Terug naar San Marzano en naar Huis ![]()
![]()
De
terugreis verloopt dermate snel dat ik
al om 11.15 uur in Taranto
ben. en vervolgens sta ik ook vóór twaalven in San Marzano. Dan heb
ik een probleem want
ik heb geen telefoonnummer en geen adres. Hier
lijkt voor mij alles op elkaar dus dat wordt nog even zoeken. Het
nadeel is dat iedereen al aan de siësta lijkt begonnen want in de
hitte is er niemand op straat. Ergens wil een dame haar huis
binnengaan en ik kan haar net op tijd aanroepen. Zij kan mij alleen
maar naar de buurman verwijzen. Aan de overkant blijkt een Collodi te
wonen maar ook die geven niet thuis.
Ik besluit maar eens wat rond te rijden en dan kom ik op een
pleintje terecht waar
een benzinepomp is, een paar winkeltjes
en een soort "Tabac", zoals in Frankrijk.
De man wil mij wel helpen en duikt in het telefoonboek. Maar helaas
de lijst Collodi`s
is haast eindeloos dus dat schiet ook al niet op. Dan komt de
pompbediende binnen en die weet onmiddellijk dat ik het over die
grote jongen met die motorfiets uit Holland heb. Bingo! En als klap
op de vuurpijl blijkt mijn famiglia
Collodi om de hoek te wonen! Ik
besluit de bus te laten staan en te gaan lopen. Voor de deur hang
een soort rieten mat die ik opzij schuif. Ik doe de deur open en
stap binnen. Door het half duistere voorhuis loop ik naar het
keukentje en tref de familie aan tafel. Dat is weer een hartelijk
welkom en natuurlijk aanschuiven. Vanwege het daverende gesnurk van
Tony wordt besloten dat wij samen verhuizen naar het huis in de
campagna, een woning op het boerenland, van Salvatore en Fontana. De
dagen die volgen worden gekleurd door bezoeken aan de familie wat
bijna verplicht is. Maar iedereen is even aardig en vriendelijk en
ik vind het zelf wel leuk om zo`n beetje ieder familielid te leren
kennen. Daarnaast dient ook eer worden betoond aan de familie die er
niet meer is. Daarvoor gaan we met Giuseppe naar de begraafplaats waar
zij zo`n huisje/kapelletje hebben waar hun naam op staat. De boel
wordt aangeveegd, de kaarsjes weer aangestoken en de nog lege plaats
voor Pietro wordt bekeken. ooit zal hij worden overgebracht naar
hier. Giuseppe leidt ons rond en wijst met een vinger op de lippen
op het graf van een nog jonge man. Het is hun buurjongen die vanwege
loslippigheid(?) door de maffia nog niet zo lang geleden is
vermoord. Die maffia is wel voelbaar maar niet zichtbaar aanwezig.
Hoe en waarom kan ik niet zo zeggen maar er hangt in dit gebied
altijd een wat vreemde sfeer.
Voor de rest gaan we veel op pad om allerlei belangwekkende, soms
toeristische zaken te bekijken. Eén van de steden die ik graag wil
zien is
Taranto.
Al in de oudheid een belangrijke havenplaats. Juist hier
valt op hoe weinig er kan worden gedaan om al die oudheidkundige
zaken voor het nageslacht te bewaren.
Hier is op het oog erg weinig mee gedaan en ik heb mij uit laten
leggen dat het puur geldgebrek is. Een land als Italië zak nooit in
staat zijn alles wat van belang is op te graven, te restaureren en
te conserveren. Er is gewoon te weinig geld voor veel te veel wat
nog verborgen ligt. een uitzondering vind ik in de buurt van San
Marzano. Een oude kapel die is uitgegraven en naar mijn oordeel ook
uit een zeer oude tijd moet stammen. 2de of 3de eeuw??
Het huis waar wij verblijven, bevat alles wat nodig is om met een
groepje mensen te huisvesten dat op het land en aan de oogst te
werkt.. Twee grote kamers, een keuken en een badkamer. Buiten is een
schuur waar een zwarte watertank op staat die overdag wordt
opgewarmd, zeg maar opgehit door de zon.. De douche is daarbij ook
buiten. Eten doen wij bij Giuseppe en Tante Angela en dat dan
tweemaal warm per dag!! Ik raak er compleet door ontregeld. Het één
is nog niet uit mijn maag naar verderop getransporteerd of daar komt
alweer een berg zware kost. Allemaal prima eten , met liefde
klaargemaakt maar ik ontkom er niet aan om voor mezelf iets anders
te eten te kopen om wat lucht te krijgen. Maar dat is helemaal tegen
het zere been van Tante Angela. Ik krijg in haar taaltje dan ook de
volle laag. Tony lacht wat en ik heb half en half wel door wat zij
zegt. Nou ja, dan maar geen vent maar
wel een vent die niet verstopt zit. Maar het blijft allemaal best
aardig.


Zondag, maandag en dinsdag zijn wij op pad en gaan naar Taranto, Alberobello met de Trulli`s, Grottaglie met z`n aardewerk en niet te vergeten Manduria. Daar koop ik een aardige hoeveelheid wijn. De Primitivo di Manduria. Een paar dozen die niet op eikenhouten vaten zijn gelagerd en een paar dozen, de laatste, die dat wel zijn , de zogenoemde barrique`s. Geweldige hoog alcoholische wijnen kunnen ze daar maken. Er zijn slechts een paar plekken op aarde waar een gistcel ontstaat die bestand is tegen hogere percentages dan 15 waarbij de normale gistcellen het loodje leggen . De wijnen die ik bij verschillende familieleden proefde zaten daar duidelijk boven maar in "de handel" laat men het blijkbaar bij 14 of 14,5 %. Juist deze week, 10 mei 2007, heb ik de laatste soldaat gemaakt en hij was voortreffelijk. Ik moet dus maar weer eens terug, want hier vraagt men een onbehoorlijk hoge prijs voor Primitivo`s en die komen niet eens uit Manduria maar uit Puglia, de hele provincie dus.

Links
een voor-
beeld van wat
er "zomaar" in
Taranto staat.
Rechts het
havenhoofd met het Bolwerk van de Italiaanse Marine.
Dan komt onvermijdelijk het moment waarop we terug moeten naar ons
kikkerlandje. We nemen afscheid van La Famiglia en speciaal van
tante Angela en Giuseppe. We hebben besloten om de rit in één keer
te doen. We kunnen tenslotte wisselen in rijden en slapen dus dat
moet kunnen, De reis verloopt zonder problemen behalve bij de grens
tussen Italië en Zwitserland. Een Italiaans jochie met een pet op
meent mij aan te kunnen spreken alsof ik z`n demente opa ben maar
dat loopt even mis voor hem. In mijn beste Italiaans verplicht ik
hem tot het gebruik van het woord "per favore" als hij mij iets
toesnauwt. Dat lukt redelijk en als hij de volle bus ziet, besluit
hij af te zien van een controle. Teveel werk en ik dreig al naar het
kantoor te lopen om zijn baas met een bezoek te vereren Het blijft
toch een vreemd fenomeen, geef een schlemiel een pet en prompt denkt
deze dat`ie een vent is. Tony heeft het er niet op want ja, zoiets
doe je niet met een douanemeneertje. Het loopt dus met een sisser af
en zoals te doen gebruikelijk in Nederland sta je midden in de nacht
in de file.


Cagli -Taranto v.v. 2002