Rome dag Vier
(en de rest)
Dat
werd dus inderdaad wandelen door van de jeugdherberg Foro Italico
via o.a. de Viale Angelico naar het Vaticaan te gaan waar wij de
Sint Pieter met een bezoek gaan vereren.
De Vaticaanse heuvel lag van het oude Rome uit gezien aan de
overkant van de Tiber, tot het midden van de 9de eeuw buiten de
muren van Rome. Tot aan de dagen van Nero vormden de lager gelegen
gebieden daar een stinkend moeras. Naarmate de bevolking groeide
werd zelfs dit gebied meer waard. Een deel werd kerkhof en op een
ander gedeelte bouwde Nero zijn reusachtig circus. In dit circus zou
omstreeks het jaar 64 de apostel Paulus zijn gekruisigd.
Volgens dezelfde overlevering zij Petrus op het naburige
kerkhof in een eenvoudig graf zijn begraven.
Toen Keizer Constantijn de eerste groet christelijke kerk
wilde bouwen, koos hij deze plaats uit en bouwde boven de tombe van
de Heilige Petrus de
Basilica di San Pietro. Hij
stond voor een geweldig karwei: Om het gebouw op het hellende
terrein op te richten, moest er een enorm plateau worden ontworpen.
Bij dit karwei werd het Romeinse kerkhof bedekt met puin en aarde.
De basiliek van Constantijn heeft het tot ca. 1600 uitgehouden.
Bramante was de eerste die aan de bouw van de nieuwe Sint Pieter
heeft gewerkt. De oude basiliek is volledig afgebroken.
Michelangelo wijzigde de tekeningen van Bramante en
bekroonde de kerk met een koepel, waarbij hij zich liet inspireren
door de koepel van het Pantheon.
Na de dood van Michelangelo voltooide Della Porte de koepel
in twee jaar, 1588/89. In afwijking van Michelangelo verhoogde hij
de koepel.
Dit is een zeer beknopte en onvolledige beschrijving van de bouw.
Hiervoor kun je het beste op de link hierboven in het rood klikken.
Je komt dan op Wikipedia terecht waar zeer uitgebreid op de materie
wordt ingegaan. Bovendien heeft het weinig zin om ons beknopte
verhaal over het bezoek aan de basiliek hier weer te geven omdat ook
dit uitgebreid wordt beschreven bij Wikipedia. Eén aspect van dit
bezoek dient nog wel belicht, de beklimming van de koepel. De
toegang daartoe bevindt zich aan de buitenzijde en er moet
natuurlijk voor betaald worden.
Het moet gezegd dat het uitzicht over Rome vanaf deze hoogte
magnifiek is. Ben je toch in de buurt dan zou ik dit zeker doen. Na
afloop van deze beklimming verzamelen wij ons op het bordes vóór de
kerk, waar wij even uit kunnen blazen.

Wie op bezoek gaat bij Google
Earth kan zelf op Rome inzoomen en vervolgens op diverse blauwe
spots klikken om een leger aan foto`s en andere informatie tegen te
komen. Een klein aantal foto`s heb ik er tussenuit "gepikt" en daar
staan dan ook de sites op vermeld waar ze te vinden zijn.



Na dit uitgebreide bezoek aan
de Sint Pieter gaan wij via Piazza Venezia naar het Forum Romanum.
in de eerste jaren kon men nog vrij over het forum lopen. Dat heeft
uiteraard tot de nodige schade geleid en daarom besloot men om alles
af te zetten met lage hekjes. Ook loopt er een flink contingent
bewaking rond en bij het minste of geringste wordt men tot de orde
geroepen door een snerpend scheidsrechtersfluitje. Dat gebeurde
voorheen ook wel, maar dan wanneer met name de jongelui meenden
ergens op te kunnen klimmen. Het is allemaal best logisch maar voor
mij is de aardigheid er toch een beetje af.
In Rome wordt een aardig boekwerk verkocht dat je hier goed kunt
gebruiken. Men heeft van de oorspronkelijke gebouwen
reconstructietekeningen gemaakt op transparanten die men over de
foto van een ruïne of een deel hiervan kan leggen. Op die manier
krijg je een aardig beeld van de werkelijkheid hoe het er ooit moet
hebben uitgezien. Hier een voorbeeld:


Een reconstructie van de Tempel van Venus Genetrix, de godin waarvan
Caesar beweerde af te stammen.
