
Zondag 16 Juli 07.00 uur
Vertrek van Simone op de Yamaha Fazer 600, Raymond op de Yamaha R1 en Jan op de Yamaha FJR 1300a
Aanvankelijk was het de bedoeling een motorvakantie te
houden in de Pyreneeën met Simone en Raymond. Wel aardig,
een Yamaha familie 2 of 3 weken op stap met een FJR, een
Fazer en een R1.
Maar dat
bleek bij nader en verstandig inzien een drempeltje te hoog
voor Simone. Het gevolg was dat ik mijn vakantie totaal
veranderde
bij de baas en besloot in m`n uppie een dag of
tien naar het vogeleiland
Runde te gaan.
Dit ligt iets onder
Ålesund en is bereikbaar per brug.
Opnieuw
buiten de waard gerekend want bij het horen hiervan wilde de
club onmiddellijk toch mee.
Wel logisch deze
stap want de bergen zijn er
niet zo hoog. Het was nog een heel gedoe met de veerdiensten van
Colorline
maar het lukte om op de 17de héén en de 24ste
wéér te varen.
De
eerste dag, zondag 16 juli, werden 688 snelwegkilometers
afgelegd tot een camping vlak bij
Abenrå in Denemarken. Om 7 uur vertrokken wij en om
een uur of half vijf was deze klus geklaard met één file en
een aantal fouragestops. Daar huurden wij een hytte zodat we
de volgende dag niet te vroeg op hoefden te staan vanwege
het inpakken van de tenten. Ter plaatse konden we ook een
hapje eten dus ook hier lieten we het eigen initiatief
rustig liggen waar het lag.
De
volgende morgen bestond het ontbijt slechts uit een appel
daar we geen boodschappen hadden gedaan. Ontbijten bleek pas
mogelijk na 9 uur en om acht uur wilden wij opstappen. De
boot naar Noorwegen zou om 13.45 uur vertrekken en je moet
één uur vóór vertrek aanwezig zijn. Dat lukte met slechts
323 km. voor de wielen grandioos waardoor we nog een stevig
uurtje in de zon konden bakken. Onderweg hebben we ons bij
een tankstop vergrepen aan een broodje
pølser als ontbijt.
Een hol broodje, saus erin en een lange knakworst soms met
spek voldoende om een poossie op te teren.

Het inschepen verloopt
altijd zeer snel en gedisciplineerd maar toch 10 minuten te
laat. De
overtocht duurde 4,5 uur want de snelle jongens van 2,5 uur
waren al volgeboekt.
Die
tijd werd gebruikt om de inwendige mens van wat aanvullingen
te voorzien, te rusten of te slapen. We hadden besloten om
na aankomst nog wat kilometers weg te trappen om de laatste
etappe naar Runde wat te bekorten. Van Kristiansand is dat
nog zo`n 800km en dat is in Noorwegen wat veel voor één dag.


Rond
18.15 reden we van de pont Noorwegen binnen. Wat een
overgang!! Een totaal ander land
qua natuur bijna een geografische cultuurschok.
Daarbij zijn er geen snelwegen en gaat
het vanaf het begin omhoog en omlaag en draaien dat het een
aard heeft. Het was mijn derde keer en iedere keer
weer vind ik Noorwegen een prachtig motorland.
We
slaagden erin om nog 182 km. weg te werken tot
Hovden aan de
39.Ook
hier huurden we een hytte en konden er ook ontbijten de
volgende morgen. Het bleek eigenlijk geen hut maar een
hotelhut, meer een houten villa. Twee verdiepingen met
beneden twee flinke slaapkamers en douche/toilet en boven
een grote living en een volledig
uitgeruste keuken. Alles aanwezig voor een langdurig
verblijf en de prijs was er dan ook naar, plm. 1500Nok
all in voor vier personen. Maar
een beetje luxe op vakantie moet kunnen. Het ontbijt was
overigens zeer uitgebreid waar echt niets aan ontbreekt.
Na het
opzetten van de tentjes togen wij met de spullen naar de
centrale kjøkken om te eten. Op de meeste
campings is zo`n
voorziening aanwezig waar iedereen gebruik van kan maken.
Meestal is alles aanwezig qua
uitrusting
dat scheelt weer in het volume aan bagage vooral als
je met de motor gaat.

