Even een Blokkie om
(tweede week)
![]()
Tour `s mee
(toerisme)
Nooit gezien en nooit gedacht dat massatoerisme er zó uit kan
zien. Ik wilde maandagmorgen wel eens een Nederlands krantje en
moest daarvoor naar
Torremolinos. Een kilometer of 25 rijden en dan
gelijk maar eens op de boulevard kijken. Zo ver ben ik niet eens
gekomen. In het centrum vond ik een krant, een Telegraaf, hoe
kan het
ook anders maar okay.
Na twee espressootjes zette ik de
motor op slot en zette het op een lopen. 
Dat heb ik een
kwartiertje volgehouden en ben toen spoorslags op mijn schreden
wedergekeerd.
Het is er héét en het is er vól.
Elk terras, en
dat zijn er véééél, is afgeladen met elke nationaliteit die je
maar kunt bedenken. Wat een ramp als je liefhebber van natuur en
rust bent. Omdat ik hier niet met een camera betrapt wilde
worden, heb ik wat plaatjes van het internet overgenomen.

Op

De avond bracht zwarte bewolking en veel machtsvertoon van bliksemflitsen en knallende donderslagen. Ha, eindelijk afkoeling en een flinke bui. Nou, dat flinke kon er wel af want ook dit was allemaal Spaans machogedrag. Het druppelde wel een beetje maar áls de grond al werd bereikt vóór verdamping, kon je de inslag al niet meer terugvinden. In een plaatselijk blad stond ook een interessant artikel over de verwoestijning van Zuid Europa. De opwarming van de aarde die in Noorwegen tot wat meer afsmelting leidt van een paar gletsjers, levert hier nog ergere problemen op, die duidelijk zichtbaar zijn en voelbaar voor de bevolking hier. Waar eindigt dit? In ieder geval levert het soms wel mooi luchten op.
Het kán minder
De volgende morgen na de koffie maar eens op pad naar drie motorzaken die ik in de Spaanse telefoongids op internet had opgesnord. Twee zaken waren in Alhaurin el Grande (foto`s) maar dat bleken meer fiets- en bromfietswinkels. Dus dan maar de derde in Alhaurin de la Torre, zijnde
Moto Garrido aan de Avda. Cristóbal Colón 20, voor als iemand eens op bezoek wil. Een uitstekende zaak waar het ook behoorlijk druk is. Siërra Nevada en verder

Vandaag waarschijnlijk de laatste tour door een deel van
Andalucia want volgende week moet ik weer naar huis. Om half
negen start ik de FJR en ga op weg. Via Malaga naar de A-7 die
mij
langs de kust voorbij
Rotskust voorbij Nerja

De tweede helft is minder goed en daar
wordt op diverse plaatsen behoorlijk aan gewerkt.
Gevolg is dat
de afwatering langs de weg nog niet op orde is en daardoor is er
vannacht 
heel wat water en modder over de weg gestroomd. De
modder is in half opgedroogde toestand dus is het zaak goed uit
je doppen te kijken. Blind een bocht induiken is er niet bij. In
het dorp
Cádiar besluit ik een broodje te gaan eten. In mijn
beste Spaans bestel ik een bocadillo con jamon (alweer) en een koffie.
“Nee doet u maar twee broodjes”, want ik heb flink trek. Op een
gegeven moment komen die “broodjes” ook. Het blijkt een
heel stokbrood te zijn dat gewoon in vier stukken is gesneden en
volgepropt met rauwe ham. Heerlijk maar veel te veel. Manmoedig
eet ik er drie stukken van op en de vierde gaat 
in een servetje
de koffer
in. Twee koffie en een heel stokbrood met een pond
rauwe ham voor € 7,20 waar vind je
dat? Ik blijk mij op de
zogenaamde
Ruta de la Alpujarra
te bevinden, genoemd naar die
plaats. Hier bevindt zich ook het
Castillo de Mecina.
Bij
Larole draai ik linksaf naar de A-337 die naar
La Calahorra
voert.
Hier ligt op een heuvel een zeer fraai fort of kasteel over de
omgeving uit te kijken. De informatie laat zien dat het hier
gaat
om
een kasteel uit de renaissance.

