Het begin van dit verslag schrijf ik op vrijdagavond 4 juni. We zijn al drie dagen onderweg maar tot nu was er geen gelegenheid om iets op papier te zetten. Steeds was ik te moe of te laat op een camping en had ik geen zin meer om na het bereiden van wat voer, het zetten van koffie en het wassen van de billen de laptop uit zijn jas te halen. Maar vandaag zijn wij op tijd gestopt en nu om acht uur is dan het moment aangebroken om er iets van te gaan maken.
Het begin!
Dat begin ligt natuurlijk besloten in het einde van de
motorreis van verleden jaar die ik door pech heb moeten
onderbreken. Daar was al het vaste besluit gemaakt om terug
te keren naar dit fantastisch mooie land. Deze keer gaan we
echter met de zwerfbus.
De voorbereidingen nemen op zich
niet zoveel tijd in beslag want inmiddels ken ik het land
een beetje en weet wel wat er nodig is om, als het echt
nodig is, los van campings etc. te
bivakkeren hier. We zullen echter gebruik
maken van
campings omdat je toch je bewassing en toilet nodig hebt.
Maar we kunnen eventueel zonder. Het enige grote verschil
met verleden
jaar ligt in het feit dat we per boot
oversteken van
Hirtshals naar
Kristiansand en omgekeerd.
Dit
is allemaal soepel te regelen via internet en zodoende geen
probleem. Zo komt dan de tweede juni aangevaren. De dag
ervoor heb ik nog een laatste middagdienst gedraaid. De bus
is al helemaal geladen en ingericht, het enige is nog het
aftanken aan de dijk en we kunnen van start. Om half acht
stoom ik op naar mijn reismaatje Sonja en
vandaar vertrekken wij om half negen precies. Er zijn
weinig problemen op de weg en het enige probleem ben ikzelf.
Ik rij even mis vóór Apeldoorn en bijgevolg moet ik een
flinke omweg maken om terug te keren naar de A-1 die ons
naar Duitsland moet voeren. Eigen schuld dikke bult maar we
hebben de tijd. Voor de rest valt er weinig te vertellen
over deze reisdag want het liep op de bekende rolletjes.
Totdat we ergens bovenin Denemarken op een enorme file
stuitten. Totale stilstand met af en toe een klein stukje
rijden. De oorzaak van deze file bleek een groot ongeluk
waarbij een tiental auto`s en o.a. een bestelbusje betrokken
waren. Het bestelbusje was de lading en de hele achterkant
kwijt. Ook de andere wagens zaten flink in elkaar, de meeste
totall loss zo op het oog. Of hier nog fysiek schade geleden
is, weten wij gelukkig niet maar een puinhoop was het wel.
Het kostte ons uiteindelijk een vol uur.
We besloten aan te leggen bij een camping in het plaatsje
Skørping een kilometer of veertig vóór
Aalborg. Onderweg
bemerkte ik dat de zwerfbus een ander geluid ging maken en
van binnenuit concludeerde ik dat de uitlaat lek moest zijn.
Dat kon er na al de pech en kosten van de afgelopen maanden
ook nog wel bij. Bovendien komt zoiets altijd ongelegen dus
als je ver van huis en op vakantie bent, net zoals de
koelwater- en brandstofpompperikelen op
Sicilië. Na aankomst
op de Safari Camping kocht ik een blikje bonen, het
goedkoopste om de inhoud weg te gooien, vroeg de
kampbeheerder om wat ijzerdraad en toog aan de slag. Terwijl
de kip met kerrie stond te ontdooien en welhaast aan te
branden, verrichtte ik als in mijn beste dagen het kunstje
van het repareren van een uitlaat door middel van blik en
ijzerdraad. Achteraf een zinloze daad maar dat wist ik de
volgende morgen pas.
Na de discipline van thee, broodje en
koffie togen wij na het betalen van de rekening weer op weg.
Maar eerst even langs de garage om een paar slangenklemmen
te kopen waarmee eventueel de schade, een afgerotte
koppeling, opnieuw gerepareerd zou kunnen worden.
Bij de
garage aangekomen, vroeg ik om de klemmen maar daar wenste
men niet zomaar op in te gaan. Ik moest en zou de smeerput
op want ze wilden wel even kijken wat er nodig was. Bang om
een hele uitlaat met alle kosten van dien aangesmeerd te
krijgen zoals in Nederland gebruikelijk is, probeerde ik de
boel af te houden maar dat lukte niet. Ik móest die put op.
