Het Eerste Jaar (4)
Dit
wordt de derde week van onze verkenningstocht door Portugal. Zondagmorgen
om 07.45 uur zijn wij vertrokken naar De
Serra de Estrela
een mooi natuurgebied onder Guarda. Het is ongeveer 300km en
vroeg in de middag arriveren wij op de camping die we hebben
uitgezocht in de gids van de ANWB. Nu, in 2008 moet ik
ontzettend mijn best doen om São Gião op de kaart te
vinden. Ook MapSource van Garmin biedt geen oplossing. De
dichtstbijzijnde plaats is Sandomil dat wel op
kaarten te vinden is. Gelukkig geeft de link die ik in
Google vind de coördinaten zodat via Google Earth het dorpje
zichtbaar wordt. De
camping ligt daar een
paar kilometer vandaan. Diep, letterlijk diep verscholen in
de Serra vinden we na enig zoeken de camping.
Na twee weken kamperen vinden wij dat we wel een bungalow
hebben verdiend en huren er eentje. Voor fl 54,- per dag
hoef je niet te tobben en alles is aanwezig. nadat wij ons
hebben geïnstalleerd, gaan we eerst eten in het restaurantje
bij de ingang. De schotels die we bestellen zijn zeer
overvloedig gevuld en we eten lang niet alles op. Hier in
het binnenland is alles spotgoedkoop en we rekenen met een
dikke fooi fl35,- af voor soep, hoofdschotel, toetje, wijn,
digestief Grappa en koffie toe.


De bungalow heeft als warmwater voorziening een geiser en die
is levensgevaarlijk geïnstalleerd. Als ik een douche neem,
gaat de geiser uit en sta ik onder een koude straal. Nader
onderzoek leert dat de afvoer door het plafond uitkomt op
een soort kruipruimte maar niet wordt doorgevoerd naar
buiten. De rookgassen zamelen zich daar op, dringen de
bungalow binnen en de geiser dooft bij gebrek aan zuurstof.
Een koolmonoxidevergiftiging ligt hier op de loer. Ik leg
aan de baas uit wat hier mis is, maar omdat er nooit iets
fout gaat, blijft alles ongewijzigd. Wij verhuizen naar een
ander onderkomen waar een boiler aanwezig is. Dit is een oud
arbeidershuisje waar het ongelooflijke aantal van 14 mensen
(echtpaar met kinderen) in heeft gewoond. Nu is het verdeeld
in een boven- en benedenwoning maar we zijn er all
een.
Na het eten maken we een kort ritje op de motor en belanden
zo in São Gião zelf. Het berglandschap is hier doodstil en
betoverend mooi. De weg omhoog is een met asfalt bestreken
ezelpad met andere woorden, verschrikkelijk. Je moet hier
geweest zijn om te weten hoe het is. Foto`s, hoe mooi ook,
kunnen wel een indruk geven maar niet van de werkelijkheid.
De volgende dag maken we een verkennende toer in de wijde
omgeving en je kunt om de paar honderd meter wel stoppen om
van het uitzicht te genieten. Dat doen we dan ook. We rijden
een klein dorp in en dalen via een zeer smal weggetje af.
Zelfs met de motor gat het maar net. Op een kruising besluit
ik terug te keren want iets verder wordt het echt te gek. We
moeten beiden ver naar voren leunen om weer omhoog te kunnen
zonder dat de Yamaha steigert zó steil is het. Dorpsbewoners
komen naar buiten om te zien wat er allemaal aan de hand is.
Voor hen een waarschijnlijk nooit vertoond iets.
Onderweg doen we nog wat boodschappen en komen ook bij een
bakkertje. Met de nadruk op "tje". Ik zie ergens een vrouw
naar buiten komen met brood en ga daar op af. Het blijkt zó
klein dat er twee mensen naast elkaar vóór de toonbank
kunnen staan en de vrouw erachter schuifelt zijwaarts heen en
weer. 10 verse broodje kosten het kapitaal van één hele
gulden!!(tsja, er bestond nog geen euro). We houden het eten
wat simpel want we groeien hier wel een beetje. De avond
valt hier plotseling vanwege de bergen en we gaan met de
kippen op stok. Morgen wacht Coïmbra.