En ook hier geldt dat een bezoek aan de site van Wikipedia enorm
veel werk uit handen kan nemen waar het dit
Forum Romanum betreft. Wie dit
meeneemt tijdens een bezoek heeft meer dan genoeg informatie.
Ik wil hier volstaan met een opsomming van de zaken die wij
individueel en met het Newman College hebben bekeken:
zie ook deze
link
De tempel van Keizer Antoninus en zijn vrouw Faustina,
via de Via Sacra naar de restanten van de Basilica
Aemiliana. De Curia waar de senaat bijeenkwam, een paar
stappen verder de Lapis Niger waaronder stadstichter
Romulus zou zijn bijgezet, langs de boog van Septimus Severus
(ca. 200) links van de boog de Rostra, het podium van de
redenaars en daar vlakvóór de zuil van Phocas, een
centurion die het in ca. 600 tot keizer van Bysantium bracht.
Achter de Rostra bevindt zich de Umbilicus Romae, de navel
van Rome een symbolisch middelpunt van het Rijk. Hierbij
stond ook het Miliarium Aureum, de vergulde mijlpaal van
waaruit de afstanden in het Romijnse Rijk werden berekend.
Restanten van tempels van Concordia, Vespasianus met
daarachter het huidige Palazzo Senatorio, het gemeentehuis
gegrondvest op de restanten van het oude Tabularium
(staatsarchief) met links daarvan nog 8 zuilen van de tempel
van Saturnus.
Teruglopend parallel aan de Via Sacra zien we rechts de
Basilica Julia (50 v.C.) ernaast de drie beroemde zuilen van
Castor en Pollux. Wat verder het popperige tempeltje van de nimf
Iuturna, het heiligdom van Vesta en het verblijf van
de Vestaalse Maagden. Dan nog de Basilica van Maxentius
en daarna de Boog van Titus een herinnering aan de verovering
van Jeruzalem waar Mulisch over heeft bericht in zijn Ontdekking
van de Hemel.
Daarna moeten we opnieuw betalen voor toegang tot de Palatijn,
de heuvel die ca. 50meter hoger ligt.
En op dit punt hervatten we weer onze eigen wandeling. Boven
lopen wij door de tuinen (H)orti Farnesiani, die de familie
Farnese 300 jaar geleden tussen de ruïnes heeft aangelegd.
Onder deze tuinen ligt het nog altijd niet uitgegraven paleis van
Keizer Tiberius (14-37 na C.).
Te midden van deze tuinen staat het Casino Farnese, de mooie
villa waar de familie vertoefde. Langs een ondiep vijvertje en een
wat morsige trap komen we op een terras met uitzicht over het
zojuist bezochte Forum Romanum. Daarna naar beneden door de gewelven
naar de Cryptoporticus uit de tijd van keizer Nero.
Vervolgens gaan we op zoek naar de Casa di Livia, vrouw van
Keizer Augustus. In één vertrek zijn enkele (helaas wat vage)
muurschilderingen te zien. Vlakbij dit huis van Livia zijn de zgn.
paalgaten te zien, sporen van de hutten van Rome`s oudste bewoners.
Na wat klimmen en dalen betreden we de ruïnes van het Pyristylium
(tuin met fonteinen en zuilengang) van het paleis van de
Flavische Keizers. Rechts achter het museum hebben we uitzicht
op het Circus Maximus. Over de resten van de Domus Flavia
wandelen we verder naar het merkwaardig diepgelegen park
(stadion?). terug langs het paleis en baden van Septimus Severus.
vervolgens weer de Titusboog en na de uitgang staat dan links
nog de boog van Constantijn. Het verval van de Romeinse
bouwkunst wordt bij deze boog uit het begin van de 4de eeuw al
duidelijk. Verschillende reliëfs zijn "geleend" van andere
bouwwerken.
Hierna gaan we naar het
Colosseum, het bekendste amfitheater
uit de oudheid. Inde nabijheid stond een kolossaal beeld van Nero,
vandaar de naam Colosseum. Op straat geeft een vierkant aan waar het
beeld heeft gestaan. Ondanks de eeuwen durende beschadigingen is het
Colosseum nog steeds een imposant bouwwerk. Een middeleeuwse paus
liet in één jaar 2300 wagonladingen marmer wegslepen en pas
in de 18de eeuw werd die plundering stopgezet uit respect voor het
christenbloed dat hier gevloeid zou hebben. Binnen kijk je, omdat de
vloer is weggehaald direct in de gangen die naar de verblijven van
de gladiatoren en wilde dieren leidden.