De klus werd bekeken en de monteur zou er een stukje pijp
tussen zetten en zou in veertig minuten klaar zijn. Daar
ging ik mee akkoord want beter met een goed gerepareerde
uitlaat verder dan het risico lopen op nog meer geknutsel
onder een auto. Een hulpje toog aan het werk en inderdaad
was na een half uur de klus geklaard. De kosten van het
geheel bedroegen
Dk. 196,= oftewel
het lullige bedragje van 26 neurootjes. Daar kan menige
garage in Nederland een puntje aan zuigen en een voorbeeld
aan nemen. Gewoon snel en goed geholpen zonder iemand
financieel te lubben. Italiaanse toestanden dus ook in
Denemarken en opnieuw hulde aan dit soort vakmensen die in
Nederland door het gepeupel van de Bovag beunhaas genoemd
zouden worden!!
Na de reparatie werd de steven weer in de richting van
Hirtshals gedirigeerd. Op ons gemak waren wij daar na een
uurtje of twee en veel te vroeg om al in te checken. Daarom
nog maar even passagieren in het plaatsje zelf.
Op zich
stelt het niet veel voor. Het is te vergelijken met een
soort klein Den Helder. Veel werk aan de werven aan vooral
vissersschepen. De visserij lijkt niet al te groot want de
visafslag was zeer beperkt van omvang.
Na de wandeling, de
aanschaf van een afwasbak en het
nuttigen van koffie met koek kwam het inchecken en
inschepen bij
ColorLine. Dat gaat er zeer geroutineerd aan
toe en precies om 13.45 uur vertrokken wij. De overtocht
ligt op de grens van de Noordzee en het
Skagerrak. Ik had wel
op een zeetje gerekend maar zo glad als het vandaag was, is
eigenlijk niet leuk. Anders gezegd er is zo geen bal aan.
Liever had ik windkracht 8 of 9 gezien, maar ik geloof dat
mijn maatje er wel blij mee was. Die begon al te piepen bij
de geringste beweging die werd bemerkt ook al was het alleen
maar doordat ik die suggestie wekte door licht met mijn
lichaam heen en weer te wiegen. Ik hoop dat dit bij het
aanschouwen van de walvissen beter zal gaan. Het enige
vermeldenswaardige betrof natuurlijk weer de Teutonen.
Tijdens het inchecken zag de OberSturmbahnFührer van een
groep motorradfahrer kans om zijn dikke lijf en motor juist
vóór een in de rij optrekkende Noor te wurmen. Met brede
armgebaren alsof hij een peloton van de Wehrmacht aan moest
voeren, trachtte hij de rest te bewegen hetzelfde te doen.
Slechts het stugge doorduwen van de Noor voorkwam dat. Aan
boord waren wij opnieuw getuige van hoe dit fraaie volkje
zich kan gedragen. In een van de hallen kwam onze
OberSturmbahnFührer de trap af, zag iemand
van zijn groep
die blijkbaar van het rechte pad afdwaalde en zoals alleen
een Duitser dat kan, riep hij met luide stem een niet mis te
verstaan HALT!! Iedereen sprong
gelijk in de houding, tenminste
dat was toch wel het minste waar hij op rekende maar wat
niet gebeurde, en wij schoten in de lach. Het blijven toch
bijzondere mensen. Na aankomst in de haven van Kristiansand
was ik nog even beducht voor de Noorse douane waar ik van
dacht dat zij nogal streng zouden zijn. Mede gezien het
boeteniveau aldaar leek het mij
beter om de aanwezige kaas maar op voorhand in de afvalbak
tussen de voorstoelen te deponeren alsof het weggegooid was.
De eieren waren diep in het ruim
verstopt, een knappe dienaar der wet die ze
zou
vinden. Allemaal overbodig natuurlijk. Na het passeren van
de customs stopte ik nog eventjes om een
Tall Ship op de
kiek te zetten, want driemasters zie je niet meer zoveel.
We koersten via de 41 Noorwegen in op weg naar een of andere
kampong. Er van uit gaande dat de meegenomen wegenkaart
klopte, doken wij een zijweg op die naar een kampong bij
Tovdal zou voeren. We
hebben daar menige kilometer op
verspeeld want het hele dorp leek niet eens te bestaan.
Geen Tovdal maar een Sofdal zou ik zeggen.
In eerste
instantie besloten wij uit vermoeidheid maar wild te gaan
kamperen op een doodlopend bosweggetje dat stopte bij de
rivier. Na het verorberen van de pasta met vis gingen wij
toch maar weg.
Een bezoek aan een ordentelijk toilet was
nodig en de behoefte aan een bad liet zich ruiken.