Na een wat onrustige nacht (te donker?) en een wat laat
ontbijt gaan we per auto naar
Coïmbra. Gerda wil
gewoon even op comfortabel. Op zichzelf een aardiger stad
dan Lissabon. Waarschijnlijk omdat het wat kleiner is en
daardoor "knusser". Vooral in het hoger gelegen oude deel
zijn de straatjes smal en steil. Hier tegenaan ligt een van
de oudste universiteiten van Europa. Zo`n universiteit
brengt vanwege de vele jongelui natuurlijk ook de nodige
drukke gezelligheid met zich mee. Een bezoek aan deze
universiteit is een must en met name de oude bibliotheek is
zeer indrukwekkend. In het geheel is het een prachtig gebouw
met weer veel azulejos wanden.

Op
de galerijen is het opvallend koel. Hier en daar kunnen we
een kijkje nemen in een collegezaal en één grote zaal is
open voor toeristen. vanaf de hoogste verdieping is er mooi
uitzicht op de
Sé Velha, de oude stad,
de rivier en de modernere wijken.
Na
ons bezoek zoeken wij verkoeling in een heel erg blauw café.
De hele zaak is rondom betegeld met azulejos tot plm. 1,50m
en daarboven zijn tableaus aangebracht van het oude
maar ook van het nieuwe Coïmbra. Het is prettig toeven hier
met de airco aan. De baas vertelt desgevraagd over de
tableaus en trots poseert hij achter de bar voor een foto.


Daarna brengen wij een bezoek aan de oude kathedraal, de
Sé Velha. Een mooie
stille kloosterhof alles indrukwekkend in de ouderdom.
Het is erg warm en we slenteren op ons gemak door de oude
stad. rond de klok van drie gaan we weer terug. Om de route
wat te bekorten, kies ik voor een tussenweg naar de N17. Dat
had ik beter niet kunnen doen. Je kunt hier niet harder dan
en kilometer of 15 per uur. Alles rammelt verschrikkelijk.
De gaten vinden je vanzelf die zijn niet te missen.
Bij terugkomst besluiten
we wat te gaan eten in de cantina. Daar kan het qua
hoeveelheid weer niet op. Bestel je biefstuk dan krijg je er
geen twee maar drie. Twee flinke bergen rijst met wat
olijven erop', ook nog frites en een heerlijk frisse salade.
De wijn van het huis is erg goed. We zitten tot in het
donker te luisteren naar de bergen en de rivier die ongezien
voorbij ruist. Morgen zullen we op zoek gaan naar een
zwemgelegenheid die hier in de buurt zou moeten zijn.
In
ieder geval in Oliveira do Hospital. We zullen zien.



De
Bibliotheek Macao
Vanaf De Sé
De volgende
dag is een luie dag want we slapen uit en gaan pas rond
tienen aan het ontbijt. daarna pakken we de zwemspullen en
stappen op de motor en rijden naar Oliveira. Daar blijkt het
zwembad toevallig gesloten en wij scharrelen verder over
kleine wegen.

