Dag 10
Maandag 25 mei,
Vandaag waren we
redelijk vroeg op pad om
naar
Erice
Antica (fotolink) te
gaan. Een steile klim met veel haarspeldjes, maar wel een
erg mooie route. Veel fraaie vergezichten. De vroege start
maakte dat wij de auto in de schaduw konden parkeren en dat
is bij de huidige 30plus een voordeel. Erice is een stadje
dat heel erg schoon wordt gehouden.
Bijna on-Italiaans schoon maar daaraan zal het toerisme debet zijn. Ontzettend veel souvenikswinkeltjes waar ik dan toch een T-shirt kocht van Marlon Brando als Godfather. Voor Fenna May werd een fraai keramisch fotolijstje ingekocht. Zo dragen wij ook bij aan de reparatie van de lekkende waterleidingen alhier.
Erice kan voor deze
rondreis worden ingelijst als een van de mooiste spots. Het
ligt op een hoge rots en een vlak stukje straat is bijna
niet te vinden. Smalle kronkelende straatjes met mooie
doorzichtjes. Gedurende de ochtend vulden die zich met meer
en meer mensen. Bij de duomo was het heel erg lang en
geduldig wachten tot alle kilo`s mensenvlees uit het zicht
waren. Dat waren er nogal wat gezien de omvang van sommigen.
Edoch, het is wéér gelukt om foto`s zónder te maken..jpg)
.jpg)
.jpg)

.jpg)
Daarna was het tijd
voor mijn molens. Een deceptie zou het worden maar dat bleek
pas na de pranzo. In een soort wegrestaurantje in de
uiterwaarden van Paceco genoten wij van een Italiaanse
maaltijd/lunch. Een bordje spaghetti en daarna een stukje
vlees en/of vis met sla en brood. Daarna nog een parfait die
wel 5 minuten nodig had om enigszins te ontdooien zo werd
ons verzekerd. Na een minuut of 10 ben ik maar gaan “hakken”
want het ding blééf hard. Nog koffie tot besluit en toen
moesten wij wel even 21,40 neuroses overleggen. Wat je noemt
een koopje. Meteen een tip voor anderen, neem een “Quick
Lunch” of “Snackbar” onderweg. De gewone Siciliaan doet dat
ook en dat is altijd een goed teken. Lage (normale) prijzen,
goede kwaliteit en een ouderwetse service.
Dag 10
(vervolg) en
Dag 11
De molens op de zoutpannen (foto`s).jpg)
.jpg)
Rijdend naar het Museo delle Saline bij Trápani bleek al dat
niet één molen nog intact is. Het is één groot
slagveld waar Don Quichotte zich best in thuis zou voelen.
Soms waren ze nog nauwelijks herkenbaar als molen en onze
Don zou deze zeker niet meer aanvallen. In het museum
slechts wat tekeningen en losse onderdelen die hier en daar
wel herkenbaar waren. Bovenas en bovenwiel, schijfloop,
conische wielen, de schroef van Archimedes, windpeluw en zo
nog wat tierelantijnen. De techniek is wel duidelijk.
Steenspillen en molenstenen, vaak twee koppels maalstenen,
voor de zoutmolens. De museummolen is zelf ook niet
toegankelijk. Waarschijnlijk een puinhoop binnen. Er wordt
nog steeds zout gewonnen maar men gebruikt elektromotoren en
zgn. vuilwaterpompen. Van “gratis” windenergie wordt
geen gebruik meer gemaakt.
.jpg)
.jpg)
.jpg)
Volgens een molenaar op deze zoutpannen moeten er bij
Marsala nog twee werkende molens zijn. Naar hij meldde een
watermolen om het zeewater in de bekkens te pompen en een
zoutmolen voor het grof malen van de zoutbrokken. De man
vond het niet erg dat ik het terrein op was gegaan en zelfs
in een van de molens was gekropen om wat plaatjes te
schieten. Daarna moesten we wel weg want het terrein ging op
slot.
De techniek van de zoutwinning is redelijk eenvoudig. Eerst
wordt er zeewater in het een zeer groot en ondiepe “pan”
gepompt. Dit gebeurde vroeger met de windmolens die voorzien
waren van een pomp of vijzel. Amerikaanse windmotoren zijn
hier ook voor gebruikt. De zon en de wind doen daarna hun
werk waarbij de concentratie van de zouten toeneemt.
Het Soortelijk Gewicht van het zoute water in deze pan wordt
gemeten met een zgn.