In arrenmoede dus opnieuw op pad, terug
naar het punt waar wij waren afgeslagen. We bleken
eigenlijk niet eens zo ver, van dat punt gerekend, uit de
buurt van een natuurcamping. Ongeveer 2,5 km. van de
hoofdweg en via een onverharde weg bereikten we die. Vrijwel
niemand aanwezig maar een papier aan de deur van de receptie
vertelde ons dat wij min of meer onze gang konden gaan.
We
installeerden ons en namen samen een douche want we hadden
maar één munt van tien kronen. Uitstekende voorzieningen
zoals trouwens in heel Noorwegen het geval is en gewoon open
en toegankelijk voor iedereen. De boel achterlaten zoals je
het hebt aangetroffen, is de enige voorwaarde en het werkt
hier nog steeds. En niet vergeten om even af te rekenen met
de eigenaar die meestal in een huis in de buurt woont.
Lekker maffen en een koppie thee
`s morgens waren gewoontegetrouw ons deel. We gingen op zoek
naar de eigenaar die in één van de laatste huizen bleek te
huizen. Wij vertelden hem dat wij op zijn camping hadden
vertoefd zonder dat hij dat had geweten en dat wij slechts
70 Nok hadden om zijn rekening van 160 Nok te voldoen. Hij
was redelijk verbaasd dat wij dat allemaal eerlijk kwamen
vertellen en hij stelde dat dermate
op prijs dat hij genoegen nam met de 70 Nok. We hadden
tenslotte ook zo weer weg kunnen
gaan.
Bij het weggaan zag ik dat er nogal wat bomen bleken
omgeknaagd en
toen begreep ik pas de bedoeling van het
beeldje van de bever op de camping. Dit was zoiets als
bevercountry en zij knabbelden er hier lustig
op los. Ze
hebben echter nog even te gaan voordat de laatste boom daar
is geveld.
In de nacht was het licht gaan regenen en dat werd er niet
beter op, hoewel het meestal beperkt bleef tot druilen.
Onderweg maakten wij weer kennis met de bekende knakworst
met spek en een broodje. Bakkie
erbij en je kunt er weer een poossie tegen. Bij het
tankstation in
Notodden lagen ook twee grote verzamelingen
van boomstammen klaar om uit het water gehaald te worden
voor verder transport of verwerking. Het is leuk om te zien
hoe die mannen daar overheen lopen en hun werk doen. Via de
geplande route die soms over zeer fraaie maar zeer smalle
wegen voerde,
bereikten wij
de camping waar ik nu zit te
typen.
Vlakbij
Gjøvik
waar intussen toch volop de zon
schijnt. Het is hier heerlijk toeven aan de
Mjøsa. Opnieuw
hebben wij onze tent aan de bus geknoopt en dat bevalt goed.
Gisteren hebben wij dat voor het eerst uitgeprobeerd op de
natuurcamping en dat bleek maar goed ook. Als het regent
hebben we genoeg ruimte om eronder wat te kokkerellen en te
zitten.
Nu, om kwart over tien is het nog steeds zo licht
dat je een boek kunt lezen zoals mijn maatje tegenover mij
doet. Ikzelf kan eindelijk gewoon
op mijn scherm kijken want
de ergste zonneschijn is weg. Vandaag zijn wij op tijd
gestopt en zodoende konden wij een lekker bordje nasi met
een gebakken eitje en pindasaus wegwerken. Na het eten kwam
een ouwe Duitser zichzelf presenteren. Ongeschoren en
stinkend in de wind stond hij een en ander te beuzelen over
zijn overtochten en vorige reis naar de Noordkaap. Dit zat
zijnde, probeerde ik wat Nederlandse geintjes over Duitsers
op hem uit, maar op mijn vraag waarom de Duitsers
zo’n grote kop hebben, schoot
Sonja in de hik van het lachen.
Toen lukte het mij ook
niet meer om mijn verhaal droog af te maken maar ik hielp
hem
toch door te zeggen dat anders die grote mond er niet
inpast. Door van tevoren aan te geven dat ook ik eigenlijk
een Duitser ben, meende ik de pijn wat voor hem te
verzachten. Na nog enig geneuzel, kon ik hem af laten druipen
door te zeggen dat ik verder moest met mijn tikwerk. Daar ga
ik nu mee stoppen want het is half elf en tot zo ver is het
relaas wel compleet. We gaan de klaarlichte nacht in op weg
naar morgen zaterdag 5 juni en op weg naar
Trondheim.
