![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
18 juni dag 4, het eiland Runde
Vanmorgen om negen
uur eerst maar eens de afspraak hard gaan maken om de
boottocht (link naar Picasa) te maken rond het
eiland. Mijn weerantenne deed het goed want het was rustig
weer met wat cirrussluiers van ijs. De afvaart is om elf uur
en derhalve kan de ochtend in alle rust worden genoten. Ruim
op tijd zijn we bij het haventje en begroeten Johan de
schipper.

De tocht is volgeboekt en tien passagiers en een baby
bevolken de bankjes. Johan geeft tot na de brug tekst en
uitleg over de vogels die we gaan zien zoals daar zijn
Alken, Kuifaalschovers inmiddels zonder kuif,
Drieteenmeeuwen, Papegaaiduikers, Grote Jagers enzovoorts.
Het klapstuk is natuurlijk de vliegende keukendeur de
Zeearend. Helaas dit jaar maar één broedkoppeltje maar we
zullen ze op de plaat vast kunnen leggen evenals de Jan van
Genten, Zeekoeten, Eidereenden enzovoorts.
Onderaan de pagina staat een opsomming van de soorten die
wij hebben gezien.
Ondanks dat Johan van tevoren zegt dat er een glad zeetje is te verwachten, blijkt dit toch enigszins tegen te vallen. Het scheepje, de Aquila, steigert af en toe behoorlijk en het valt niet mee het evenwicht te bewaren terwijl je aan het fotograferen bent. Eén keer stoot ik ongenadig mijn keienkop tegen een niet meegevend onderdeel (laadboompje?) dat het achterdek siert. Het maakt allemaal niet uit. Het is een geanimeerd tochtje en we kunnen inderdaad het eiland ronden omdat ook de andere kant een redelijk rustige zee kent.
Om één uur zijn we
weer terug in de haven. We besluiten even wat brood te gaan
kopen want de Zweudse Knekkers en de krekkers met
Emmenthaler komen zo langzamerhand in brokken je neus uit.
Een echt boterhammetje pindakaas zal er wel in gaan. Op de
terugweg besluit ik na de brug van het eiland Leinøy naar
Remøya even rechts- in plaats van linksaf te slaan. Een
rustig stukje waar 30km/u het devies is. Dat ontgaat mij
enigszins en de eerste wethouderlijke barrière is een
knallend succes.
Hij valt niet op omdat er geen markering is aangebracht en
bijgevolg brengen wij met onze hoofden een markering aan in
het plafonnetje van de cabine. Nadat wij van de schrik zijn
bekomen, komen we tot de constatering dat Noorwegen wat
betreft drempels als verloren moet worden beschouwd. Het zij
zo, je krijgt wat je verdient. 
Wij zetten ons tijdig aan de goulash omdat vanavond de klim moet worden ondernomen naar de Papegaaienbult. Dit deel aan de Westkant van Runde wordt Lundeura genoemd. De intocht van de vogeltjes is ongeveer tussen half negen en half elf. Zo`n beetje op het deel tussen Kaldekloven en Lundeura in. Het begin van het pad, het steilste stuk, is nu voor een deel geasfalteerd helaas. Het heeft zo iets van z`n charme verloren maar miljoenen voetstappen en overvloedige regen hebben de zaak dusdanig uitgespoeld dat er iets degelijks diende te gebeuren.
Rond half zeven
zetten wij ons aan de klim. Alle Noorse goden, wat is die
klim steil!! Na enkele ogenblikken weet ik weer hoe het is
om te moeten hijgen als een halfdood postpaard. Mijn
blaasbalgen komen haast naar buiten en deswege stop ik er af
en toe maar mee. Aan het begin van de klim ontdek ik twee
watergedreven korenmolentjes. Ze moeten er al een paar
honderd jaar staan maar tot nu waren ze mij niet opgevallen.
Morgen zal ik die eens nader bekijken.
Uiteindelijk komen wij boven en genieten van het majestueuze
uitzicht. We begeven ons naar de plek waar de intocht van de
duizenden Papegaaienduikertjes dagelijkse kost is. Om het
eind van de klif te bereiken moet er een smalle richel en
een houten trapje worden genomen waar mijn kompane
vriendelijk doch standvastig voor bedankt. Hoogtevrees is de
reden. Het is al knap dat ze hier is aangekomen. Zij gaat
een stukje terug waar het minder steil is en ik klauter
verder. Op de klif heerst een welhaast gewijde stilte.
Iedereen is in gespannen afwachting. 
Vanaf een uur of
negen begint de grote intocht en rond mij beginnen de
camera`s te ratelen dat het een lieve lust is. De gigabyten
vliegen de schijven op alsof het niets kost. Deze vogeltjes
moeten al duizenden miljarden malen zijn geportretteerd. Zij
zijn er zó aan gewend dat het inmiddels in de genen wordt
meegegeven in het broedsel. Als de jonkies zijn gevoed en
onder de wol zijn gestopt, begint het grote paraderen. Zij
schromen niet om op twee meter afstand zich van alle zijden
te laten zien. Zelf kan ik een ontroerend moment vastleggen
van twee bijna tongzoenende duikertjes wanneer nummer twee
van het stel naast nummer één landt. Evengoed lijkt het erop
dat ze iets later aan het bekvechten slaan.
Tegen tien uur vind ik
het welletjes en ga terug naar de hytte om in een lichte
nevel aan de lastige afdaling te beginnen.
Als wij terug zijn
wordt het nog redelijk laat, maar het licht laat ons hier
niet in de steek. Het lijkt om 23.00 uur nog klaarlichte
dag. Ik pomp met enige moeite de plaatjes over naar de
laptop. Als dat klaar is, begeef ik mij ter ruste. De botten
doen zeer, evenals alle spieren die ik meende niet te
bezitten. Ik weet weer dat ik een rug heb en ook twee
voeten. Al met al een aardige dag voor twee grijze
dakduiven. Samen met de zon verdwijn ik rond 23.50 onder de
wol. Fysiek een loodzware dag voor mijn ouwe bast, maar daar
moet`ie tegen kunnen.

De lijst met vogels:
Zeearend - Haliaeetus albicilla


Runde --- Noorwegen 2011