Areometer. Hier moet nog geen
kristallisatie optreden. Dan wordt het (dikkere) water naar
een volgend, kleiner bassin gepompt en daar wordt nog meer
water verdampt en wordt het water nog “dikker”. Pas in de
laatste bassins komt het tot volledige kristallisatie en
neerslag. Daarna wordt het zout opgeschept en met een
transportband op grote hopen gestort. Deze hopen worden
afgedekt met dakpannen, want anders ben je na een stortbui
van je zout af.
HIER vindt u nog een interessante link over de
zoutwinning.
.jpg)
.jpg)
De volgende dag, dinsdag 26 mei, tuften we naar
Marsala een
beetje met de moed in de schoenen. Dat bleek niet helemaal
nodig te zijn.
Het museum hier is beter ingericht dan bij Trápani. De
museummolen is ook behoorlijk gerestaureerd en goed
toegankelijk voor publiek. Jammer dat er geen
mensen/molenaars aanwezig waren om die te kunnen vragen om
technische uitleg. In tegenstelling tot wat de
molenaar/zoutschepper gisteren beweerde (maar mogelijk
schiet mijn Steenkolenitaliaans hier tekort), hebben ook
hier de molens geen functie meer. Zelfs niet voor de show.
Er staan twee molens in de zoutpannen die intact lijken maar
dat zijn ze niet. Het zijn beeldjes voor de fototoerist,
Maar hiermee wordt in ieder geval een poging gedaan om het
beeld in stand te houden. Het staat vol met allerlei
molenrestanten maar het lijkt allemaal ten dode
opgeschreven.
.jpg)
Allemaal erg jammer. Blijkbaar zijn er geen mensen met
interesse en vooral geld om hier iets aan of mee te doen. De
museummolen ziet er erg goed uit. Je kunt er van boven naar
beneden helemaal doorheen. Vanaf de stelling heb je ook een
goed zicht op de zoutpannen. De bouw van het gevlucht is van
dichtbij ook wel opvallend. Af en toe is het binnen wat
krapjes om goed foto`s te maken maar dat is toch aardig
gelukt. De techniek is in principe niet anders dan hier. De
molens zijn wel aanmerkelijk kleiner en zitten vrij simpel
in elkaar. Bij de foto`s staat het nodige commentaar en
aangezien een plaatje meer zegt dan duizend woorden zal het
allemaal wel duidelijk zijn.
.jpg)
Ik kreeg uiteraard geen uitleg van de dames hoe er gekrooien
diende te worden. Ik neem aan dat men een grote houten staak
of balk gebruikte om aan de buitenzijde in de houten
constructie te haken die buiten de kap over het molenlichaam
steekt. Binnen moeten de kettingen los en vervolgens kan met
mankracht de zaak worden verdraaid. De kap ligt rechtstreeks
op de kruivloer met alleen vet ertussen en wordt opgesloten
door een gemetselde “keerkuip”. Ik neem ook aan dat hier nog
wel iets van hout tussen zit, maar dat heb ik niet kunnen
zien. Op een later geziene foto lijkt de “keerkuip” een
vast onderdeel van de kapconstructie.
De vang is ook wel bijzonder. Een grote ronde houten “bus”
om de “koningsspil” waaromheen een dik touw met drie slagen
gewonden zit. Aan de binnenzijde is het eind verankerd in de
muur. Eén verdieping lager hangt via een katrol het andere
eind. Trekken zorgt ervoor dat de “bus” als het ware gewurgd
wordt en daarmee de molen gestopt. Dat zal bij deze kleine
gevluchten goed hebben gewerkt. Of dat bij een “orgel” van
een meter of 28 ook kan werken, lijkt mij een aardige vraag.
In deze museummolen konden we ook genieten van een
dvd-voorstelling over de zoutwinning en de werking van het
systeem met de molens. Dat is nu niet anders, zij het dat er
elektromotoren worden gebruikt voor de pompinstallaties. Er
is ook een flink aantal tekeningen en foto`s uit oude tijden
aanwezig waarmee een redelijk beeld wordt verkregen van hoe
het er ooit aan toeging. Voor het plakboek hebben we nog
twee zakjes zoutbrokken gekocht. Wellicht gaat dat ooit in
de molen.
Het werd door de vele molenruïnes niet bepaald het
hoogtepunt van deze rondreis. Zo af en toe stond ik met
tranen in mijn ogen maar dat kan ook van het zout zijn
geweest.
Toch
waren het voor een mens die iets met molens heeft twee
interessante uitstapjes.