Zaterdag 5 juni
Het is kwart over acht en de camping is nog doodstil. Zelfs
nog geen kinderen maar ook die zijn natuurlijk laat naar bed
gegaan. Wie kan er nou slapen als het nog zo licht is? Het
is een typische familiecamping vlakbij Gjøvik dat op zijn
beurt niet zo ver van Lillehammer en Hamar ligt. Zelfs Oslo
ligt op rijafstand, zo`n 175 km. Hier komt men het weekend
doorbrengen.
Er zijn geen stacaravans te zien en ik vraag
mij af of men die wel kent in Noorwegen. Wel zie je hier
gigantische tandemassers van het merk
Kabe, die meestal
voorzien zijn van een even gigantische Isabella voortent die
op een soort houten veranda is gebouwd. Lekker
hutje bij mutje en wellicht jaren
tegen dezelfde koppen aankijken. Maar het kan hun lust en
hun leven zijn. De voorzieningen zijn hier weer Noors dus
uitstekend en we nemen eerst maar eens een lekkere dusj.
Daarna volgt de dagelijkse gang van zaken dus ontbijt met
thee en aansluitend koffie. Zoals te doen gebruikelijk
wanneer je eindelijk iets anders dan gewoonlijk ziet, zit er
een paar Noren vanaf hun super-de-luxe veranda naar ons
gedoe te gluren.
Noren zijn in het
algemeen nogal stug en zullen zich nooit zomaar met
je bemoeien. Ze knipperen niet eens met hun lichten als je
vergeten bent je eigen kaarsjes van de auto aan te
steken. Niemand die jou
zomaar goedendag zegt of wat dan ook. Zelfs een hardnekkig
en luidop toegeroepen Goedemorgen!!
wordt niet of ternauwernood beantwoord waarbij men van de
schrik bijna zijn of haar tong inslikt en struikelt over het
eigen antwoord. Dat is even wennen, maar dan moet je ook
maar vóór je kijken.
Ik moet mij nog omkleden van
trainingspak, waar ik niets onder aan heb, naar gewone
kleding. Om mijn ongenoegen over hun gegluur kenbaar te
maken, besluit ik gewoon met mijn blote kont naar hen toe te
gaan staan en op mijn gemak mijn onderbroek etc. aan te
trekken. Dit ontlokt alleen commentaar van mijn tafelgenoot
en als ik mij omdraai, is de Noor van zijn veranda
verdwenen. We klappen de boel weer in elkaar en om half tien
gaan wij ons weegs. Wij melden ons bij de E-6, la grande
route a la Noordkaap. Gedwee volgen wij die onder
een lekker
zonnetje, maar wat lichte bewolking in de verte is
verontrustend aanwezig. Bij het plaatsje
Ringebu gaat er een
belletje rinkelen op mijn harde schijf en wij slaan af naar
de zich aldaar bevindende
staafkerk. Het ziet er fraai uit en na Nok 40,-
p.p. te hebben gestort, mogen wij naar binnen.
Foto`s mogen
niet worden gemaakt want dan kun je de aanwezige
ansichtkaarten en dia`s wel weggooien. In de vaste
overtuiging dat hiermee het voortbestaan van dit godshuis
wordt verzekerd, voldoen wij gaarne onze toch pittige
contributies. Buiten neem ik als wraak toch een paar foto`s
want dat mag tenslotte. Voort
gaat het weer met de trojka naar
Otta en
Dombås. Daar gaan
wij langzaam de hoogvlakte van de
Dovrefjell op, althans de
weg loopt langs de rand hiervan.
Een
keiharde wind en hier en daar wat sneeuw is ons deel
evenals de gedeeltelijk besneeuwde bergtoppen die onder
handbereik lijken. Je zit hier boven de boomgrens dus er is
geen beschutting. Hoewel we van plan waren hier even een cup
a soep te nuttigen, zien we daar
sportief vanaf en nemen genoegen met koffie en een koekie in
de bus terwijl wij verder rijden naar
Berkåk. Daar wil ik
afslaan om via het
Orkdal naar
Orkanger te rijden. Een
fraaie route die wordt begeleid door de rivier
Orkla
waar
het vliegvissen veel wordt beoefend. Na Orkanger links de
E-6 op en dan naar Trondheim. Hier begint weer het grote
vangen want in totaal betalen wij Nok 65,=
om van de rondweg gebruik te mogen maken.
