Week 5
Vanmorgen naar
Stavanger zoals afgesproken.
Binnen vijf minuten zaten we in het centrum waar je nergens mag parkeren behalve in de parkeergarages. Toevallig stonden we pal
voor de Kathedraal toen we naar buiten liepen en daar zijn we
eerst maar eens omheen gewandeld. Toen ik
aan de voorkant kwam en een blik op haven wierp over de markt
heen, viel mijn mond van verbazing bijna open en lag mijn kin
bijna op de grond.
Wat ik daar zag was een complete
verrassing, ik keek tegen de gigantische kont aan van Koningin
Elisabeth de Tweede. Dat is tenminste een kont!!
Het betreft hier natuurlijk de achtersteven van de
Queen
Elisabeth 2, het paradepaard van de
Cunard Line. Het is een
gigant van een schip waar ik wel eens een kijkje op zou willen
nemen. Hoewel de haven van
Stavanger niet groot is en er diverse
andere scheepjes lagen detoneerde het niet in dit nietige
landschap.
Van verschillende kanten heb ik wat plaatjes
geschoten en toen was het tijd voor
Gammel Stavanger. Niet in onze betekenis van gammel, want hier
betekent gammel letterlijk dus oud. Het is een kleine wijk die
tegen een helling oploopt en begint aan de kade.
De huisjes
mogen alleen wit worden geverfd en dus vind je hier ook een wit
dorp zoals
Thorn in Limburg.
Erg aardig maar ook erg klein en
daarom was het al snel tijd voor een
bakkie. In een bakkerij/patisserie in een piepklein
winkelcentrum vergreep ik mij aan een
heerlijke punt chocoladetaart met twee espressootjes. Daarna
gingen we nog even de stad in, maar daar waren we snel klaar.
Hoewel het niet eens druk was, voelden wij ons als een stel
verdwaalde inboorlingen en wij spoedden ons terug naar de auto
om de verre verten, de kale rotsen en de sneeuw weer op te
zoeken. In deze wereld horen wij niet meer thuis. Wij deden ons
best om uit de stedelijke agglomeratie van Stavanger te geraken
maar dat viel nog niet mee. We moesten een zijsprong naar de
E-39 maken om een béétje het idee te hebben om daar terug te
zijn in die wildernis. Feitelijk kon ons dat niet echt lukken
want intussen zijn wij helemaal in het zuiden van Noorwegen
beland. Het is het dichtstbevolkte deel en overal is groen en is
er land in cultuur gebracht. Hier grazen koeien zoals in
Nederland, wordt er gras gemaaid en waar mogelijk groenvoer
geteeld.
We doen nog een laatste poging via de 465 die langs wat
fjorden naar
Farsund voert. Helaas, het blijft drukker dan we
gewend zijn en een camping aldaar
vinden wij zo vol dat we het hazenpad kiezen richting
Mandal.
Daar vinden we een nog rustige camping in
Sandnes en daar zitten
we nu.
Naar het schijnt kunnen we vanavond een poging wagen in
de buurt een eland
te ontdekken want die komen hier veel voor
en
worden ook regelmatig gezien. Wellicht hebben we geluk. Eerst
maar eens wat te bikken maken. Mexicaanse rijst van de Lidl met
hamburgers van Unox en ketchup van de baas. Dat moet het maar
doen voor vandaag. Rest ons morgen nog één dag en ik zou nu nog
niet weten wat we daarmee zullen doen. In ieder geval toeren en
eindigen in de directe omgeving van Kristiansand, waar
ongetwijfeld wel een kampong te vinden zal zijn. Het zal wel een kwestie zijn van geluk of
een samenloop van omstandigheden, maar ik noem het altijd het
hebben van een vooruitziende blik.
Regeren is vooruitzien tenslotte en
we weten wie hier de baas is. Ik zit hier hoog en droog nu om
acht uur dertig in de keuken van de kampong
dit stukkie te tikken terwijl het plettert van de regen.
Gisteravond was het nog droog toen wij de tent achter de auto
oprolden en die zou nu drijfnat zijn geweest om in te pakken.
Dat inpakken moest wel omdat we op zoek gingen naar zo`n eland.
Omdat we dan toch wel laat op de kampong terug zouden komen,
zouden we de auto net om de hoek achter het toiletgebouw
parkeren om de andere mensen niet teveel te storen.
We gingen om
half negen op pad, zeg maar een terreinverkenning want dat is
nog te vroeg voor die beesten, veel te licht. Om half tien dus
terug om te zien hoe Nederland uit de finale werd gehouden door
de lepe Portugezen die als
thuisspelende ploeg natuurlijk kampioen moeten worden. Om half
elf, terwijl het een beetje begon te schemeren, weer op pad en
het werd een bijzondere ontmoeting. We draaiden het pad op naar
Våland en een
paar honderd meter van de weg was het al raak.
Een jonge elandkoe
stond midden in een klein ruig veld wat te knabbelen. Ze bleef
vrij rustig en ik liet de auto uitlopen en zette het stadslicht
aan. Af en toe maakten we een licht geluid om haar
heur hoofd op te laten tillen. Zij
snoof dan wat om te proberen onze lucht op te snuiven maar de
lichte wind zat haar en ons wél mee. Ze kwam onder het grazen
zelfs nog dichterbij en op een gegeven moment
was zij nog maar
een meter of vijftien van ons af. Een passerende terreinwagen
kon haar ook niet verontrusten,
ze bleef waar ze was.