De route
door de Siërra zelf is indrukwekkend en ik schiet er de nodige
plaatjes.
Het hoogste punt waar je komt, reikt tot 1992 meter.
Bovenop bij het informatiebord heeft men er nog 8 meter bij
verzonnen maar die geef ik ze cadeau. Daarna duikel je een eind
naar beneden maar blijft op een hoogte van ongeveer 1350 meter.
Dat is goed voelbaar want er staat een keiharde wind over deze
vlakte die van links probeert de camera van mijn nek te rukken.
Het voelt aan als een graad of twaalf en dat met mijn
“doorluchtige” pak aan!
Wat de StreetPilot laat zien, klopt in
de praktijk ook. Links zie je een groen gedeelte zijnde
dennenbossen en rechts een geel vlak zijnde de verschroeide
vlaktes die in de diepte liggen te blakeren.
Als ik ben
aangeland op die gele
vlek kom ik op de SE-19 die als een
Bochtenwerk
liniaal kilometerslang doorloopt tot de aansluitende weg naar
Quadix.
Het lijkt wel een stuk van de Route 66 en als je in deze
buurt Santa Fe, Laredo en Nevada tegenkomt dan moet je je haast
wel in de States wanen. En wat te denken van Chapparal? Ook
de dorpen en
de huisjes/huizen doen daar sterk aan denken, maar
het zou ook kunnen dat
die beeldvorming is ontstaan doordat al
die cowboyfilms juist hier zijn opgenomen.
Na Quadix kies ik ervoor
wat kilometers te vreten op de A-92 overgaand in de N-342
richting “huis”. Dat is nog zo`n 180km en er liggen nog wat
mooie stukjes te wachten.
De
weg doorsnijdt De
Siërra de Huétor.

Machtig gezicht al die grove
pieken waarin in verticale richting diepe sleuven zijn
geërodeerd. De kleur varieert van lichtgeel tot rood. Ik maak er
geen foto’s van want de vluchtstrook is ook niet meer dan een
strookje van een halve meter. Ik kom hier nog wel eens terug,
want zo`n gebied moet je gewoon doorkruisen om er van te kunnen
genieten.
Ik
besluit nog even door
Granada
te rijden.
Ik ben daar ooit al
geweest maar zoiets kun je beter wandelend doen. Het verkeer is
te hectisch om in de weg te gaan rijden. Wegwezen dus en op naar
Antequera een mooi stadje in het verlengde van de A-92. Na hier
nog een bakkie te hebben genoten in het oude centrum wordt het
tijd voor
het laatste stuk. De N-343 ligt met ruim 35 kilometer
bochtenwerk tot aan
Pizarra op mij te wachten. Wat een feest om
hier te kunnen rijden. Het is erg rustig hier want het is geen
doorgaande weg voor het normale verkeer. Intussen ben ik toch
redelijk moe want er zit al zo’n 435 kilometer op. Het is zaak
om de concentratie vast te houden want het is net of je langs
alle slierten moet rijden van een bord spaghetti. Je hebt bijna
geen overzicht en soms blijkt een bocht veel sterker te
“knijpen’ dan je verwacht. Zo hier en daar moet ik dan ook even
een foutje rechtzetten. Gelukkig is er zo weinig verkeer dat het
niet leidt tot problemen. Vertrokken om half negen sta ik na
482km om kwart voor zeven weer voor het hek. Ik zal hier niet
beweren dat
ik Andalucia heb gezien maar wel heel veel ervan.
Het is nu eenmaal een verschrikkelijk groot land en daarom moet
je hier niet op een kilometertje meer of minder kijken. Intussen
is ook broerlief net binnen uit Nederland net zo gaar als ik dus
na het eten een douche en een wijntje wordt rapidamente het bed
opgezocht.
Pizarra
Het Dorp Villafranco del Guadalhorce
Vrijdagmorgen moeten mijn neefjes weer voor het eerst naar
school.
Die zijn in de zomer drie maanden thuis! Hoe hou je die
in het gareel? Enige dagen geleden heb ik ze meegenomen naar hun
dorp
om daar eens rond te kunnen kijken.