We komen terecht in
Ponte das tres Entradas
en vinden daar een leuke camping met mooie
appartementjes. Alles erop en eraan inclusief airco voor de
somma van 55 oude guldentjes per dag. Naast de brug is een
pleintje waar naast elkaar een kleine supermercado, een bar
en een restaurant staan. Het restaurant blijkt later
Portugees lekker te zijn. De camping ligt aan de rivier en
je kunt er zwemmen, vissen, kanoën etc. Het dorp ligt aan de
andere kant en ver boven ons zien we een dorp dat
Aldeia das Dez blijkt
te heten. We besluiten stante pede te verhuizen en rijden
terug naar São Gião. We gooien de bagage enigszins primitief
op de aanhanger naast de motor. Onderweg terug rijden we met
de motor helaas óver een groene slang. Hij of zij
Aldeia das Dez "Ons
bloemendorp".
zal plm. 80cm zijn. Ik draai om te zien hoe de slang het
maakt. Vermoedelijk heeft die wat ribben gebroken of
gekneusd maar is dapper genoeg om naar de voorband te
happen. Na een minuutje schuifelt de slang het veilige gras
in. Later zien we er meer en ook groter. Het blijkt de tijd
om op vrijersvoeten of -buik te gaan. Je komt dan ook nog al
eens doodgereden exemplaren tegen. Jammer!
Na de verhuizing en een kleine verkenning te voet, gaan we
eten in het restaurantje. Ook hier wordt weer heerlijk eten
geserveerd. Een enorme schotel met grote moten vis is ons
deel. Dan valt mijn oog op een voor mij onweerstaanbare
lekkernij, chocolademouche! Gemaakt van hele donkere
chocolade. Ik vraag om het recept maar volgens het meisje
zal de kok dat niet geven. Ik probeer nog wat van mijn beste
Frans in de strijd te gooien en het werkt. De kok zelf komt
mij halen en in een oude, kleine, maar schone keuken wordt
mij ter plekke voorgedaan hoe dat moet. Als de boel voor de
koeling de ijskast in gaat, krijg ik nog een portie en een
aguardente van de
kok. Wat een heerlijke mensen toch.
Voor mij is er eigenlijk maar een dissonant en dat is het
hondengeblaf in de nacht. Het blijkt dat er nogal wat
groepen half verwilderde honden rondzwerven die leven als
een roedel wolven. Niet dat ze mensen aanvallen maar wel
plunderen ze afvalbakken etc. Hun stille aanwezigheid maakt
dat kettinghonden beginnen te blaffen en dat gaat van de een
naar de ander. In de stilte van de nacht reikt dat tot zeer
ver. Gelukkig brengen oordopjes van de baas hier uitkomst.
Deze
donderdag 16 juni gaan wij op de motor een tocht van bijna
190km maken die ons dan wel buiten het gebied of eigenlijk
in de uitlopers van de Serra brengt maar wel een zeer fraaie
route genoemd mag worden. Ongeveer middenin ligt het
plaatsje
Arganil dat een doel op
zich was.
Voor
de motormuizen onder de lezers zal het duidelijk zijn dat we
hier te maken hebben met heel veel bochtenwerk. Gelukkig
waren de wegen op deze route redelijk tot goed berijdbaar.
Het is vanwege al die bochten dan ook niet verwonderlijk dat
je voor "slechts" 190km een bijna een hele dag nodig hebt.
Inclusief voldoende pauzes met eten en de nodige hoeveelheid
water en koffie. Ongemerkt droog je behoorlijk uit op zo`n
fiets in deze warme omstandigheden. Als we toch nog vroeg in
de middag terug zijn bij Aldeia das Dez horen wij van de
plaatselijke kroegbaas, taxichauffeur, ijsverkoper,
toeristeninformateur etc. van het plaatsje
Piodão. Het is "maar"
17km alleen vertelt hij er niet bij dat het een
ongeasfalteerde weg is. Wel breed en stevig van ondergrond,
maar toch. Wij rijden weer de Serra in en moeten halverwege
omkeren. Het is hier berggebied en we worden verrast door de
mist. Maar gezien de schitterende omgeving zullen wij hier
zeker terugkomen.
We besluiten de dag met een schotel eigengemaakte spaghetti
in ons appartement. We luieren de avond in en nemen nog een
drankje in het café. Morgen ligt er een route naar
Torre, het hoogste punt
van Portugal.



Neus in de Serra
Sanctuario
Arganil


De weg naar Piodão
waar de kaart een nadere
bestudering verdient van Gerda. U ziet dat wij hier heel
foei geen motorkleding dragen, een fout die ingegeven werd
door het warme weer. Dit werd al snel afgestraft door de
naderende mist die zeer snel zó dicht werd dat wij stapvoets
op onze schreden terug moesten keren.
De volgende dag
nood het weer niet echt tot een trip met de motor en wij
gaan per auto de Serra over. Via
Gouveia
naar Manteigas, Valhelhas, langs Guarda etc. Een zeer divers
landschap van loofbos, dennen, kale rotsen, gele brem en
paarse heide. Net na Gouveia halen wolken en mistbanken ons
in en ontnemen het uitzicht naar beneden. Maar om een
volgende bocht schijnt de zon toch weer
en worden we
verrast door een vos die met een buit de weg oversteekt. We
eten in Manteigas en ik betreur de beslissing om niet met de
motor te gaan. De weg tussen Gouveia en Manteigas is een
eldorado voor liefhebbers van bergrijden. Dit stuk ziet u
hieronder wat uitvergroot. Het zou kunnen dat iemand hier
wil scheuren maar dat is zonde van de prachtige uitzichten.
Regelmatig zijn wij uitgestapt om daarvan te genieten en een
eenzame auto kan de rust en stilte niet verstoren.
Nadat we Guarda zijn
gepasseerd, willen we binnendoor naar. We rijden tegen de
aanwijzingen in toch een dorp binnen om er doorheen te
rijden. Dat gaat dus niet want het is niet breder dan twee
ezels naast elkaar. We keren terug en rijden om het dorp
heen op advies van een "zwarte weduwe". Traditioneel loopt
een weduwe na het overlijden van haar man haar verdere leven
in het zwart. We rijden niet helemaal goed en komen terecht
op een bergpad. We besluiten het avontuur aan te gaan en
door te rijden. Na een onnavolgbaar kronkelende route komen
we uiteindelijk toch weer op de N17 terecht. Bij aankomst in
Ponte das tres Entradas begint het te plenzen. Van de
landheer kopen wij een kilo kersen en die smaken ons goed.
Voor het eten fröbel ik wat in de keuken in elkaar en de
avond brengen wij luierend door.