Bij binnenkomst had ik meteen een
vaartocht rond het eiland geregeld voor de volgende morgen
10.00 uur. Het is altijd goed om vroeg te
gaan want wat
verder op de dag krijgt de wind vaak meer invloed en wordt
de kans op
zeeziekte alleen maar groter.
En zo
voeren wij de volgende morgen rond het eiland waarbij je van
schipper Johann allerlei uitleg krijgt over het eiland en de
vogels. Een indrukwekkende tocht waarbij ondanks de kalme
zee Simone toch de vissen meende te moeten voeren. Gelukkig
gebeurde het haar pas tegen het einde van de trip zodat de
ellende niet te lang duurde.
Tijdens dit verblijf bleek dat Peter de schipper/eigenaar
van de Aquila ernstig ziek
is geweest en nog steeds
herstellende waarbij nog zeer onduidelijk is hoe het verder
zal gaan. Ik heb hem deze dag nog even bezocht.
Johann wil graag de Aquila overnemen en in het seizoen
verder gaan met deze vorm van excursies.
Na de
boottocht moesten we naar
gaaiduikertjes kunt bewonderen. Met wat geluk zie je ook
nog roofmeeuwen of zeearenden
die voor de nodige opschudding
kunnen zorgen onder de diverse vogelpopulaties.
De klim
is niet makkelijk zeker niet voor
mij maar uiteindelijk lukte het weer. Je kunt er gemakkelijk
tot een uur
of elf rondkijken want het blijft redelijk
licht. Ik
zat een
tijd op een richel naar een en ander te kijken tot ik
het tijd vond weer naar boven te
klimmen. Genoeg gezien en genoeg foto`s gemaakt. Na een paar
meter klimmen, kwam er plotseling een
grote groep mensen in
beeld waarvan vele met kanonnen van lenzen die allemaal op
een en hetzelfde arme vogeltje
waren gericht. Het diertje bleef pontificaal zitten alsof `ie
niet beter wist. Die massaliteit had ik nooit gezien want
de andere keren was ik er einde juni en dan is het nog erg
rustig. Dit kwam allemaal een beetje potsierlijk over maar
allez ieder z`n plaatje. Rond de
klok van elf waren we weer beneden en de slaap kwam ondanks
het
licht vanzelf. 


Donderdag 20 juli vertrokken we van Runde naar Ålesund om
daar het
Sunnmøre
Open lucht Museum te bezoeken. Raymond had
zijn zinnen gezet op een authentiek
Vikingschip. Helaas voor
hem bleek dit helemaal afgedekt in een loods te staan.
Verder is het wel een aardig gebeuren met veel oude huisjes
zoiets als je in Schoonoord in Drenthe ook wel ziet.
Zelf
had ik dit al eens gezien en ik bleef boven in het
restaurant op de motoren en de bagage letten terwijl ik
intussen aantekeningen van de reis kon maken.
Na dit
bezoek en de koffie was het weer opstappen geblazen om de
rit naar
Andelsnes te maken. Hier vlakbij is in
Idsfjorden
de Korsbakken Camping te vinden van Heks Rosalie. Zij kan de
gedachten van mensen lezen die een “M” in hun handlijnen
hebben. Voor wat het waard is maar we werden weer erg
hartelijk ontvangen. Aan ons bezoek zal ze niet veel hebben
verdiend want behalve een
grote bak ijs en een brood kregen we ook nog een
T-shirt à 100Nok per stuk cadeau. We huurden bij haar een
vier persoons hytte met douche en toilet. Een
keurig onderkomen.
Als dank besloten we voor haar een bos
bloemen te halen. Dit moet in Noorwegen een bijzonder cadeau
zijn want twee kleine bosjes saamgevoegd tot een leuk geheel
mocht zo`n 23 Neuroses opbrengen!!
Soit, het zij dan zo en Rosalie wilde meteen met mij trouwen
en begon reeds aan de
bruiloftsmars.
Wellicht als beloning werd ik uitgenodigd om
in oktober dit jaar te komen jagen met Bengt haar partner.
Dat zou ik wel willen maar dan schiet ik alleen met mijn
Nikon. Intussen hebben we deze tocht weer 185 km. weggewerkt
langs
opnieuw prachtige uitzichten over meren, fjorden, bergen en
dalen.
Vrijdag stond de mooiste rit op de planning. De Trollstigen en de Geirangerfjord. Beide behoren tot de toeristische topattracties van Noorwegen en het is zaak om vroeg aan die rit te beginnen. In het hoogseizoen is er nauwelijks een doorkomen aan op de smalle weg naar de top. Negen uur was voor mij het uiterste en daar was ik de rest van de dag wel blij mee. Voor wie hier nog nooit geweest is, kan ik zeggen dat het een fantastisch mooie rit is en mijn advies aan elke motorrijder is: DOEN!!!