Als
je hier boven in het Colosseum staat en je laat al de filmbeelden
die je kent en alle verhalen en geschiedenissen die je hebt gelezen in gedachten de revue passeren dan moét je wel onder de indruk
raken van dit monument.
En dat geldt eigenlijk voor iedereen want hoewel er soms vele
honderden tegelijk hierbinnen zijn, is het vaak indrukwekkend stil.
Vanaf een bordes boven de ingang sta je daar met heel veel mensen in
dat imposante geheel te kijken, de gangen, de kamers, de gewelven en
je ziet de gladiatoren lopen en je hoort de wilde dieren en het
gejammer van slaven, het gejuich van mensen.......bijna hoor
je ze, zó aanwezig zijn hun geesten nog. Dat alles in schrille
tegenstelling tot het circus buiten, het geraas van het verkeer en
het mallotige gedoe van de nepgladiatoren die toeristen bespringen
en intimideren als ze het wagen zonder beloning een foto van hen te
maken. Een lachwekkende vertoning die niets te maken heeft met de
stilte die binnen heerst. In feite een soort ontheiliging van deze
plek. Maar ja, ik ben dan ook geen gewone toerist, denk ik.
Aan
de overkant zijn wat grote terrassen waar je tegen een onverwacht
redelijk prijs een espresso of een andere lafenis tot je kunt nemen.
Het is aardig om hier te zitten en naar dat enorme gebouw te kijken
met rechts de kop van het Forum en daarvoor het langs suizende
verkeer en de slenterende, vermoeide, soms kibbelende toeristen.
Maar de dag is nog niet vol. We gaan opnieuw op pad, nu naar de
Via Cavour te bereiken vanaf Piazza Venezia over de Via dei Fori
Imperiali; daar gaan we linksaf. Wanneer wij aan onze rechterhand
een romantisch gewelfde trap ontwaren, beklimmen we deze. Daarboven
verrijst dan de kerk van
San Pietro in Vincoli, Sint Pieter
in de Boeien, omdat onder het altaar de boeien van die apostel
bewaard worden. De meest aandacht gaat hier uit naar een monumentaal
beeld van Mozes, gemaakt door Michelangelo.
Het beeld: Mozes komt terug van de berg Sinaï met de stenen tafelen
en treft de Israëlieten aan, terwijl zij het gouden kalf aanbidden.
Door de aderen en pezen die opzwellen onder de huid lijkt het beeld
te bonzen van woedend leven. Zijn opgewondenheid spreekt het meest
uit zijn gezicht en handen. Zijn rechterhand steunt op de stenen
tafelen, maar de vingers spelen en woelen tegelijkertijd in de
krullen van zijn lange baard; zijn linkerhand houdt hij
onwillekeurig voor zijn lichaam om zijn teleurstelling en woede te
ververgen. Men moet hierbij bedenken dat het beeld bedoeld was voor
een 13 meter hoog monument en dat men Mozes vanaf beneden zou moeten
bekijken.
We
vervolgen onze weg en bij de Via d. M. Maggiore gaan we naar de
bekende Santa Maria Maggiore, gelegen op de top van de
Mons Esquilinus. Aan de absiszijde, op de Piazza dell Esquilino,
staat een obelisk uit het mausoleum van Augustus. Op het plein vóór
de basiliek staat een zuil uit de basilica van Maxentius op het
Forum Romanum. Paus Paulus de 5de plaatste in 1614 hierop een
Mariabeeld. De campanile, klokkentoren, is de hoogste in zijn soort
in Rome. De bouw van de kerk is begonnen kort na het concilie van
Ephese in 431. Paus Sixtus de 3de (432-440) besloot de kerk
te bouwen op de Esquilinus, omdat in zijn tijd nog vele vrouwen een
tempel van de moedergodin Juno Lucina bezochten die hier
stond. Hij wilde hiermee de heidense cultus door een christelijke
vervangen. Het interieur is van een in klassieke stijl gebouwde
basilica. 44 sublieme zuilen aan weerszijden van het schip. Deze
zijn verbonden door een architraaf, niet door bogen; op de grond
ligt een
Cosmatenvloer met schijven serpentijn en
purpersteen. Aan het plafond schittert het eerste goud uit Zuid
Amerika, dat Columbus meenam voor Paus Alexander V1
Borgia.
Een bijzondere familie met een karakteristieke overdaad die
zichtbaar is in het altaar. Een massa jaspis, agaat, amethist en
lapis lazuli bevat in het midden het archeiropoieton (betekent: niet
door menselijke handen gemaakt) van Maria met kind. Dichtbij het hek
van het hoofdaltaar vinden we nog de grafsteen van Bernini.