Links
een fraaie blik op een mogelijke route voor de mountainbike
of een offroad motorfiets? Liever geen motor natuurlijk. De
haast onvermijdelijke geiten en de zichtbaar slechte weg
horen bij dit landschap. Evenals de mooie, verstilde dorpen
waar je

met
de auto vaak niet doorheen kunt. Maar omrijden is geen straf
in dit landschap. Wie van de natuur houdt, van de zon, van
rondtrekken in de bergen en dalen van een land moet hier
zijn. Hoelang het zo ongerept zal blijven weet ik niet.
Zaterdag 18 juni: We luieren de ochtend door want het is
bewolkt en donker. Af en toe prikt de zon er even door en er
gloort verbetering. Vanmiddag gaan we op de motor naar
Viseu. Het plan om ook naar Porto te gaan laten
we varen vanwege zeer slechte berichten uit die omgeving.
Zware regen, ondergelopen wegen etc. We blijken hetzelfde
gevoel te hebben. Na drie weken rondsjouwen, hebben we het
even gezien. Nog langs niet alles natuurlijk maar we willen
eigenlijk wel naar huis. We zullen zeker terugkomen in
Portugal de komende jaren. Wat de zaak extra vermoeiend
maakt, zijn de slechte wegen en het feit dat je in deze
streek naar boven, naar beneden of een linker dan wel
rechter bocht draait. Na een rit van 200km en die rij je al
gauw, ben je behoorlijk afgeserveerd. vanaf nu "raffelen"we
ons programmaatje een beetje af. Vanmiddag toch naar
Piodão, morgen wellicht naar Torre, alles is
mogelijk ook een plotselinge aftochtnaar huis.





Piodão is een verrassing. Het ligt verscholen in de bergen
in een prachtige omgeving. Bij de nadering is het wat mistig
en donker wat een vreemde sfeer oproept.
De kerk knalt er echt uit als het enige gebouw in het wit.
Het hele dorp is gebouwd van wat er hier voorhanden was.
Leisteen en rots. In de moderne versie wordt er een betonnen
skelet neergezet en dit wordt dan bekleed met leisteen. Een
straatje vindt z`n einde doordat de bewoners van het laatste
huis dit hebben afgezet met gaas en daar kippen houden. Het
is er behoorlijk steil dus dat betekent continu trappen
lopen. Samen met de geïsoleerde liggen brengt het een bijna
middeleeuwse sfeer. Overigens is de route naar Piodão ook
schitterend om per motor te rijden
.
Net buiten Aldeia das Dez houdt het asfalt op
om
17 km later bovenop een
heuvel plotsel
ing weer te beginnen
als we Piodão naderen. Hier zien we zelfs een stukje
vangrail. Gerda wil hierna doorrijden naar Coja. Dat
doen we en rijden daarna door naar
Viseu. Een aardige stad waar op dat moment een markt
is. De Romaanse kathedraal en de kloostergang krijgen een
bliksembezoek en daarna zakken wij neer op een terras voor
een bakkie. Onderweg naar Viseu komen door het plaatsje
Chaos waar wij ook de ossenkar en de transportezel
konden knippen. Zelf heb ik wat moeite met het nemen van
zulke foto`s, alsof de mensen een bezienswaardigheid zijn.
Maar als je het vraagt, heeft men meestal geen bezwaar en
vaak gaat men er eens goed voor staan of zitten. Tegen vijf
uur zijn we terug. We eten de laatste kersen op en een
meloentje verdwijnt met wat port terwijl de spaghetti op
staat te warmen. Voor een luie dag hebben nog aardig wat
gedaan en gezien. Na het eten pakken we de auto en rijden
"even" naar Sao Gião. We rijden aan de andere kant van dit
dorp een bospad op dat gewoon doodloopt in een dorp. Keren
is er niet bij en ik moet achteruit tot ik een mogelijkheid
heb. We scharrelen weer terug onder een plensregen. Bij ons
vertrek scheen de zon, maar nu regeert Pluvius.