Het was
redelijk rustig met slechts één smetje, Raymond reed lek.
Ter plekke de band gepropt en gelukkig is die de
hele verdere reis goed gebleven.
Na de boel van bovenaf te hebben bekeken, gefotografeerd en
een paar trollen te hebben gekocht, ging de reis verder.
Over de 63 naar
Geiranger
is slechts 82km maar wel een zeer
fraaie rit mede omdat ook nu einde juli er nog zat sneeuw op
de fjell ligt. Onderweg is er nog een mooie en grote
waterval en halverwege dient de Norddalsfjord overgestoken
te worden.
Daarna komt natuurlijk hèt
uitzicht van Noorwegen de top van de 63 die uitziet over de
Geirangerfjord. Er moeten hier al
miljoenen
foto`s van gemaakt zijn. Daarna komt er, als je wilt en
kunt, een ziedende afdaling naar het dorp en het einde van
de Fjord waar je in één moeite door de boot op kunt rijden
als die er tenminste ligt.
Volgt de tocht door de fjord. Onderweg tijd genoeg om iets te eten of te drinken of op het zonnedek de boel te bewonderen. Ondertussen wordt een band afgedraaid met allerlei info over dit fjord. Ik heb dat ook wel eens in een stormachtige sneeuwbui bij een enkele graad boven nul meegemaakt en dat heeft ook wel wat. Nu was het voor Noorse begrippen erg warm, voor mijn gevoel te warm. Het kwik haalde soms de 28 graden.
Om een
uur of vier reden we van de boot af en
Hellesylt binnen.

De
Spar werd bestormd voor
het avondmaal en
het volgende
ontbijt waarna de rest van de trip volgde richting
Briksdal,
nog zo`n
slordige 80km.
De Melkevoll Camping
ligt pal onder
de
Briksdalbreen (gletsjer) het doel voor de volgende dag. Ook
hier werd weer een hytte gehuurd. Beetje standaard maar toch
voldoende.
`s
Morgens om 10.00 uur zou de start zijn voor de wandeling
naar de gletsjer. Plm. 45 minuten met daarna een wandeling
en een stuk ijsklimmen. Voor mij te zwaar en de excursie
werd dan ook door de anderen gedaan. Zelf had ik intussen een gesprek
met een studente die vlakbij in
Olden woont. Wij bespraken
de toch wel afschrikwekkende afsmelting van de gletsjers.
Als je ziet hoe verschrikkelijk veel water er daar
wegstroomt! En het werkt naar twee kanten. De hoeveelheid
sneeuw was twintig jaar geleden nog zo`n 20 meter per jaar.
En nu is dat al geminderd tot zo`n 8 meter! De vraag rijst
dan of we over een jaar of tien in dit onderzeese landje de
voeten nog wel droog kunnen houden.