Toen gebeurde er iets opmerkelijks. Er kwam
van de andere kant een donkere jeep en die stopte eveneens om te
kijken. Er bleek een jonge vrouw met een baby in te zitten. Na
enkele ogenblikken hoorde ik de baby wat huilen. De elandkoe
reageerde meteen door naar die auto toe te lopen! Ze bleef er
een meter of tien bij vandaan, maar de reactie was opmerkelijk.
De jongedame kwam naar ons toe rollen en we praatten nog wat. Na
haar vertrek ging ik nog de auto uit om te proberen nog wat
dichterbij te komen maar dat was duidelijk een grens te ver.
Duidelijk hoorbaar snuiven en ploffend met haar poten draafde
zij weg tot we haar bijna niet meer zagen. Ik liep nog even om
door een stukje ruig terrein, maar ze was weg en bleef weg.
Om
kwart over twaalf waren we weer terug om de luiken te sluiten
Dat was de eerste zelf gevonden eland en dat is wel zo leuk.
Donderdag 1 juli
Het einde van dit verslag schrijf ik nu al
omdat de rest als formaliteit kan worden beschouwd. De terugreis
van
Kristiansand naar huis is dezelfde als andersom zoals die
oude Chinees, Hoe-Lang-Al, mij ooit probeerde wijs te maken.
Mochten er zich onvoorziene wapenfeiten voordoen dan zal ik die
zeker alsnog vermelden.
Hedenmorgen ontbeten wij in de keuken en
kregen gezelschap van een paar Medelanders waar wij onder het
nuttigen van een en ander gezellig
mee keuvelden. Toen wij na het opruimen weg wilden en snel nog
wat over ons elandavontuur wilden vertellen aan de eigenares van
de kampong, zette
Pluvius de hemelpoorten wagenwijd open. Een
pittig buitje zal ik maar zeggen. Op ons gemak reden wij
richting Kristiansand en omdat de dag nog lang was trachtten wij
nog een eindje om te rijden. Meer met de bedoeling het “wilde
westen” terug te vinden maar dat is hier nu eenmaal niet. Het is
hier redelijk druk voor Noorse begrippen en zelfs dat vinden wij
al teveel. Maar we kunnen er uiteindelijk niet omheen. We zijn
aan het einde van een mooie reis en er rest ons niets anders dan
het moede hoofd in de schoot te leggen en een stadsvisite af te
leggen. Dat viel echt tegen. Het was behoorlijk druk en
eigenlijk was er net zoveel te zien als bij ons.
Zeeman, Hema, V&D, Intertoys etc. etc. etc.
Alleen de namen zijn anders en ik heb niet de moeite
genomen ze op te schrijven. Ook de mensen zien er hetzelfde uit
dus allemaal even lelijk als wij.
Het is opgeklaard en het is redelijk warm.
Op het terras van een echte Noorse tent met de onmiskenbaar
Noorse naam
Phyleas Fogg
nemen wij koffie met een lekker
broodje. Dan worstelen wij ons de stad uit naar de E-18 om de
“stads” camping op te zoeken.
Na een korte
blik keer ik die de rug toe en wij keren terug naar
Mandal en
Sandnes. We zoeken nog even de rust van een landelijke
camping en niet de opeenstapeling van caravans en mensen zoals
bij de stad en vooral bij water gebruikelijk lijkt. Om drie uur zijn we terug en boeken voor de
oude opslagruimte, het storhus. Oud is het zeker maar van binnen
redelijk nieuw betimmerd. Het is ook iets meer dan vijfhonderd
jaar oud en er moet óf een ander soort boom groeien hier, óf er
moet iets speciaals in de lucht zitten want zo lang houdt ons
hout het niet uit bij mijn weten.
Het oude huis dat nu ook wordt
verhuurd, is ook al meer dan driehonderd jaar oud. Twee bedden, een tafel, twee stoelen, een
lamp, een raam en een wastafel met alleen koud water is ons lot
voor Nok 300,= en dat is redelijk. We
maken uiteraard gebruik van de kjøkken en de dusj van de
kampong. In de veronderstelling nog iets tegen het
lijf te lopen wat de moeite waard is, rijden we naar
Mandal.
Vijf minuten rijden, Nok 60,= aan
parkeergeld verder, een half uurtje slenteren langs een
havenkade, door een centrum dat je onder de microscoop moet
zoeken vijf minuten terug rijden en rond vier uur zitten we
“thuis” aan de koffie in onze eigen kjøkken. Maar dan wel met
onderweg gekochte heerlijk aardbeien.
Noorse, dus zonder de Spaanse en Hollandse bestrijdingsmiddelen
en ze zijn ook echt goed.
Vanavond volgt nog een keertje de zalm
met pasta, morgen een beetje uitslapen en dan wacht de dikke
boot naar Hirtshals. Een volle maand is voorbijgevlogen. We
hebben een fantastisch land gezien en vermoedelijk elk soort
landschap dat het herbergt.
We hebben de stilte ervaren zoals
dat vermoedelijk alleen hier kan. De intensiteit van de Noorse
luchten onweerlegbaar vastgelegd op honderden foto`s en
onvermoeibaar ruim tienduizend kilometer in dit geweldige land
afgelegd. Het enige wat je tegen mensen kunt zeggen is:
” Je kunt
mijn verslag lezen en je kunt al mijn foto`s bekijken, je kunt
alle films zien en alle boeken erover lezen maar ga zelf kijken,
want in al die boeken,foto`s, films
etc. vind je niet hoe het is en ik kan onmogelijk de juiste
woorden vinden om te vertellen wat en hoe Noorwegen is. Die
woorden schieten eenvoudig
te kort”. Vraag maar aan Sonja.
Donderdag 1 juli 2004, 17.43 uur.
Noordkaap
2004