In plaats van de
camping van vorig jaar op te zoeken, besluiten we om wat
verder door te rijden gezien het tamelijk vroege tijdstip
van vier uur. Intussen is de dreigende houding van de
bewolking van vanmorgen omgezet in een krachtdadig samenspel
van wind en regen. Af en toe wat harder maar heel
geleidelijk wordt het bij het naderen van de kampong wat
droger. Onderweg bedenken wij dat het wel goed uitkomt om
deze keer een hytte te huren. Gewoon in een droog huisje
zitten, lekker warm en uit de wind. Gewoon aan tafel een
happie eten en zoals nu je stukkie tikken op de computer. Ga
dat eens buiten doen bij windkracht 6 á 7 en je dus aan de
tentstokken moet hangen om niet weg te vliegen. We zijn
aangeland op een camping vlakbij
Steinkjer. Voor Nok 300,=
inclusief twee munten om te douchen ben je helemaal uit de
brand.
Wind, wolken en golven komen hier recht op ons aangestormd
vanuit de
Trondheimsfjorden
en de
Beistadfjorden. We staan
zo`n beetje aan het eind van de fjord en kijken door het
venster naar dit mooie geweld. Tussen de bedrijven door maak
ik wat te eten. Deze keer wat uien in de pan, een paar tenen
knoflook, een blikje tonijn, een scheut saus uit een pot en
tenslotte wat pasta. Dit alles
gelardeerd met zout, peper, oregano, basilicum en begeleid
door een zakje kroepoek, maakt dat we weer met een gevuld
buikje kunnen gaan slapen. Het is pas acht uur als ik deze
laatste regels tik dus we zijn nog niet plat.
Morgen gaan we
de 17 op, de oude kustweg die ik nog niet ken. Hoe dat zal
gaan, weet ik niet maar zeker niet snel vanwege het aantal
veerboten die wij tegen
zullen
komen. Als het zo blijft waaien, verwacht ik morgen wel een
schone lucht. Ze zijn gewaarschuwd daarboven. Tijdens onze
maaltijd werd langzaam het wolkendek uiteen
gereten en kreeg de zon kans om
naar de aarde door te breken. Daarbij ontstonden de voor mij
zo mooie Noorse luchten die ik deze keer eens heb vastgelegd
en die een plekje zullen vinden in dit verhaal en op andere
plaatsen, wellicht op het world weird web.
Zondag 6 juni
In meerdere opzichten zal het een gedenkwaardige dag worden
en een die makkelijk in de
herinnering blijft hangen. De dag begon al vroeg want om
05.15 uur klonken reeds de
klaroenstoten van de reveille. Na de
dagelijkse beslommeringen was de hut om 07.15 uur weer
helemaal klaar voor de volgende zwervers en konden wij
opkrassen.
Na de regen en het stormpje van
gisteravond begon de dag met een waterig zonnetje maar al
snel zaten we toch weer met de ruitenwissers op
de interval. Druilen met een
buitje zogezegd. De eerste opdracht is tanken en dat doen we
al snel met de bedoeling om de eerste duizend kilometer
vooruit te kunnen.
Het afrekenen vergt
enige moeite want de machine van de creditkaart gaf op mijn
kaart de geest en weigerde alle diensten. Ook een
manier om de credit cards te
weigeren natuurlijk. Ik had van tevoren besloten de oude
kustweg de 17 te gaan volgen en dat doen
we ook. Een zeer juiste beslissing want dat is een
overweldigend mooie route. Zoals voor veel andere delen van
Noorwegen al geldt, is ook hier sprake van een
voortdurend
wisselend beeld dat je krijgt gepresenteerd. Achter iedere
kromming of bocht, na iedere tunnel word je steeds weer
verrast door de beeldwisseling. Ga je met uitzicht op een
meer of rivier de tunnel in dan kom je eruit terwijl je dan
naar imposante bergen of een dal of een fjord zit te kijken.
En het gaat maar door. Er is ook bijna geen recht stuk weg.
Omhoog of omlaag, een bocht links of rechts maar steeds
glooiend en nooit echt scherp. Onderweg moet ik regelmatig
de bus uit om wéér een fantastisch plaatje te maken van de
uitzonderlijke wolkenluchten die samen met de zon en het
landschap er een fabuleus feest voor het oog van maken. Na
Steinkjer dus de 17 op richting
Namsos. Wat een rust heerst
hier! Nauwelijks verkeer en iedereen houdt zich hier aan de
snelheid wat niet zo vreemd is met het Noorse boetebeleid.
Dat mogen ze van mij in Nederland ook invoeren.
Bij
Holm komt de eerste veerpont voor een korte oversteek naar
Vennesund. Vervolgens komt Horn aan de beurt waar wij een
half uurtje mogen wachten. Mógen, want de omgeving verveelt
nooit. We steken over naar
Anndalsvågen en die overtocht
duurt ongeveer tien minuten. Tijd om even de sjalon een
bezoek te brengen en een bakkie
te nemen is er dan eigenlijk niet en dat laten we dan ook
maar.