.jpg)
Na deze ietwat teleurstellende ervaring was het tijd om eens aan de
boodschappen te gaan werken. Daarbij blijkt de tijd dat de
winkels open gaan wat lastig. Half vijf is de start en tot
nu paste dat niet zo. Dus eerst
naar de kampong en later
weer naar Trápani.
Vanavond hebben we
ons vergrepen aan zoiets als een uitsmijter, eieren met
spek/ham. Astrid maakte nog even kortsluiting met een
buurvrouw en ging eens kijken bij de VW-camper, Het werd
weer een praatje van twee uur zodat die mensen nu nog zitten
te eten (21.36). Schande en eigenlijk veel te brutaal van
haar. Maar ja, wie ben ik om haar tegen te houden? :-)
Dan nog tijd gemaakt
om de foto`s naar de leptop te verhuizen en deze leugens op
te tekenen.
Morgen dus richting
Marsa Allah en vervolgens naar Selinunte.
Dag 11
Dinsdag 26 mei,
.jpg)
.jpg)
Een dag van
tegenstellingen, zeker in verhouding tot de molens. In de
morgen gingen wij naar de zoutpannen vóór Marsala bij
Stagnone. Het museum hier is beter ingericht dan bij
Trápani. De museummolen is ook behoorlijk gerestaureerd en
goed toegankelijk voor publiek. Jammer dat er geen
mensen/molenaars aanwezig zijn om die om technische uitleg
te vragen, Laat duidelijk zijn dat ook hier de molens geen
functie meer hebben, zelfs niet voor de show. Er staan twee
molens in de zoutpannen die intact lijken voor de toerist,
maar dat zijn ze niet. Maar hier wordt in ieder geval een
poging gedaan om het beeld in stand te houden. .jpg)
.jpg)
.jpg)
Omdat het nog
redelijk vroeg was, gingen wij echt helemaal binnendoor naar
Selinunte. Wat een groot eiland is Sicilië toch, wat een wijnstokken en
olijfgaarden, wat een stilte en een warmte. Met de brandstof
werd het nog wat krap in deze verlatenheid, maar eenmaal bij
een pompstation konden wij ook genieten van een cappuccino
met een zoete bolus.

In Selinunte hebben
wij tempel F,G en H bekeken. Geweldig, maar feitelijk staat
er weinig goed overeind. Je krijgt wel een goede indruk van
hoe gigantisch groot ze geweest moeten zijn. De
foto`s
vertellen hier weer het hele verhaal..jpg)
.jpg)
.jpg)
Het echtpaar op de rechter foto komt uit het noorden des
lands. De man tekende uit de hand de tempel na en dat ging
hem zeer goed af. Dat is weer wat anders dan een foto nemen
maar heel vroeger had men niet anders. Ik vind het erg knap.b.jpg)
Daarna de beslissing
om door te rijden naar Agrigento, camping Nettuno in
San Leone. Het was wat zoeken naar een goed plekkie, maar dat
lukte.
Wat er niet echt
goed lukte was het missen van mijn handen. Uit mijn toch al
geplaagde werktuigen hapte een tentstokverbinding een stukje
vlees uit een vinger. Afgeplakt die zaak en verder maar.
Totdat ik bij het inbrengen van een “haring” met mijn
tomahawk op mijn eigen poot sloeg en mijn linkerduim
toetakelde. Slecht vingerwerk zal ik maar zeggen. Na enige
tijd had ik de aardappels klaar staan om ze te gaan koken.
Helaas, mijn maatje zocht e.e.a. achter het kookstel en hopsakee
daar lagen de patatten in het zand. Beetje spoelen en een
blinde proeft er niets van.
De lucifers die
we kochten bij de “market” gaven niet thuis en zeker geen
vuur. Hoe erg de diverse figuren ook hun best deden om aan
te tonen dat ze echt wel werkten. Niet dus! Daarna ging het
wel weer goed, het eten was redelijk gemaakt door chef Jan
en de wijn smaakte ook goed. Tot slot een ijsje gehaald en
dit stukkie getikt nadat mijn kompane hare plichten had
vervuld, het reinigen van borden, potten, pannen, vorken,
messen en meer van die rotzooi. .jpg)
De planning is hiermee ook gewijzigd. Wij hebben een dag ingelopen op het schema, die we vermoedelijk aan Lucca gaan besteden. Verder slaan we Piazza Armerina over en gaan morgen na de Templi door naar Aci Reale. De camping daar kent een aardig restaurant. Dat wordt dan de laatste nacht op dit mooie eiland. De oversteek naar het vasteland is dus nakende.
Buona notte e forse a domani.
Sicilië Mei 2009