Daar waren ze alleen
toe bereid onder het dreigement dat ik wel alleen een ijsje ging kopen.
Dat ze daarbij toch een flinke wandeling met Ome
Jan moesten
maken hadden de snaken niet voorzien.
VillaFranco is ook werkelijk gebouwd onder Franco`s regime en
meerdere stadjes die toen gebouwd zijn,dragen dan ook zijn naam.
Er is de nodige moeite gedaan aan de boel aan te kleden met
palmen en alles ziet er goed onderhouden uit.
Ook de bejaarden
worden niet vergeten want naast het kerkplein
staat een hele rij
bejaardenwoningen.
Het aantal winkels is zeer beperkt, maar
ééntje springt er echt uit. Het is een ouderwetse Winkel van
Sinkel want werkelijk van alles wat je in of om je huis nodig
zou kunnen hebben, is er te koop. De zaak staat stampvol en er is
met enige moeite wel een kleine orde in de chaos te ontdekken.
Ik heb wat isolatie band nodig om mijn
verstoorde relatie met
"Carmen" te kunnen herstellen.
Op mijn vraag of de dame
"cinta aislante" heeft (dat had ik wel even opgezocht),
duikt zij in de chaos en is binnen 20 seconden terug met het
gevraagde. Klasse! Ik had wel over het hoofd gezien dat de
siësta hier iets anders ligt dan in Italië.
Ik veronderstelde
dat om een uur of vier de boel
wel open zou
zijn, maar dat bleek half zes te zijn. Het ijsje konden we wél
bemachtigen
wat het
wachten wel veraangenaamde.
Mijn indruk is dat veel van dit
soort dorpen in Andalucia zo zijn. Het zijn bijna zelfstandige
wooneilandjes in een harde maar mooie natuur.
Ik zwaai de hele familie uit als Guillermo en Lucas door Pa en
Ma naar hun eerste schooldag worden gebracht en bezoek zoals elke
dag even onze, d.w.z. de
FJR-site.
Daarna haal ik de motor uit de garage en zet
de slang erop.
Door de enorme droogte is hier alles vergeven van
zeer fijn stof. Hij ziet er niet uit. Bij controle blijkt de
stand op 3867 kilometer te staan. Even een blokkie om? Het
blokkie is nog niet af want ik moet ook nog huiswaarts.
Volgens
de 2720 is dat als snelste route nog 2276 kilometertjes. Dat
wordt dan een blokkie om van 6143 kilometer dat is tenminste de
moeite.
Kilometers vreten
Dan
is er op zondagmorgen om 07.15 de start van de rit naar huis. Ik
besluit om voor de snelste route te gaan. Dat betekent dus alle
snel- en tolwegen die er te vinden zijn van hier naar
Zwijndrecht. Onderweg zal ik bekijken hoe het loopt en óf en
wáár ik mijn tentje op zal slaan. Al vóór dat ik ga tanken ga ik
aan de kant om mijn regenoveral aan te doen. Niet vanwege de
regen maar de kou. Het is hooguit een graad of 12 en mijn pak
blijkt nu iets te doorluchtig. Dat zal zo blijven tot een uur of
12 want dan pas is de boel voldoende opgewarmd.
Rare
jongens de Spanjaarden? Vlak voor
Toledo
wil ik even van de weg
voor een bakkie. Ik kijk kort voor de afslag naar boven en ik
besluit de volgende te nemen. Bovenaan verschijnt net een
massieve kudde schapen van enige honderden stuks die over de
hele breedte van de weg achter de herder naar beneden komt. Hij
zal niet tegen het verkeer in de snelweg op gaan en vast ergens
een doorgangetje naar rechts hebben. Maar het is een mal
gezicht. Voorbij Madrid besluit ik om rechtstreeks naar huis te
rijden. Ik heb geen zin meer
om uit en in te pakken.
Afbeelding van National Geografic via Google "Toledo".
De A-63 die
naar Bordeaux voert, blijkt over grote afstanden aan onderhoud
onderhevig en ik kan onder dreigend samenpakkende wolken geen
plekje vinden om even mijn regenoveral aan te doen. Gevolg is
een flinke bui en een redelijk nat pak. Bovendien dreigt er een
brandstoftekort en volgens Marianne (symbool van Frankrijk), die ik heb ingeruild voor
Carmen, ligt de volgende pomp pas op bijna 20 km. en ik rij al
bijna 15 km. op reserve.