We zullen het niet over de prijs van het varen en de
consumpties hebben want die is bekend hoog.
De volgende boot
ligt onder stoom in
Forvik en die moet tussen wat eilandjes
door manoeuvreren om bij
Tjøtta te bereiken. Hier is wel
tijd voor een versnapering omdat het drie kwartier varen is.
Bij Levang komt er weer een korte oversteek van een minuut
of tien naar
Nesna. Dan komen we op het punt of wij de oude
kustweg blijven volgen of dat wij kiezen voor de E-12 naar
Moi I Rana om vervolgens in een straf tempo via de E-6
richting de Noordkaap te gaan. We besluiten om op de 17 te
blijven want het hart is veroverd. Bovendien zullen we de
poolcirkel al varend passeren tussen
Kilboghamn en
Jektvik
wat ook aardig is. Eenzelfde symbool als op het vaste land
staat hier aan de oever van het eiland Sundøya. Van
lieverlede knapt het weer op en al met al kunnen we
terugkijken op een dag met erg mooi weer. De boot wacht in
Kilboghamn, opnieuw een tocht van ongeveer een uur naar
Jektvik. Hier gaat het mis want nu blijkt dat we ruim twee
uur moeten wachten op de eerstvolgende boot. We nemen daar
wat slecht te verteren junk food tot ons want om nou op de
kade te gaan kokkerellen, gaat ons wat te ver. In de
tussentijd leren wij hoe we naar het vaarschema moeten
kijken en hoe het werkt.
Meteen zien we dat de laatste
overtocht op onze route ook echt de laatste is. De laatste
van de dag en de laatste van het seizoen. Bovendien wordt
het nog een beetje racen om hem te halen maar dat lukt
uiteindelijk glansrijk. Op de pontveren ga ik af en toe naar
buiten om wat plaatjes te schieten en dan blijkt er toch een
vrij straffe koude wind te staan.
Warmer dan een graad of 6 is het niet, maar het deert mij
niet. De eerste tunnels komen we ook tegen en dat is ook
weer even wennen. Matig tot slecht verlicht, vrij smal en
vaak aan het einde of begin een knik om je even wakker te
schudden van de schrik. Al met al zijn we deze dag veel
verder gevorderd dan gepland. Maar dat komt door het vroege
vertrek en het lange doorrijden dat gezien de pracht geen
opgave is.
Om 22.20 rijden we van de laatste boot af en moeten we nog
op zoek naar een camping.
Onderweg worden wij nog vergast op een onemanshow van een
vos die op z`n gemak op de weg ligt. Vermoedelijk is het
asfalt nog warm van de zon. Hij heeft niet veelzin om op te
krassen en loopt langzaam naar de kant van de weg. In de
berm gaat hij of zij op een stuk rots staan en laat zich
bekijken. Dit alles gebeurt in enkele tientallen van
seconden want ik heb niet de tegenwoordigheid van geest om
in de ankers te gaan en vaart te minderen om een plaatje te
schieten. Jammer, maar bij deze
is zijn actie genotuleerd en kunnen wij hem niet vergeten.
De camping vinden wij om 23.05!!
bij klaarlichte dag in
Reipå. Het blijkt meer de fraaie
achtertuin van een huis met wat hytter dan een camping. Zo
rustig mogelijk maken wij kwartier maar na een paar minuten
staat er een aardige oude dame achter ons die slechts Noors
spreekt en dat is wat lastig. We begrijpen dat we onze gang
kunnen gaan en morgen zullen we de zaak afhandelen. Ook hier
zijn de voorzieningen weer uitstekend te noemen. Ietwat
eenvoudig maar zeer netjes onderhouden.
Bij het wakker
worden blijkt het een beetje te hebben geregend en mijn
slippers staan vol ijskoud water. Geen probleem want die
worden wel warm onder de dusj. Terwijl ikzelve in de keuken
mijn stukkie zit te typen ruimt mijn maatje Sonja de bus in.
De
foto`s zijn overgezet naar de goocheldoos, de koffie is op
en dus is het tijd om de weg weer
op te gaan richting
Narvik. Nabij
Bodø in
Saltstraumen zullen we gaan kijken naar de beroemde vloedgolf die daar
iedere zes uur op spectaculaire wijze passeert. We zijn
benieuwd.