Na deze kerk gaan we in noordelijke richting naar de Mons
Quirinalis dat vóór 1870 het buitenverblijf van de Pausen was.
Daarna werd het koninklijk paleis en nu is het de residentie van de
president.
Midden op het plein staan beelden van Castor en Pollux,
(Bovenstaande foto`s staan op Wikipedia met info)
kolossale kopieën van Grieks origineel afkomstig uit een
thermencomplex. De namen van Phidias en Praxiteles zijn een onjuiste
toevoeging uit de 16de eeuw. Het plein staat ook wel bekend als "monte
cavallo". Het plein wordt aan drie zijden door paleizen omsloten, de
4de zijde biedt een prachtig uitzicht.
Het zal duidelijk zijn dat de
dag hiermee weer zeer goed gevuld was en voor wat betreft het
excursiegedeelte ten einde liep. De onderstaande foto`s horen bij
die zes reizen en het maakt niet uit in welk jaar we ze willen
plaatsen. Wanneer de bus of tram ons in de steek laten, of indien er
bekeken moet worden waarheen wij moeten, is de stadsplattegrond van
grote waarde. Na alle inspanningen is het dan goed even een pauze te
nemen, in dit geval op het plein vóór het Pantheon. Naast het fraaie
kleedje had de ober de muren ook wel even kunnen kwasten, maar tegen
het spuitwerk van de jeugd is geen kruid gewassen.
Dat is voor mij ook een opmerkelijk verschil geworden. In het eerste
jaar zag je vrijwel nergens graffiti, maar later waren behalve de
muren in de hele stad ook de beelden op openbare plaatsen zoals de
Villa Borghese niet meer veilig. Erg jammer.

Tot zo ver de lappendeken van de zes Romereizen die door ons zijn gemaakt. De dagen hierna werden gevuld met een even druk programma en de hoofdpunten staan hieronder:
Dag 5: Een bezoek aan
Ostia Antica, de voormalige havenstad van Rome die nu een
paar kilometer landinwaarts ligt. Hiervoor maakten wij gebruik van
de mogelijkheid om op de weekkaart met de trein te reizen die naar
de verschillende voorsteden rijdt van Rome. Deze oude stad was in de
3de eeuw vC. niet meer dan een militair kamp, gewoontegetrouw
doorsneden door twee haaks op elkaar staande straten, de decumanus
maximus en de cardo maximus. Deze straten zijn nu nog duidelijk te
onderscheiden.
Vanaf plm. 1900 worden hier archeologische opgravingen verricht. Te
bekijken zijn allerlei zaken zoals resten van tempels,
mozaïekvloeren een Romeinse latrine, een thermencomplex en
niet te vergeten een heus theater.
Hierna sporen we terug naar Rome voor een bezoek aan de
Galleria
Borghese.
Dit fraaie museum is gedurende een aantal jaren geheel gerestaureerd
en sinds een paar jaar weer voor publek toegankelijk. Als je het
wilt bezoeken is het verstandig om de eerste of tweede dag van je
verblijf in Rome even kaartjes te gaan reserveren, want
zomaar
even op een dag naar binnen is niet mogelijk. In de Galleria
Borghese zijn schilder- en beeldhouwwerken uit de Renaissance, de
Barok en het Classicisme. Ook zijn er beelden uit de Oudheid. De
bekendste beeldhouwwerken zijn van de barokkunstenaar Bernini. o.a.
Apollo en Daphne, Aeneas met zijn vader Anchises op zijn rug, de
David en de Roof van Proserpina. Uit het classicisme is er bekend
werk van Canova. Prachtige schilderijen
Paoline Napoleon van CANOVA
van o.a. Rafaël, Botticelli, Correggio,
Titiaan Apollo en Daphne
en Carravagio.
Dag 6: Dit is de dag waarop wij het Vaticaans Museum zullen
bezoeken. Dat betekent vroeg vertrekken want om 08.45 moeten we voor
de deuren van het Vaticaan staan. In dit museum bevindt zich
een enorme particuliere verzameling, verspreid over een waar doolhof
van galerijen en zalen, die door hun decoraties vaak al musea op
zich zijn. Sommige zalen zijn al zes eeuwen oud. We gaan omhoog via
een opmerkelijke dubbele spiraaltrap, waar de stijgers geen dalers
ontmoeten.