Zondag 19 juni zitten we om 16.00 uur uit te blazen in
Seia
na een imposante rit die ons over
De Torre voerde. De
berg is de hoogste van Portugal en meet 1993m. Naar
verluidt heeft men er een betonnen piek op gezet zodat de
berg daardoor 2000 meter hoog is en wordt gerekend tot het
hooggebergte. Of het waar is weet ik niet maar het is een
leuk verhaal. Onderweg dronken wij koffie bij een Portugees
die jaren in Duitsland heeft gewerkt en nu een eigen
restaurantje runt in Tortosendo. De route vanuit
Govilhã is razend steil en het is weer genieten op de
motor. Wel extra kleding meegenomen want boven op zo`n berg
is het meestal koud. Dat blijkt te kloppen. Het uitzicht is
prachtig en boven kunnen we mee-eten met een Portugees gezin
ontwijken maar moeten toch een slokje nemen. In Sabugeiro
heb je op 10 huizen een stuk of zes souvenirwinkels en wij
beperken ons tot de aanschaf van een fles likeur.
De afdaling is ook behoorlijk steil en de polsen laten zich
voelen. Eenmaal in Seia nemen we een drankje op het terras
en Gerda leeft zich uit in mensen kijken. We besluiten om
weer het restaurant bij de camping met een bezoek te
vereren. Tijdens het toetje komen we aan de praat met
de serveerster en op de vraag wat hier een specialiteit is,
zegt zij: "cabrito". Dat is geroosterd jong geitenvlees. Zij
beduidt ons te blijven zitten en schenkt intussen een
aguardente. Na enige tijd komt zij terug met een schotel vol
cabrito. Hoewel we al gegeten hebben, werkt het digestief
naar behoren en we peuzelen samen de schotel schoon leeg.
Heel erg lekker en ook wel erg stout van ons.
De
volgende morgen gaan we nog even naar de markt. Die is
evenals het dorp erg klein en bovendien is Gerda niet
lekker. Bij terugkomst gaat zij slapen en begin ik de
aanhanger alvast in te pakken voor de terugreis. In de
middag genieten we nog even van de Portugese zon en `s
avonds genieten wij ons laatste etentje in het restaurant,
ons galgenmaal.
We starten om 04.00 uur en pas om 21.00 uur komen we in
Parentis aan. De reden is een bijna afgelopen wiel van de
aanhanger. In een scherpe draai in de bergen van Noord
Spanje hoorde ik een knal en zag in een flits het wiel
scheef zakken. Ik kon door de bocht kruipen en tot ons geluk
was er meteen een parkeerplaats rechts van de weg. Het geluk
was nog niet op want aan de overzijde stond een restaurant.
Nog meer geluk bleken we te hebben toen ik de aanhanger
opkrikte en het wiel er gewoon afviel. Lagers etc. helemaal
weg. Je moet er niet aan denken dat het wiel eraf loopt bij
100km. per uur op de snelweg met de motor etc. op de
aanhanger.
En het ongelooflijke toeval wil dat er 15 km. verderop een
aanhangwagenfabriekje is!! De aanhanger moet afgeladen en
gaat op een autoambulance naar die fabriek. De hele
reparatie kost wel 75 ouwe guldentjes, niet te geloven dus.
We verspelen een uurtje of vijf maar een kniesoor die daarop
let. De rest van de terugreis verloopt zonder verdere
kleerscheuren en woensdagavond zijn we om 22.00 uur weer
thuis.






Portugal, Até Logo!!!
PORTUGAL 1994