We vertrekken pas om half elf omdat wij laat opstaan en
geheel op ons gemak ontbijten, douchen en het vorige stukkie
tikken. Opnieuw worden wij getroffen door de schoonheid van
het landschap op deze route. Het weer is redelijk, een
beetje wisselvallig maar daar heb je in een auto weinig last
van. Voordat we het weten zijn we bij die Saltstraumen en al
rijdende vragen wij ons af of wij naar het schouwspel zullen
kijken of niet. De overweging dat we dan een uurtje of vier
hier blijven, trekt ons niet en omdat wij dit punt ook op de
terugweg tegen zullen komen, besluiten we het uit te
stellen. We rijden dus door via Bodø en bij Fauske draaien
we de E-6 op. Hier bevindt zich
het midden van die E-6 en
daar eten wij onze reeds
vanmorgen gemaakte cup a groentesoep met cro
utons die geen
crouton meer zijn. De E-6 is veel minder spectaculair dan de
17 hoewel er best wat te genieten valt. We stomen op naar
Bognes waar wij weer gebruik moeten maken van een veerpont
die ons overzet naar
Skarberget. Van daar is het nog 80 km.
naar Narvik. In het plaatsje, zeg maar vlek, Fossbakken
meldt zich een camping op de kaart en die zoeken we op.
Vanwege een manke toestand in de sanitaire voorzieningen
kunnen we daar echter niet terecht. Een tiental minuten
verder ontwaren wij de camping Solbakken.
Daar vinden wij voor Nok 250,=
onderdak in een hytte. Naast ons blijkt een Groninger, Wim
genaamd, te huizen die hier op een V-Twin Kawa is. Contact
is dus snel gemaakt vooral als er overeenkomsten blijken qua
werk en nog wat andere zaken. Omdat wij nog moeten koken en
hij alleen brood heeft, vragen wij hem met ons mee te eten.
Het wordt een variatie van pasta met vis die wonderwel
slaagt. Kant en klare dillesaus, uitje en knoflook in de
bakpan, drie blikken rode zalm en wat dille, peper en zout.
Het smaakt prima en gaat helemaal op. Rond de maaltijd
bewonderen we nog een vliegende deur in de vorm van een
visarend. Hij is wel ver weg, maar de kijker biedt uitkomst.
Wim verhaalt van zijn tocht over de Lofoten en laat op zijn
videocamera wat scènes zien. Dat belooft wel wat. Ook heeft
hij een vaarschema voor Moskenes naar Bodø en dat is erg
handig want daar vaart dus ook niet elk uur of elke dag een
boot. We zijn nog 653 km. van de Noordkaap verwijderd
volgens de wireless GPS van Wim. Dat is een fantastisch
speeltje dat geen centimeter van de weg onbekend laat.
Wellicht een volgend hebbeding op de lijst van zaken die wij
reeds tot ons ijdele bezit mogen
rekenen. Het wordt hier niet meer donker en omdat het nou
eenmaal zo hoort gaan we naar bed. Morgen proberen we de
rest te rijden want voor overmorgen is er goed weer
voorspeld en dan kunnen we de wandeling naar de echte kaap
maken. Deze dag niet zoveel te verhalen en ik heb ook niet
zoveel foto`s gemaakt. Het kan niet elke dag feest zijn,
zelfs hier niet.
Het enige vermeldenswaardige is alweer de
ontmoeting met een vos vandaag. Vanmorgen stond er langs de
weg een beest waarvan ik eerst dacht met een veelvraat van
doen te hebben. Hij keek ons recht aan en pas toen hij wat
bijdraaide om er vandoor te gaan zagen we z`n typische
vossenstaart. Ook deze leek te willen zeggen dat wij maar op
moesten krassen in plaats van hij
en met duidelijke tegenzin ging hij een stukje opzij. Na de
eerste ontmoeting had ik nu de camera wel bij de hand. Ik
reed al stapvoets en nu kwam het er op aan
aan de andere kant uit te
stappen. Omdat ik op de weg stond, leek het mij raadzaam om
de alarmlichten aan te doen. Dat was ook het alarmsein voor
hem en met gezwinde spoed repte hij zich heen. Geen foto
dus, maar ook deze vos is hierbij genotuleerd.
Vandaag zijn we vroeg op. Om kwart over vijf zijn er de
eerste tekenen van leven. Als alle taferelen weer de revue
zijn gepasseerd, zitten we om kwart over zeven in een
rokende auto. Ik ben zachtjes de camping afgereden met de
motor uit, zo schuin loopt het af, en laat hem aanslaan op
z`n snelheid. Niet voorgegloeid dus en de achtergeblevenen,
waaronder een stel Duitsers maar die weten van wanten,
worden zo ongeveer uitgerookt.