Het voert hier te ver een beschrijving te geven van alles wat
hier te zien is, het is eigenlijk teveel. Dat is ook wat je bij
mensen werkelijk ziet gebeuren, het wordt teveel ineens. Na de
Sixtijnse Kapel loopt men met een vol hoofd zonder nog
werkelijk te kijken door de gangen en zalen zonder nog iets op te
kunnen nemen.
Het is eigenlijk een verademing om buiten te komen en even geen
kunst te zien. Raadzaam dus om via internet, of de bibliotheek van
tevoren een selectie te maken van wát je wilt zien en zo mogelijk
meerdere keren dit museum te bezoeken.
mediatheek.thinkquest.nl
Deze afbeelding kent iedereen wel en ik heb hem even geleend
omdat dit een schone versie lijkt van na de restauratie. Zelf heb ik
er ook een gemaakt vóór die restauratie terwijl dit uitdrukkelijk
verboden was. Gewoon de camera op je knieën en zonder naar boven te
kijken van tevoren mikken, de spiegel van de reflexcamera vastzetten
en op de gok belichten.
De schilderingen waren toen echt veel donkerder dan nu.
Vanaf het Piazza San Pietro gaan we met de beruchte zakkenrollersbus
64 naar het eindpunt bij Stazione termini. Daar, bij de Thermen
van Diocletianus gaan we nog een kijkje nemen in de Santa
Maria Degli Angeli.
In de goed bewaarde aula van het frigidarium van
Diocletianus heeft Michelangelo deze kerk ingericht. De kerk beslaat
slechts de helft van het frigidarium dat omzoomd werd door 4 kleine,
overdekte baden en nog wat andere vertrekken. Ernaast lag een
openluchtbad van 3000m². In 1749 is het oorspronkelijke
middenschip tot zijbeuken gemaakt en de zijbeuken tot
middenschip(??)
Nu betreden we de kerk door het caldarium, het hete
vertrek en daarna komen we in het oude tepidarium of warme
bad. Dan komt men in het weidse transept, oorspronkelijk het
frigidarium en het schip van Michelangelo.
Er zijn 8 rode granieten zuilen die een weergaloos gewelf
dragen. Hoewel Michelangelo gedwongen was het vloerniveau twee meter
omhoog te brengen, zijn de zuilen nog altijd 15 meter hoog bij een
doorsnede van 2 meter. Paus Clemens de 11de gaf in 1702 opdracht om
een 46 meter lange meridiaan van Rome aan te brengen in de vloer, de
Linea Clementina. Door een opening in de muur schijnt
de zon `s middags om twaalf uur zonnetijd op deze bronzen streep.
Al met al weer een drukke dag die met de school eindigt in de
kantine van de jeugdherberg. De jeugd heeft blijkbaar weinig last
van al deze inspanningen want na het eten verdwijnen zij rapido
terug naar de stad.
Soms gaan wij ook die kant op maar de vermoeidheid maakt een bezoek
aan een naburig café wel zo comfortabel.
Het langwerpige gebouw onderaan links van de Via Lungo Tevere is de
jeugdherberg. Daartegenover het eveneens witte gebouw van de
Carabinieri. Naar boven zien we diverse Olympische arena`s en als
mijn geheugen mij niet bedriegt konden wij bij IL Barcone
onze dorst lessen.
Het beeld is natuurlijk van Google Earth. Met de familie waren wij
met de caravan op een camping binnen de ringweg van Rome beland. De
camping verzorgde met een busje het vervoer naar een
treinstationnetje in de buurt, het 600 lire lijntje van Prima
Porta, waarmee wij naar het eindstation reden Roma Nord-Acqua
Acetosa en dan doorliepen naar het eerste metrostation en
vandaar naar het centrum van Rome.

De "Happy Camping"
biedt allerlei mogelijkheden voor een verblijf. Van een plaats voor
je tent en caravan tot het huren van diverse onderkomens. Ze hebben
een behoorlijke kantine waar eenvoudige maar goede maaltijden worden
geserveerd indien je niet in de stad kunt of wilt blijven. De baas
spreekt vijf talen vloeiend en het personeel kan goed uit de voeten
met Frans en Engels. De kleine plaatsjes in de omgeving kennen
uiteraard ook de nodige restaurantjes waar je heerlijk kunt eten
tegen aan
merkelijk
lagere prijzen dan in Rome zelf. Om het met zes volwassenen een
beetje betaalbaar te houden en toch ook helemaal je eigen gang te
kunnen gaan, vonden wij dit een mooie oplossing. De reis verliep ook
voorspoedig omdat wij met drie chauffeurs waren. Bovendien hadden we
twee grote kerels bij ons om Gerda met rolstoel en al overal
doorheen en naartoe te rijden. Vele grote ogen waren ons deel als
Gerda zittend in haar rolstoel de roltrappen op en af ging in de
metrostations. En omdat het in Rome vrijwel altijd omhoog of omlaag
gaat waren deze extra handen meer dan welkom.