De dichtstbijzijnde dan maar? Het wordt
gokken. Ik ga van de A-63 naar een kleine plaats in de buurt
maar
wel 16 kilometer verder. Maar de twee pompen zijn dicht.
Dan maar door naar het volgende dorp,
Parentis en Born.
Het
toeval wil dat wij daar een aantal jaren met de kinderen op
vakantie zijn geweest. Surfen op het binnenmeer was daar de
hoofdmoot. En natuurlijk zijn alle drie de pompen dicht. Er is
een pomp met een kaartautomaat van Super-U en tsja zo`n kaart
heb ik niet. Ik stap op een auto af, een
205, en ik vraag de
chauffeur of hij mij met een kaart wil helpen. het antwoord is
van nee en hij neemt meteen een flinke slok uit een fles waar
duidelijk geen water in zit. Zonder mij verder een blik waardig
te keuren rijdt hij hortend en stotend weg. Gelukkig zijn er ook
heel veel sympathieke Fransen en
één van hen,die juist zijn auto aan de overzijde in de wasstraat
van Super-U heeft staan,is bereid mij zijn pas te lenen tegen vergoeding van
het getankte bedrag. Dat is nou jammer, maar ik voldoe graag aan
zijn verzoek. natuurlijk kent hij camping
L`Arbre D`Or ook goed
en we babbelen er wat over. Leuk om te horen dat hij de eigenaar
ook kent en hij zal mijn groeten overbrengen. Het natte pak is intussen aardig droog gewaaid en
voor de avond en nacht klim ik weer in mijn regenpak. De rest
van de reis zal ik jullie besparen
want het wordt natuurlijk een
uithoudingsproef. Ik las korte stops in tijdens de tankbeurten
voor een happie en een bakkie en na het passeren van
Parijs,
maar ook al daarvoor, geef ik de machine goed de sporen. Het
aardige van zo`n navigator is dat je nauwelijks verkeerd kunt
rijden. Vóór Parijs bedacht ik dat het leuk zou zijn om zo dicht
mogelijk of zelfs dóór het centrum te rijden.
Dat lukte heel
goed. Telkens week ik zelf steeds meer af naar het centrum
terwijl de StreetPilot dan meteen weer een aanpassing pleegde om
toch op de uitgaande weg naar het noorden te komen. Het echte
centrum heb ik maar gemeden en na Parijs ging de wijzer nogal
eens over het getal 200 en hoger. Beetje dom want als je wordt gepakt,
kun je de motor nazwaaien en een zeer hoge boete ligt dan in de
lijn der verwachtingen. Maar gelukkig zaten alle
Jan Darmes thuis of op het bureau. Het gevolg is dat ik om precies 04.00
uur het plein oprij. 2191km in 20 uur en 45 minuten. Gekkenwerk?
Och, ik ga de eerste nachtdienst altijd in zonder eerst te
slapen en soms moet je dan ook een volle nacht aan de bak op een
raffinaderij. Dat is nooit een probleem geweest en dat is het nu
ook niet. Moe? Ja natuurlijk, maar slaap heb ik niet gehad en
heb zelfs nog de puf om eerst af te laden, vervolgens de motor
naar de garage 3 kilometer verderop te rijden en weer terug te
fietsen. Dan neem ik
een douche en scharrel nog even door de mail voordat ik na een
lekkere neut om 06.00 uur mijn kooi in duik. Een leuk Blokkie Om
en niet te vergelijken met mijn eerste trip naar de Noordkaap
die ook iets meer kilometers kostte dan nu naar Gibraltar en
omgeving.
Conclusie? Het is voor herhaling vatbaar maar dan wel
als ik met de vut ben. Het reistempo kan dan lager en het
tussendoor bezoeken of opnieuw bezoeken van plaatsen onderweg
mag dan gerust tijd kosten. Dat wordt dus één van de plannen
voor de komende jaren, een tijdje zwervend door Frankrijk en
Spanje en weer terug.
Gibraltar
September 2006