Na deze babbel ruimde ik de hut op en laadde alles weer op de motoren die kant en klaar stonden om in de middag nog een flinke ruk richting Kristiansand te maken. Na terugkomst van de twee ijsmusketiers vertrokken we rond drie uur en reden zo`n 260km tot Vossvangen een nietige vlek onder Voss. We stopten vrij laat, naar ik mij herinner na negen uur, maar dat is nooit een probleem. De twee hutten waren zo`n beetje het minste wat ik tot nu heb gezien maar de minimale voorzieningen zijn aanwezig en het bespaarde ons toch een avondje uitpakken en opzetten en een ochtendje andersom.
De
zondag stond in het teken van het bereiken van Kristiansand
en de camping van
Kees Verkerk daar vlakbij in
Hamresanden.
Een slordige 435km. Hoofdzakelijk over de 13 en de 9 is dat
toch een pittig stukje rijden. Het vinden van de camping gaf
nog wat hoofdbrekens maar ook dat werd opgelost. Ik
verwachtte een niet al te grote Hollandse camping maar het
is een zeer massaal gebeuren daar. Als ik zo`n camping
vroeger in Frankrijk tegenkwam, vertrok ik altijd meteen.
Wat een massa mensen.. Van
tevoren had ik vanuit Nederland gebeld of we er een hut
konden huren. Die waren echter vol op dat moment.
Maar niet
geschoten is altijd mis en bij navraag ter plaatse bleek er
toch een hut leeg te zijn voor één nacht. Voldoende voor
ons.
Eigenlijk ook een beetje noodzaak want we moesten al om
07.15 bij ColorLine
zijn voor het inchecken. Dat betekende
in geval van tenten inpakken toch om een uur of vijf opstaan
en dat kon nu een uurtje later worden.
Zo
geschiedde ook en om 08.15 verlieten wij Noorwegen. Om
klokke 12.45 reden we Denemarken weer binnen en de E-45 op.
De oorspronkelijke bedoeling was
dat wij bij Hamburg nog een
keer zouden kamperen dat is zo`n 500km rijden.
Raymond en
Simone hebben dat ook gedaan maar het oudje was het een
beetje zat mede door de warmte. De behoefte om `s avonds
onder de eigen douche te staan en in het eigen mandje te
liggen was te groot. Ik arriveerde om 22.25 uur op het
Gerbrandyplein en het laat zich raden dat in Duitsland de
FJR behoorlijk z`n best heeft gedaan. Zeer regelmatig en na Osnabrück
ook langdurig bijna top gereden.
Alles heeft
z`n prijs en hierbij zag je het brandstofmetertje kwiek
zakken maar
het eigen bed was dat wel waard. Twee keer een
tankje à 1:11 moet kunnen.
En het is ook wel
“kicken” zulke snelheden. Voor de rest hebben we
het
redelijk braaf gehouden.


Tot slot maar geen einde:
Één
speciaal punt wil ik nog even aanstippen en dat zijn de
tunnels in Noorwegen. Men kan zich in Europa wel
op de borst
kloppen waar het tunnels graven betreft maar wat hier aan
Titanenarbeid is verricht, slaat wat mij betreft alles. Hier
een van 6 km, daar een van 7 km, dan weer 3,6 en niet te
vergeten de langste van Europa de
Auerland
Tunnel bijna 25
km. lang. En allemaal zijn ze koud en nat en vele zijn
gewoon erg matig verlicht.
Het is zaak voorzichtig in en uit
de tunnels te rijden want de lichtovergangen zijn fel.
Heel vaak begint zo`n tunnel met een
scherpe knik en dat zie je niet altijd meteen. Soms ook
begint hij met een draai maar dan blijft die draai maar
duren en heb je het idee in een carrousel te zitten van een
parkeergarage. Miljoenen tonnen rots moeten er
liggen, bedekt door struiken en bomen alsof het zo hoort.
Een speciale vermelding verdient een kudde geiten die net
aan het begin van zo`n tunnel een koele plaats had gevonden.
Wie rekent dáár nou op? In de remmen dus en door de
glibberige stinkende bende rijden. Tunnels?Altijd oppassen!Al met
al een kort, hevig maar wonderschoon bezoek aan dit
prachtige land. Het was mijn derde keer maar zeker niet mijn
laatste.



Noorwegen
2006