De 7de Dag en laatste bracht ons langs de machtige
Thermen van Caracalla, 10 hectaren groot. Dit complex
bevatte badhuizen, een sportschool, een bibliotheek, kunstzalen en
vergaderruimten. Het geheel bleef in gebruik tot kort na 500 nC. de
grote aquaducten het begaven en de watertoevoer dus ophield. We
passeren een oude stadspoort de Porte San Sebastiano, die
deel uitmaakt van de muur van Aurelianus. Deze muur is 19
kilometer lang en het werk van Keizer Aurelianus die van 270-275
regeerde. Daarvóór had Rome het zonder wallen en muren gedaan bij
gebrek aan vijanden.
Ons doel is de
Via Appia die dateert uit 312 vC. en is genoemd naar
de bewindsman Appius Claudius. De weg was een echte
"snelweg", een van de vele die naar Rome leidden. Deze weg naar het
zuiden vindt zijn einde in Brindisi. de post reisde hier met een
snelheid van plm. 60 km per dag. Omdat de Romeinen hun doden
begroeven langs de uitvalswegen, zijn er ook langs de Via Appia vele
grafmonumenten. Het grote monument van Caecilia Metella,
schoondochter van de rijke politicus Crassus (1ste eeuw v.C.)
is er één van. Vlak achter dit monument ligt in het veld de laatste
grote renbaan van de keizertijd, het Circus van Maxentius
(300nC.)
Hierna nemen we een kijkje in de San Sebastiano, links van de
weg. Het plafond heeft houtsnijwerk dat gemaakt is door een
Nederlander, Van Santen, alias Vasanzio. Links ligt het beeld
van de met pijlen doorboorde martelaar, de heilige Sebastiaan een
ontwerp van alwéér Bernini.
Als laatste brengen wij een bezoek aan de
Catacomben van San
Callisto.
Voor de christenen in de Oudheid dienden de catacomben als
begraafplaats en toevluchtsoord. hier bij de Via Appia bood de
zachte lavasteen volop gelegenheid de onderaardse gangen uit te
breiden tot ware labyrinten. De lichamen van de doden werden in
nissen gelegd, waar men tegels voor plaatste, soms versierd met
eenvoudige symbolen. De archeoloog De Rossi heeft in 1854 dit
onderaardse Rome weer ontsloten.
Een wandeling naar de bushalte brengt ons weer terug in de gewone
wereld van alledag. En het heeft veel gedrang en ander voeten in
aarde voor wij weer terug zijn in de jeugdherberg of op de camping.
Met recht een lappendeken van jewelste. De voetstappen zijn niet te
tellen evenals de kilometers.
Ontzettend veel is er gezien en beleefd. En ook al ga je als
supertoerist alleen maar naar de highlights en de hotspots kijken
dan nóg word je door deze stad overweldigd. Ondanks alle
negatieve aspecten van deze tijd met rovers, dieven, zakkenrollers,
graffiti, vuil, drukte, junks, soms de warmte en de uitlaatgassen is
het dóór dit alles heen kijkende de eeuwige stad waar geen ander
tegenop kan. Londen, Parijs, Berlijn noem maar op. Ze hebben
allemaal hun grandeur, hun geschiedenis, hun verhaal, hun stijl en
alles wat Rome ook heeft maar Rome is Roma Aeterna.



Hé jongens en meiden, jullie
ook allemaal bedankt. Ik vond het mooi reizen met jullie en ook alle
andere jaargangen. Het zal niet meer gebeuren, want die tijd is over
maar ik hoop dat jullie op een of andere manier hier nog eens terug
zullen keren met jullie eigen kinderen of jullie eigen leerlingen. Mij
deed het ontzettend veel plezier om te zien dat mijn zoon Sandor met
zijn vrouw Linda hun huwelijksreis in deze stad hebben doorgebracht.
Ik zou het leuk vinden om onverwacht een reactie van één van jullie,
of liever nog allemaal, te krijgen via deze site. Ik hou het in de
gaten.
Rome We Kome!
Een lappendeken samengesteld uit 6 Reizen naar De Eeuwige Stad