
een VRT-cursus bij de
KNMV. In mijn visie een must voor iedere
motorrijder en vooral de beginners.
Die
R75 heef
t het zeer tot genoegen een flink aantal jaren gedaan
tot ik in 1992 mijn blik liet vallen op een yawel,
Yamaha
XJ900F. Een nieuwe kon er wel af en daarmee heb ik een jaar of
vier ook zeer tot genoegen rond gereden. De mooiste tijd wel,
want ik stalde hem achterop een aanhanger waar ook de
kampeeruitrusting op ging.
Dat geheel lag rotsvast achter een
Peugeot 205 diesel en daarmee trokken wij samen naar Italië,
Spanje, Portugal en natuurlijk Frankrijk om daar verder op twee
wielen de boel onveilig te m
aken. Heel veel mooie ritten gemaakt
en heel veel mooie dingen gezien en eigenlijk alleen maar fijne
dingen meegemaakt.
Helaas, het leven heeft ook zo zijn minder fraaie kanten en door
o.a. twee herseninfarcten raakte mijn vrouw
Gerda behoorlijk gehandicapt. Niet alleen fysiek maar
ook ernstig geraakt in de
cognitieve functies als
lezen,
schrijven, rekenen en meer van die “onhandigheden”.
Dat
betekende motor weg, auto weg en een bus aangeschaft om alle
vervoersproblemen met rolstoelen en scooters
te kunnen
behappen. Uiteindelijk overgestapt op
het caravangedoe en ook nog enige goede vakantiejaren gekend.
En toen was mijn koek op. Er is een
aantal zeer moeilijke jaren gevolgd, maar de heftigste stormen
zijn geluwd en momenteel bevinden we ons in iets rustiger
vaarwater. In dat gebeuren was het noodzakelijk dat
ik toch weer
wat leefruimte voor mijzelf creëerde en daarin was natuurlijk
ook plaats voor de motor. Om een lang verhaal kort te maken,
stapte ik natúúrlijk weer op een BMW. Een R80RT en net toen ik
die wilde halen bij de vorige eigenaar knalde ik de I.C. op voor
een dottertje.
Jarenlang
sporten, o.a. zwemmen, waterpolo, judo en heel veel
fietskilometers (De
Mol)tot meer dan 10.000km in de eerste fietsjaren en
zomer en winter, dag in dag uit op en neer naar Pernis, niet
roken, gezond eten, allemaal géén garantie. Kwestie van tol
betalen voor jaren van druk en spanning. Drie maanden heb ik de
R80 gehad om in de armen van een andere schoonheid te vallen.
Een zwarte, jawel, R100RT
in echte nieuwstaat. Tien jaar oud met
net 15000 echte kilometers achter de wielen. Zij stond in de
zaak van
De Knalpot
te glimmen,
terwijl bij de R80 de darmen eruit lagen voor een grondig
onderzoek voorafgaand aan een geplande trip naar de Noordkaap.
Met Jack Boone kwamen we tot een goede deal
en dus ben ik met dit exemplaar helemaal in m`n uppie naar de
Noordkaap geweest en zwervend door Noorwegen teruggereisd.
Lichtgewicht kamperend, een broodnodige retraite. Ik
spreek nu over 2003.
Na
de R100RT volgde een korte overstap naar een R1100RT in
juni 2005. Een flinke stap vooruit qua
vermogen en
rijeigenschappen dat dient gezegd. Met deze jongen heb ik o.a.
die schitterende toer door de Dolomieten gemaakt eind juni.
Geweldige mooie toer met een voor dit werk ook in mijn beleving
geweldige machine.
Bij thuiskomst bleek ik een soort peerbanden
te hebben want de zijkanten waren glad weg. De schubben had ik
wel gezien tegen het eind van de toer maar met een wat lagere
snelheid door de laatste passen draaiend, kon ik het redden tot
thuis. Het kon ook eigenlijk niet anders als je met twee man
zoveel bochten draait in een toch behoorlijk tempo. Mijn advies
is derhalve voor de
Dolomietengangers, zorg dat er redelijk nieuwe banden onder
liggen en hou inderdaad die spanning in de gaten. (Toch wat
opgestoken van dat Michelinmannetje tijdens een bandenpresentatie
bij de club)
En toen
zag ik begin september die blauwe FJR bij van Kekem. Ik had bij
het eerste verschijnen al eens verlekkerd naar een
XJR staan
kijken bij ons winkelcentrum. Die stond daar regelmatig en ten
tijde van de XJ900 was ik ook
wel gecharmeerd van de oude 1200.
Maar ja, voor mij te duur en bovendien geen cardan.
Eigenlijk had ik hem in mijn hoofd al gekocht maar je maakt
natuurlijk toch een proefrit. Er was alleen maar bevestiging en
over prijs en inruil waren we het vlot eens. Ziedaar een nieuwe
FJR-eigenaar.
