Naar Font Romeu 03-07
Er
was vandaag een vaag wakker worden. Langzaam, langzaam werd ik
gewekt door de vogels. Aeolus, die gisteren knap tekeer ging,
lag nog in zijn nest en zou er vandaag ook nauwelijks uit komen.
Ik voelde mij niet helemaal okselfris en kwam tot de ontdekking
dat hier slechts hurktoiletten zijn zonder papier. Dat laatste
is het lastigst maar dat zou ik onder de douche wel oplossen. Na
de soppartij ruimde ik stukje bij beetje de boel op en moest af
en toe even stoppen om bij te komen. Het inpakken van de tent en
de motor is een behoorlijke inspanning zo blijkt. Om klokslag
acht uur stond ik in de kantine voor een bakkie en een
krwassantje want meer had men niet te bieden. Ik wurgde het naar
binnen samen met een flesje water. Dat was meer dan genoeg tot
een uur of twee zoals blijken zou. Klokslag negen rolde ik van
de camping af en begon aan de route naar
Font Romeu.
Hieronder is het eindeloze rijden naar einddoel San Juan de Plan

Dat rijden bleek
een enorme tegenstelling met gisteren. In vier uur legde ik
slechts 170 km af door het binnendoorste van het binnendoorste.
Als je een beginner van het motorrijden af wilt helpen dan moet
je zo`n route met hem of haar gaan rijden en dan ook nog op
tempo!. Een hoge snelheid
staat gelijk aan zelfmoord want de wegen zijn vaak weggetjes van
een grote auto breed. De bochten zijn vrijwel allemaal kort en
scherp en een tegenligger heb je ook meteen voor je neus.
Dat
overkwam mij ook nog een paar keer. Één keer miste ik een Alfa
op een haartje en een andere keer moest ik even een tikkie terug
om een nogal grote spiegel van een Landrover te ontwijken. Ook
het asfalt leek wel kortgeleden met een teerkwast aangebracht en
met ruime hand van grit voorzien. Ook dat drukt natuurlijk de
snelheid evenals de minder egale ondergrond die de FJR soms liet
bokken als een rodeostier.
Over de route verder niets dan goeds
met een geweldig mooie natuur. Het was eigenlijk een hemelse
helletocht. Onderweg kocht ik een drietal flesjes water die ik,
wanneer nodig, bijna zonder slikken even leeg liet lopen want
het zonnetje bracht de lucht tot een graad of dertig. De hele
route bestaat uit diverse gedeeltes met een eigen naam.
Route de Corbières, Route de Vin, Route de
Cathar en route de Cotes de Roussillon.
In de laatste kwam ik door de
Gorges des
Canalettes en de Gorge de Caranca.

Ik denk dat het de eerstgenoemde is waar op zekere tijdstippen het verkeer met verkeerslichten steeds in één richting wordt doorgelaten. Moeten wachten is dan geen straf of je moet het elke dag tegenkomen natuurlijk. Nu is er geen regeling en dan kun je met een auto niet stoppen en soms moet er wat heen en weer worden geschoven om elkaar te kunnen passeren. Met de motor heb je daar geen last van en ik parkeer hem dan ook in de kom van een slinger in de weg.
Van
de kastelen van die
Katharen is niet veel meer over dan ruïnes.
Twee ervan heb ik bezocht en dat was ook een bezoeking. Meestal
een loeisteil weggetje met losgereden asfalt en boggies waar je
bijna stilstaand doorheen moest zien te komen. Als beloning mag
je dan als hartpatiënt de laatste 80 meter betalen voor een
steil voetpad goed voor een lekke hartklep. Die v
oettochten heb
ik mezelf maar onthouden. Die jongens hadden wel door hoe de
wereld in elkaar zit. Volgens mij was hun credo:
” Hier maken ze
wijn, dus hier moeten we zijn”.
En zolang bommen en granaten
ontbraken en we nog vochten met speer, lans en pijl en boog
zaten ze reuze veilig op hun hoge posten.
Rond
een uur of een vergreep ik mij aan een panchetta. Een soort
pizza met vier soorten kaas. Alleen was de bodem een snee brood
ter grootte van 1/3 vierkante meter en 1,5 centimeter dik. Dit
geheel gepresen
teerd op een houten plankje. Twee Ice Tea voor de
dorst en een zeer goede Lavazza om het af te sluiten. Op een van
de eerste grotere cols reed ik op een kudde geiten die wegbreed
op mij af kwam sukkelen.
Ik ben maar gestopt en heb de camera
gepakt om dit evenement even vast te leggen. De herder aan het
einde schoot mij aan met de mededeling dat juist vóór Font Romeu
de weg afgesloten zou zijn vanwege een verzakking van de weg.
Hoe die man dat op die plek kon weten was mij een raadsel maar
uiteindelijk had hij bijna gelijk.
De weg werd inmiddels
gerepareerd en één helft was weer begaanbaar. Wel werden wij een
half uurtje stilgezet om de mensen hun werk te laten doen.
Uiteraard reed ik naar de kop van de file en trof daar een
andere motard met passagiere. Een Fransman die mij enigszins
neerbuigend vroeg of “dat ding” wel een beetje reed. Ik zei dat
het wel ging en nadat wij weg mochten, liet ik hem mijn uitlaten
zien. Alras was hij uit beeld en af en toe hield ik wat in om
hem wat hoop te bieden. Maar na een paar kilometer had ik er
genoeg van en ging het gas erop. In Font Romeu stond ik naar een
camping te zoeken en daar kwam hij een paar minuten later
voorbij. Op mijn zwaaien kwam helaas geen reactie. Hij zal wel
iets gedacht hebben in de trant van zut, oftewel shit die ouwe
wil nog wel. Hahaha…kunnen rijden als een gek ventje noem ik dat.
De
eerste twee camp
ings sloeg ik over want die stonden mij niet aan.
Maar
Camping La Griole even voorbij
Font Romeu heeft Nederlandse eigenaars. Zes jaar
geleden alles verkocht en geëmigreerd vanuit Ottoland, jawel bij
mij om de hoek dus.
Hun prijzen zijn ook wat anders dan in
Mirepeisset. Met het lenen van een verlengsnoer, het leveren van
een rol toiletpapier kost een plaatsje met elektra wel 6,50
neuroses. In Mirepeisset was dat 17!!! (achteraf bleek die 6,5
neuro een vriendenprijsje vanwege mijn achtergrond als
“buurtgenoot”.)
Voor het eten moet ik wel naar het dorp Targasonne maar dat is geen bezwaar. Vanavond maar een pizza, dat moet genoeg zijn en morgen duik ik onderweg wel een ontbijtje op. Zo dadelijk nog even de geiten en kastelen uit de Canon overladen naar de laptop dan ben ik weer helemaal ingericht.
San Juan de Plan Juli 2007