We hadden al besloten om vandaag
de ruk naar de Noordkaap te maken. Dat lukt met gemak, want
ondanks de regelmatige fotostops zijn wij rond 17.00 uur op
de plek des onheils.
De vrees geen rendieren te zullen zien,
wordt niet bewaarheid, integendeel. We zien er steeds meer
en veel jonkies.
De foto`s spreken voor zich. Nu
pas zie ik door wat voor formidabel landschap ik verleden
jaar ben gereden. Het was toen zulk slecht weer dat ik
eigenlijk niets van de omgeving heb kunnen waarnemen.
Nu is
na een natte start het weer steeds beter geworden en op de
Noordkaap schijnt de zon door een regelmatig wolkenpatroon.
In de verte zitten er ook zware wolken en die brengen ons
wat later nog sneeuw. Ook onderweg was het vóór Alta weer
prijs met de sneeuw en het toeval wil dat dit verleden jaar
ook zo was. Na Alta wordt het weer dus steeds beter en
gelukkig heb ik op tijd de oude Canon uit z`n koffer
gehaald. Voor het telewerk is dat toch veel beter dan de
digitale die op zijn beurt weer een enorm groot
gebruiksgemak biedt.
Op de Noordkaap ligt behoorlijk wat
sneeuw en als mijn reismaatje mij op een bal wil trakteren
zakt ze plotseling tot de knieën weg. Dat is pech, bal weg!
Na het bekijken van de zeer fraaie film in de filmzaal
kijken wij buiten nog naar wat wilde luchten en worden
verrast door een show van drie legerhelikopters. De mannen
moeten blijkbaar wat brandstof opstoken en dat doen zij door
fraaie manoeuvres uit te voeren. Zij zijn duidelijk van plan
om die zonnegluurders eens wat te laten zien. Daarna gaan
wij op weg naar een plaatsje wat verder op de kaap. Een
schitterende weg met aan beide zijden nog volop sneeuw voert
ons er naar toe.
Gjesvaer heet het gehucht en het levert
samen met de mini-eilandjes
ervóór weer prachtige plaatjes
op samen met de wolken en de zon. Rond acht uur gaan wij
naar Camping Kirkeporten waar ik verleden jaar ook ben
geweest in de hoop een bordje rendier te kunnen
nuttigen. Dat blijkt er deze keer
niet in te zitten. De baas is alleen en houdt de keuken
dicht. Dan ga ik zelf maar aan de slag met Mexicaanse rijst,
uien, knoflook, gehaktballetjes, peper, zout en sambal.
Een
flinke toef tijm leukt de boel nog verder op. Daarbij weer
een zakje kroepoek en als toetje wat appel-abrikozencompote
van mijnheer Heijn. Samen met een potje koffie, want de
drank is in de ban, overleven we deze barre omstandigheden
wel weer. Vanavond gaan wij proberen de Midzomernachtzon een
bezoek te brengen. Het is wat bewolkt maar wellicht hebben
we geluk. Morgen zullen we bekijken hoe het weer
is en of
wij de wandeling naar
Knivskjelodden (op 71.08.00) waar de
echte Noordkaap (de onechte ligt op 71.10.21) ligt, zullen
maken. Zo niet, dan gaan wij op pad naar Karasjok en verder.
Tijd hebben we genoeg want door onze snelle manier van
reizen hebben we al twee dagen ingelopen op de planning. Er
is echter nog zoveel te zien dat wij vermoedelijk aan een
jaar nog tekort hebben om alle moois te bekijken in dit
enorme land.
We zijn net terug van wat de
Midzomernachtzon heet. De grap
is natuurlijk dat op 21 juni de koperen ploert niet meer
onder de horizon zakt maar daar net boven blijft hangen. Dit
dan gezien vanaf een bepaalde positie op de Noordkaap.
Daarbij is bij een goede staanplaats de truc compleet als je
die zon dan in het bolletje van het symbool ziet zitten. Het
is een vreemd schouwspel om enige honderden mensen heen en
weer te zien drentelen tot het moment suprème. Deze keer zal
dat een uurtje later zijn vanwege de zomertijd. Wij wachten
daar niet op want vanwege de bewolking valt er weinig te
zien. De massa blijft drentelen en wij gaan lekker slapen.
Op ons gemak rijden wij terug langs de rendieren met hun
kleintjes en gaan plat. Straks zal de kudde rendieren op
twee benen of vier wielen van de kaap komen hollen maar daar
zullen wij geen weet van hebben. Klaas Vaak heeft zijn goede
werken dan al voor ons verricht.
Noordkaap
2004