De FJR-Club; ![]()
Na het bezoeken van het forum
zag ik een lidmaatschap wel zitten en sinds half september mag
ik mij rekenen tot het illustere en exclusieve gezelschap ervan.
Slechts één keer was ik in de
gelegenheid om een rit mee te rijden en
het was meteen de
laatste. Ja, van 2005 dan, de Sinterklaasrit. Uiteraard wat
onwennig in zo`n nieuwe club maar de sfeer onderling was prima.
Ik kreeg ook echt het gevoel er mij wel bij thuis te kunnen
voelen. En ja, dan lees je
de dringende oproep voor
vrijwilligers voor allerlei zaken en wat doe je dan?
Dan sta je op en meld je je voor
het nederige ambt van redacteur voor de Nieuwsbrief.
Dat werd in dank aanvaard en nu, na een
jaar, kan ik zeggen dat het leuk werk
is. Bovendien vangt in december de vut
aan dus komt er nog meer tijd vrij.
In
dat eerste jaar heb ik ook een aantal ritten meegereden, met en
zonder passagier(e) en één keer samen met dochter Simone op haar
Fazer en schoonzoon Raymond op zijn R-1.
In dit geval betrof dat
de
Motary
georganiseerd door de VMTC een belendende motorclub.
Maar
ook waren er:
De Bloembollentoer
De Groningen/Frieslandtoer
De Gelderlandtoer
De Utrechttoer
De Drenthetoer
De Noord-Brabanttoer
(de hyperlinks verwijzen naar pagina`s waar diverse leden hun
impressie van de rit geven.)
Dan
heb ik er nog een paar moeten overslaan vanwege het werk. Naast
deze ritten zijn er binnen de club ook
andere evenementen. Eén
daarvan is
De Motorbeurs
in Utrecht de eerste in ieder seizoen van de club. Een
tweede evenement
is dit jaar de
Droge FTT-cursus
geweest die ik met Simone heb bezocht.
Op 10 mei
De 1000
Kurventour een min of meer spontane
actie om die op
één dag te rijden. Solo heb ik dan nog een
" Drakenstaart"
gereden, waar
enkelen het af lieten weten vanwege het slechte weer dat
achteraf best meeviel.
Van
al deze evenementen kan worden gezegd dat zij goed bezocht en
zeer gezellig waren. De basisafspraak is om met niet meer dan 6
motoren bij elkaar te rijden, maar solo de route afjakkeren mag
ook. En altijd met inachtneming van de geldende regels. Omdat
niet iedereen op dezelfde tijd vertrekt, kan het dus gebeuren
dat er overal verspreid over de route motorrijders van de club
op verschillende terrassen te vinden zijn. Zelf wil ik nog wel
eens zwerven van de ene groep naar de andere mede om een
“slachtoffer “ te vinden voor een verslag(je) voor de
Nieuwsbrief.
Dat lukt meestal wel.
Kortom een leuke club waaraan redelijk wat tijd gespendeerd kan
worden naast al het andere toerwerk dat er in een jaar
plaatsvindt. De verslagen van de bovengenoemde ritten en
evenementen laten daar een mooi beeld van zien. En de FJR? Die
heeft in dat eerste jaar bijna 30.000 kilometers voor z`n kiezen
gekregen en die heeft de machine probleemloos verwerkt.
Inmiddels zijn we het jaar 2010 binnengestapt en zoals
bij iedereen is er wel wat veranderd. De motor is de 65000km
voorbij en het redacteurschap is beëindigd omdat de Nieuwsbrief
is opgehouden te bestaan. Ik heb het met veel plezier gedaan
maar had geen zin meer om het bijna helemaal zelf te vullen. Op
zich geen punt want schrijven doe ik wel graag, maar het leek
mij toch meer de bedoeling dat bijna 500 leden voor voldoende
materiaal moeten kunnen en willen zorgen. Als dat niet gebeurt
dan komt er een moment dat het ophoudt.
Om niet in een zwart gat te vallen :-) heb ik mij aangemeld voor de Toercommissie. Oók leuk werk want zo ben je lekker op de motor bezig. Het uitzetten van ritten kent wel een behoorlijke verantwoording. Een rit moet tot in detail kloppen en de afspraken met eet- en drinkgelegenheden onderweg moeten ook goed zijn. De berichtgeving en "advertisement" van je rit moeten natuurlijk ook in orde zijn. Dan is het altijd afwachten hoeveel van de 500 leden op de pot met stroop afkomen. Maar al doe ik het voor maar één lid, dan nog heb ik zelf al veel plezier beleefd aan het uitzetten. Voor dit jaar sta ik er daarom ook vier keer op. Een toerrit in Groningen, Noordholland, een rit van Oost naar West of andersom en opnieuw de Oliebollentoer. Deze moest ik in december afblazen vanwege de weersomstandigheden, maar mogelijk rijden we die in de lente als een "wilde" rit.
De
FJR-CLUB Nederland